Blote, dansende reus opent Spelen

Bij de opening van de Olympische Winterspelen zijn er vannacht in Nagano geen bevallige meisjes die de atleten het stadion binnenleiden en het bordje met de landsnaam omhoog houden. Hun plaats wordt ingenomen door sumo-worstelaars.

TOKIO, 6 FEBR. Een vrijwel naakte, dansende reus van ruim twee meter lang en een gewicht van 234 kilogram, in een stadion waar de temperatuur naar verwachting rond het vriespunt zal liggen. Dat is het spektakel dat de Japanse organisatie bij de opening van de Olympisch Winterspelen - vannacht om drie uur Nederlandse tijd - voor de kijkers in petto heeft.

Tijdens het openingsspektakel zal regerend worstelkampioen Akebono de ceremoniële dohyoiri uitvoeren. De toeschouwers in Nagano zullen worden verrast door de lichtvoetige zwaargewicht. De dohyoiri (spreek uit: do-hjoo-ie-rie) is een vast ritueel tijdens de Japanse sumo-toernooien.

De veelkleurige 'schort' die de sumo-worstelaars bij binnenkomst dragen is versiering. De dikke 'kabel' die Akebono tijdens de ceremonie om zijn lichaam draagt, heeft een meer ceremoniële betekenis. Zonder deze versierselen zijn de worstelaars nog slechts gekleed in een lendendoek waarvan de band om het middel buitenmaatse proporties heeft. Bij het normale worsteltenue dient de brede band om de tegenstander bij de spreekwoordelijke 'lurven' vast te grijpen. Het gaat erom de tegenstander vervolgens uit de ring te duwen of in het stof te laten bijten.

De kabel om het lichaam van Akebono is de yokozuna en geeft tevens de naam aan Akebono's top-rang: yokozuna. Alleen een worstelaar van deze rang kan een dohyoiri uitvoeren. De yokozuna is een stuk touw dat identiek is aan de kabels die in Japan overal te zien zijn op heilige plaatsen van het animistische Shinto-geloof. De functie is het buitensluiten van kwade geesten.

Sumo kent veel tradities met een religieuze oorsprong, zoals het strooien met zout aan het begin van elke tweekamp ter reiniging van de ring. Maar sumo is vooral een sport voor vermaak waarbij het publiek zich te goed doet aan alcohol en eten. Als een underdog een kampioen weet neer te smijten, staan de toeschouwers op de banken. Sumo wordt ook vaak in verband gebracht met omkoping.

De 29-jarige Akebono is een product van zijn sport en zeker geen mysterieuze persoon. Hij is geboren op het Amerikaanse eiland Hawaii en ging aanvankelijk als Chad Rowan door het leven. Hij heeft de Japanse nationaliteit aangenomen, maar daar heeft de naamsverandering niets mee te maken. Alle sumo-worstelaars hebben een speciale naam als ze het strijdperk betreden. Akebono heeft de hoogste rang, maar hij heeft sinds vorig voorjaar geen toernooi meer gewonnen. In totaal werken de worstelaars zes toernooien per jaar af, over het hele land verspreid. Ze worden allemaal integraal op de Japanse televisie uitgezonden.

Akebono is niet de enige worstelaar van buitenlandse afkomst. De Amerikaanse atleten worden het stadion binnengeleid door hun voormalige landgenoot Fiamalu Penitani, eveneens geboren op Hawaii maar tegenwoordig beter bekend als Musashimaru. De 200 kilo wegende Musashimaru heeft het laatste toernooi op zijn naam geschreven. Ook de Britten worden geleid door een Engels-sprekende worstelaar. Deze Yamato werd geboren onder de naam George Kalima, eveneens op Hawaii.

De massief gebouwde Hawaiianen zijn de zwaargewichten onder de worstelaars. Pas de laatste jaren zijn de beoefenaars vetter geworden. Voorheen waren de sumo-worstelaars ook fors, maar aanmerkelijk minder dikbuikig. Door het extra gewicht kan de tegenstander eenvoudiger uit de ring worden geduwd. Als nadeel geldt dat zo'n menselijke 'bulldozer' eerder uit zijn evenwicht raakt, sneller omvalt en daardoor de partij verliest.

De sumo-worstelaar heeft vooral als jonge leerling een zware tijd. Het dagelijks leven in een 'stal' doet denken aan een klooster. Enkele buitenlandse worstelaars zijn spoedig teruggekeerd naar hun geboorteland. Maar succesvolle sumo-worstelaars doen het financieel uitstekend en zijn ondanks de vette lijven uitermate populair bij vrouwen. Ze hebben geen enkele moeite een bruid te vinden. Bij de beelden van een dergelijke reus op zijn trouwdag met een poppetje van zo'n veertig kilo naast zich, kan men slechts verbaasd zijn dat de poppetjes de eerste huwelijksnacht altijd overleven.

Opvallend aan sumo-worstelaars is hun zachte, bescheiden manier van praten. Een interviewer op televisie mag al blij zijn als een sumo-worstelaar na een toernooizege met ja of nee antwoordt op zijn vragen. Amerikaanse boksers hebben de gewoonte zo veel mogelijk imponerende taal uit te schreeuwen. In Japan doet een sumo-worstelaar zijn best om over te komen als een verlegen lobbes die in het dagelijks leven nog geen vlieg kwaad zou doen.

Bij de openingsceremonie in Nagano worden ook de Mongoolse deelnemers geleid door een landgenoot. Deze Kyokushuzan is in Mongolië ter wereld gekomen onder de naam Batbayar Davaa. Kyokushuzan is een zeer populaire, rijzende ster. Hij behoort tot het zestal Mongolen dat in 1992 naar Japan is gehaald. Deelname van Mongoolse atleten aan de Winterspelen was lange tijd onzeker. Kyokushuzan was dan ook verheugd toen een Mongoolse langlaufer zich als eerste wist te kwalificeren. Een tweede Mongool, Kyokutenho, begeleidt de afvaardiging van Trinidad.

De aanwezigheid van de Mongolen zegt iets over de oorsprong van sumo. De sport heeft geen Japanse maar een Noordoost-Aziatische achtergrond. Ook Mongolië en Korea kennen een variant van het sumo, respectievelijk bokh en ssirum geheten. Op het Koreaanse schiereiland zijn graftekeningen gevonden uit de vierde eeuw waarop ssirum-worstelaars zijn afgebeeld.

Behalve de Verenigde Staten hebben Griekenland, als bakermat van de Spelen, en Japan een worstelaar van hoge rang toegewezen gekregen. De Griekse atleten worden vannacht als eerste groep het stadion binnengeleid onder aanvoering van Takanonami, momenteel kandidaat voor de hoogste rang van yokozuna. Japan wordt aangevoerd door de iets minder succesvolle worstelaar Wakanohana.

De Nederlandse afvaardiging moet het stellen met één van de mindere goden. De 33-jarige Daizen is een tweedeklasser die 152 kilo weegt. Hij behoorde ooit tot de subtop maar is inmiddels afgezakt naar de middenmoot. Wellicht kunnen de Nederlandse deelnemers aan de Spelen hoop putten uit zijn naam: 'Grote Deugd'.