Beschermheren van Europa's monumenten; Europa Nostra bestaat 35 jaar

“De eenwording van Europa is niet alleen een economische of monetaire kwestie, ook culturele banden zijn essentieel.” Daarom zet de organisatie 'Europa Nostra' zich al 35 jaar in voor het behoud van architectonisch en natuurlijk erfgoed op Europees niveau, zegt jonkheer Daniel Cardon de Lichtbuer, uitvoerend president van Europa Nostra.

Europa Nostra, Lange Voorhout 35, 2514 EC Den Haag. Tel. 070-3560333, fax 070-3617865. Het lidmaatschap voor individuen en kleine organisaties bedraagt ƒ 100 per jaar. Grote instellingen betalen ƒ 330 per jaar.

De restauratie van het Hilversumse stadhuis, eind jaren twintig ontworpen door de architect Willem Marinus Dudok, is vorige week in Brussel bekroond door een internationale jury van Europa Nostra. Europa Nostra is een onafhankelijke, non-profit organisatie die zich inzet voor het behoud van Europa's architectonische en natuurlijke erfgoed en die dit jaar 35 jaar bestaat. Jaarlijks organiseert het gezelschap een concours waarvoor voltooide restauratieprojekten uit heel Europa kunnen worden ingezonden, het Europa Nostra Award Scheme.

De Europees Commissaris voor Cultuur, Marcelino Oreja, reikte vorige week in Brussel de prestigieuze prijs uit aan de zes medaillewinnaars uit België, Frankrijk, Hongarije, Nederland, Polen en Engeland. Voor Nederland nam de heer B. Smit, wethouder van de gemeente Hilversum, de oorkonde in ontvangst. Er is geen geldbedrag verbonden aan de prijs.

De bekroonde restauratie van Dudoks stadhuis van Hilversum heeft zeven jaar geduurd en koste 35 miljoen gulden. Het is het eerste grote, in ere herstelde monument van de jonge bouwkunst in Nederland. “We zijn zeer verheugd met deze eervolle Europese prijs”, vertelt ir. G.W. van Hoogevest van het architectenbureau dat voor de restauratie verantwoordelijk is. “Het bewijst dat jongere bouwkunst steeds meer waardering krijgt. Het Hilversumse raadhuis is Dudoks onbetwiste meesterstuk vanwege de fantastische compositie. Het wordt nog steeds als raadhuis gebruikt en is vrij van verminkingen. De gele bakstenen waren na ruim zestig jaar volledig kapotgevroren en we hebben 750.000 nieuwe moeten laten bakken. Voor de vervanging van de stalen ramen, die zorgen voor het ranke profiel waar Dudok zo van hield, hebben we jaren research moeten doen. Uiteindelijk vonden we een fabriekje in Engeland dat ze kon produceren.”

Het herstel van het raadhuis was de eerste stap in een reeks van Dudok-restauraties in Hilversum. Inmiddels zijn ook zijn houten sporttribune en zijn bakstenen pompgemaal uit 1920 gerestaureerd. “Nu is kleuterschool Nienke van Hichtum aan de beurt”, aldus de heer A. den Dikken, projectleider monumentenzaken bij de gemeente Hilversum, “Daarna volgen meer scholen, zoals de Snellius-, de Bavinck- en de Rembrandtschool. We beschouwen de Europa Nostra-prijs vooral als een stimulans om door te gaan. Het bewijst dat ons project het lokale en nationale belang overstijgt.”

Internationale erkenning valt ook ten deel aan de andere laureaten (5 medaille- en 29 diplomawinnaars), waaronder bijvoorbeeld een honderd jaar oude carrousel in het stadspark in Boedapest en de Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen, een museum dat de kunstcollectie van de Deense bierbrouwer herbergt en onlangs van een nieuwe galerij werd voorzien. Het Duitse dorp Tittmoning werd bekroond voor het jarenlange, zorgvuldige herstel van de oude binnenstad, waarbij werd vermeden er een openluchtmuseum van te maken. Op het Griekse eiland Santorini werd een prijs toegekend aan een negentiende-eeuwse villa die door privé initiatief volledig in oude stijl is hersteld en nu als hotel en kunsthistorisch museum dienst doet. Crom Estate in Noord-Ierland tenslotte werd gelauwerd vanwege de prachtige manier waarop zowel het landhuis als het park eromheen in oude luister zijn hersteld en toegankelijk gemaakt voor publiek.

