Benito Mussolini (1883-1945); Uit liefde en angst voor de massa

Jasper Ridley: Mussolini. Constable, 430 blz. ƒ 93,75

Richard Lamb: Mussolini and the British. John Murray, 356 blz. ƒ 98,-

In Dux, een van de eerste biografieën van Mussolini, verschenen in 1926 en geschreven door zijn minnares en politieke leidsvrouwe Margherita Sarfatti, staat de volgende anekdote over de Italiaanse dictator. Een redacteur van een fascistisch dagblad heeft het stoutmoedige idee opgevat om een prijsvraag uit te schrijven voor de beste definitie van de persoonlijkheid van Mussolini. Als de Duce ervan hoort, sommeert hij de wedstrijd voor vijftig jaar op te schorten. 'Daar de afgevaardigde Mussolini verklaart zèlf niet precies te weten, wat hij is, wie hij is, zullen anderen het ook wel moeilijk weten', aldus de chef-redacteur later.

Inmiddels zijn we zeventig jaar en verscheidene biografieën van de Duce verder. Veel raadsels rond zijn persoon en politieke carrière zijn opgelost, maar toch blijft de 'vader van het fascisme' intrigeren. Dat komt onder meer door zijn zeer gevarieerde politieke levensloop: eerst socialist, vervolgens anarchist, dan fascist, schrijver, leider van Italië, onvermoeibaar vrouwenjager en een tragisch einde in een wereldconflict.

Hoewel ook in Nederland velen zich in de jaren twintig en dertig door het Italiaanse fascisme en de leider ervan lieten inspireren (bijvoorbeeld de kunstenaars Erich Wichman en Jan Toorop, de dichter H. Marsman en het schrijversechtpaar Carel en Margot Scharten-Antink, de succesauteurs van de Wereldbibliotheek), is met name de Engelse geschiedenis veel nauwer met het Italiaanse fascisme verweven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in Engeland onlangs twee studies over de Duce zijn gepubliceerd. Mussolini van Jasper Ridley, die al eerder een biografie publiceerde van de Italiaanse volksheld Garibaldi, brengt het meest volledig het leven van de Duce in kaart en plaatst diens persoon in de Italiaanse traditie. Mussolini and the British van Richard Lamb legt het accent op de diplomatieke betrekkingen in het Mussolini-tijdperk.

Een aantal aspecten springt in beide boeken in het oog: het geweld dat Mussolini's leven als een schaduw begeleidde, de eindeloze rij minnaressen, waarmee hij kan wedijveren met John F. Kennedy, zijn politieke slalomtechniek en de kansen die de Engelsen hebben gehad om de Italiaanse dictator uit de armen van Hitler te houden.

Rood nest

Voordat hij het zwarte hemd aantrok was Mussolini socialist en pacifist. Hij groeide op in een rood, revolutionair nest en leerde als kind zowel zijn hersens als zijn vuisten gebruiken. Zijn politieke scholing deed hij in Zwitserland op, waar hij een goed heenkomen had gezocht om de dienstplicht te ontduiken. Hij leerde er vloeiend Frans en maakte al snel furore in de Zwitserse socialistische beweging. In korte tijd maakte hij zich vertrouwd met het werk van Marx, Engels, Kropotkin, Kautsky en Nietzsche. Hij vond daarnaast tijd om Dante, Aristoteles, Plato en Machiavelli te lezen. Van de Franse syndicalist Gustave le Bon leerde hij de kunst om massa's te bespelen. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verklaarde Mussolini zich - net als Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht en Lenin - solidair met alle arbeiders en keerde hij zich tegen de Italiaanse interventie.

Dat Mussolini zijn anti-oorlogshouding uiteindelijk liet varen, kwam omdat hij niet de moed had als eenling tegen de stroom op te zwemmen. Koste wat kost wilde hij bij de massa's populair worden, en hij voelde goed aan dat de meerderheid van de Italiaanse bevolking nu eenmaal stond te popelen om aan het wereldconflict deel te nemen.

Het definitieve einde van zijn socialistische loopbaan volgde korte tijd later. Na een conflict met de Milanese afdeling werd Mussolini uit de gelederen van de partij gestoten. Hij staakte onmiddellijk zijn werkzaamheden voor de socialistische partijkrant Avanti! en begon, met geld van de Franse en Belgische regeringen, de eigen krant Il Popolo d'Italia, die direct een campagne lanceerde vóór een