Verzet

Europa Nostra, waarvan het hoofdkantoor in Den Haag is gevestigd, is een zogenoemde paraplu-organisatie die beschikt over een groot netwerk van leden in drieëndertig Europese landen. Zij bundelt instellingen en personen die het architectonisch en natuurlijk erfgoed willen behouden en voor wie kwaliteit en duurzaamheid trefwoorden zijn bij stads- en landschapsplanning. Haar leden verzetten zich bijvoorbeeld tegen het rigoureus slopen van oude gebouwen of het opofferen van natuurgebieden: zij lobbyen voor de bescherming van kustgebieden of houden zich bezig met managementproblemen van natuurparken of met de verkeerscirculatie in drukke oude stadscentra.

Op voorstel van de leden neemt Europa Nostra, net als de Raad van Europa, resoluties aan waarmee zij beslissingen van verantwoordelijke bestuurders tracht te beïnvloeden. In Nederland ondersteunde Europa Nostra bijvoorbeeld een actie ter behoud van het Duitse Huis in Utrecht (het eeuwenlange onderkomen van de Orde van Teutoonse Ridders en eigendom van het Ministerie van Defensie) en een actie voor de bescherming van het Romeinse castellum in Vleuten-de Meern (waar men huizen en een weg wilde aanleggen over de archeologische belangrijke vindplaats heen).

Europa Nostra onderhoudt intensieve contacten met verantwoordelijken voor cultuurbehoud en milieuproblematiek binnen de Europese Commissie en de Raad van Europa en dient deze instellingen, gevraagd of ongevraagd, van advies. “We hebben de laatste jaren onze band met de Europese instituties geconsolideerd en geïnstitutionaliseerd”, vertelt jhr. Daniel Cardon de Lichtbuer, uitvoerend president van Europa Nostra. “Op die basis kunnen we nu onze rol spelen in het debat van het nieuwe Europa. De eenwording van Europa is niet alleen een economische of monetaire kwestie, ook culturele banden zijn essentieel. Op het gebied van bescherming van het cultureel erfgoed zijn wederzijdse kennisoverdracht en uitwisseling van ervaring van groot belang.”

Dit jaar viert Europa Nostra haar vijfendertigjarig bestaan. Zij doet dit door haar ledenvergadering en excursies alsmede één van haar studiereizen te laten plaatsvinden in haar land van oorsprong: Italië. In 1955 maakte een kleine groep invloedrijke Italianen zich zorgen over de onverschilligheid waarmee de Italiaanse overheid omsprong met in de oorlog beschadigde bouwwerken en kunstvoorwerpen. Er werd een vereniging opgericht ter bescherming van het Italiaanse erfgoed, met de naam Italia Nostra (Ons Italië). Begin jaren zestig riep The architectural review, een vermaard Engels architectentijdschrift, de Britten op Italië snel te bezoeken 'voordat de Italianen het volledig hebben vernietigd!'

Kastelen

Dat was het sein voor Italia Nostra om steun te zoeken buiten de Italiaanse grenzen. De hoogbejaarde markies J. de Amodio herinnert zich nog precies hoe het ging: “De secretaris-generaal van Italia Nostra, Attila Cenerini, wilde geld bijeen brengen voor het behoud van Venetië,” vertelt hij telefonisch vanuit zijn hotel in de Zwitserse Alpen, waar hij zijn vakantie doorbrengt. “Hij vond een medestander in een Franse zusterorganisatie waar mijn vrouw voorzitster van was, de Vieilles Maison Françaises, en in de Ligue urbaine et rurale, wier voorzitter Venetië ook een warm hart toedroeg. We voelden ons een beetje de drie musketiers van Venetië. De Unesco wilde ons niet steunen, maar de Raad van Europa wel. Geld hadden ze daar niet, maar ze stelden hun vergaderzalen aan de Avenue Kléber in Parijs ter beschikking. We besloten een federatie op te richten van alle nationale Europese organisaties die zich bezig hielden met de bescherming van het culturele erfgoed. Steun van de grootste en oudste organisatie op het gebied van het erfgoed, de National Trust, kregen we in de persoon van Hubert Howard, de man die toen de mooiste rozentuin van heel Rome bezat! Howard zou later de Britse oud-minister van Milieu, Lord Duncan-Sandys, als voorzitter aanbrengen.”

In november 1963 werd de nieuwe federatie opgericht, in aanwezigheid van Italia Nostra en de Associazione dei Centri Storici (Italië), de twee al genoemde Franse instellingen, de National Trust, de National Trust for Scotland en de Civic Trust (UK), de Irish Georgian Society (Ierland), de Schweizer Heimatschutz (Zwitserland) en de Nederlandse Bond Heemschut. Doelstelling was 'to safeguard monuments, sites and environments of historical, artistic or natural interest'. Unaniem werd voor de naam 'Europa Nostra' gekozen: het gaf aan dat het om heel Europa ging en werd in iedere taal begrepen. Ook werd zo het initiatief van Italia Nostra erkend.

“Er bestond al een andere, in 1949 opgerichte internationale organisatie,” vertelt markies De Amodio, “het Internationales Burgen Institut (IBI), dat zich vooral met het behoud van kastelen bezighield en waar ik toen voorzitter van was. IBI had een prachtig kantoor in kasteel Rozendael in Nederland. Ik vond dat Europa Nostra onderdak moest krijgen bij IBI, maar dat idee stuitte daar op grote weerstand. Later zijn de twee organisaties alsnog gefuseerd.”

De landelijke vereniging voor monumentenbescherming in Nederland, Bond Heemschut, heeft in de persoon van wijlen Anton de Zwaan een actieve rol gespeeld in de beginjaren van Europa Nostra. “De Zwaan droeg Europa Nostra een zeer warm hart toe”, herinnert de markies zich. “Hij had als het Europa Nostra betrof een soort missionaire gedrevenheid”, bevestigt de heer J.P.J. van der Haagen, directeur ruimtelijke en juridische zaken van Bond Heemschut. “Het bestuur van Bond Heemschut was terughoudend, maar de heer de Zwaan vond het nuttig en noodzakelijk erfgoedorganisaties in andere landen te mobiliseren. Hij heeft er privé veel geld in gestoken. De sfeer van een vriendenclub, van een 'ons kent ons' sprak hem, geloof ik, vanaf het begin aan.”

Vijfendertig jaar later wordt Europa Nostra's koepel bewoond door meer dan driehonderd organisaties, gemeenten, universiteiten en musea in drieëndertig landen. Alle zetten zich in voor bescherming van het architectonische en natuurlijke erfgoed en voor verbetering van het milieu. Een blik op het ledenbestand leert dat organisaties van zeer uiteenlopende aard en grootte bij Europa Nostra zijn aangesloten. Het Österreicher Burgenverein verkeert in het gezelschap van de Cyprus Architectural Heritage Organisation en de Nezávislá Pámatková Unie uit de Tsjechische Republiek. Danmarks Naturfrednings Foreningen en de Suomen Kotiseutiliitto uit Finland zijn collega's, net als La Demeure Historique uit Frankrijk, de Deutsche Stiftung Denkmalschutz, het Griekse Elliniki Etairia en de Federation of Associations for the Protection of Hungarian Cities and Villages. De National Trust, met zijn 1,3 miljoen leden veruit het grootst, bevindt zich in het gezelschap van de Friends of the Monuments of Cracow uit Polen en het pas opgerichte Russische Landscape Salvation Foundation.

Nederland levert ruim twintig leden, waaronder de Stichting Nationaal Contact Monumenten, het Prins Bernhard Fonds, de Bond Heemschut, de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen, Staatsbosbeheer en de gemeenten Arnhem, Dordrecht, Gouda en Naarden. Financieel draait Europa Nostra op ledencontributies, projectsubsidies van de Europese Commissie (bijvoorbeeld voor het Award Scheme) en commerciële sponsors.

Uitwisselen van ervaring, kennismaken met collega's over de grens, deelnemen aan internationale netwerken en congressen, op de hoogte blijven van Europese regelgeving, dat zijn de redenen voor organisaties om lid te worden van de Europese koepel.

Studiereizen

De heer Emil van Brederode, sinds 1980 directeur van het Nationaal Contact Monumenten (NCM), de Nederlandse koepel voor particuliere monumentenorganisaties, beschouwt Europa Nostra als een uitstekende bron voor informatie over allerlei Europese fondsen en voor mogelijkheden tot internationale samenwerking. “Via Europa Nostra blijf je goed op de hoogte van nieuwe internationale ontwikkelingen en regels. Ook je eigen leden kun je dan goed informeren. Zo'n initiatief tot de oprichting van de European Heritage Group, een netwerk van onafhankelijke, Europese erfgoedorganisaties, dat een voortdurende dialoog voert met de Europese Commissie, is een goede zaak.”

Ook de Stichting Menno van Coehoorn, opgericht in 1932 ter bescherming van buiten gebruik zijnde verdedigingswerken als monumenten van cultuur en historie en als natuurmonument, is al vele jaren lid van Europa Nostra. “Via de Wetenschappelijk Raad”, vertelt mevrouw Scheltema, tot voor kort secretaris van de Stichting, “maken wij deel uit van de internationale Fortress Study Group en werden wij tot medeoprichters van het International Fortress Council, dat steeds meer leden krijgt uit Noord-, Centraal- en Oost- Europa. We hebben echter nog nooit deelgenomen aan ledenvergaderingen of studiereizen. Dat is erg kostbaar.”

Ook als individu kun je lid worden van Europa Nostra. Je kunt dan deelnemen aan ledenvergaderingen, excursies en studiereizen en je wordt van internationale ontwikkelingen op de hoogte gehouden via het Europa Nostra Magazine en andere publikaties.

Mr. R. Barendsen, bewoner van kasteel Soelen en al jaren lid van Europa Nostra, vindt de studiereizen juist één van de meest aantrekkelijke kanten van zijn lidmaatschap. “Op zo'n reis verkeer je in een hoogstaand gezelschap van ontwikkelde mensen, die soms ook een kasteel bewonen, en met wie je kunt spreken over subsidieregelingen of fiscale kwesties. Je kunt kastelen van binnen bekijken die normaal niet open zijn voor publiek. Op die reizen heb ik, dankzij de introductie van Duitse adellijke families, kastelen en landhuizen kunnen bezoeken in bijvoorbeeld Frankrijk, Denemarken en Italië.”

“Het moet meer zijn dan een interessant reisgezelschap alleen”, vindt mr. J.H.L. Meerdink, directeur van het Prins Bernhard Fonds, een fonds dat ook een belangrijke monumenten-prijs kent. Zelf bezocht hij éénmaal een jaarvergadering van Europa Nostra, die in Polen in 1995. “Europa Nostra neemt veel resoluties aan en verstuurt deze naar allerlei instanties, maar of er ook daadwerkelijk iets mee gebeurt weet ik niet. Er zijn nogal wat organisaties die, naast elkaar, op dat gebied actief zijn. Er zou wat meer gefuseerd moeten worden, zoals Europa Nostra dat enkele jaren geleden deed met het Internationale Kasteleninstituut (IBI).”

Romeinse dakpannen

Europa Nostra fuseerde met het IBI tijdens het energieke Nederlandse voorzitterschap van de in 1992 overleden heer H.J. de Koster, die als oud-minister van Defensie en oud-voorzitter van de Assemblée van de Raad van Europa, een krachtige impuls gaf aan het werk van Europa Nostra. Het secretariaat werd van Londen overgeplaatst naar Den Haag en groeide in de loop der jaren van twee naar vijf medewerkers. De Koster vond een koninklijk beschermheer in de persoon van Prins Henrik van Denemarken en door zijn goede contacten binnen de Europese instellingen verstevigde hij de financiële basis van de organisatie. Ook bevorderde 'Opa Nostra' in Centraal- en Oost-Europese landen de oprichting van nieuwe organisaties voor het behoud van cultureel erfgoed en bracht ze via Europa Nostra in contact met collega's. Na zijn terugtreden werd het Hans de Koster Fund opgericht dat specialisten uit dat deel van Europa financieel in staat stelt deel te nemen aan Europa Nostra's vergaderingen en werkgroepen.

Volgend jaar ontvangt Europa Nostra haar leden in Nederland, in Arnhem, één van de Nederlandse steden die lid zijn. De laatste keer dat men in Nederland samen kwam was in 1990. De vergaderingen vonden toen plaats in het Vredespaleis en er waren excursies naar de Deltawerken en verschillende monumenten in Zeeland, Utrecht en Noord-Holland. Als afgevaardigde van Bond Heemschut nam mevrouw R. Verheyen deel aan de organisatie van het congres. “Het was een genot om met het echtpaar de Koster te werken”, aldus de oud-ambtenaar van de burgerlijke stand. “Wat kon de Koster met mensen omgaan. De Prins wil je leren kennen, zei hij dan. Onzin natuurlijk, hij wilde zelf dat je werd voorgesteld!”

In die tijd ondersteunde Europa Nostra Bond Heemschut bij de actie voor het behoud van het Romeinse Castellum in Vleuten-de Meern. “Recent is er nog een Romeins schip opgegraven van rond het begin van de jaartelling”, vertelt mevrouw Verheyen, “Het is 25 meter lang en ze hebben er een complete kist met gereedschap uitgehaald. De gemeenteambtenaren die voor het behoud daarvan weer eens geen cent willen uitgeven zouden daar nu eens op hun knieën naast moeten gaan liggen. Nederlanders hebben zo weinig cultuurhistorisch besef! Kinderen moeten met meer aandacht voor cultuur worden opgevoed, niet alleen thuis maar ook op school. Kijk eens naar de trots waarmee Engelsen of Fransen over hun culturele erfgoed spreken! Ik heb thuis, in een mand, enkele rode dakpannen van het Romeinse castellum. Ze worden anders toch maar vernietigd, werd mij verteld. Af en toe kijk ik ernaar. Die zijn 2000 jaar oud!”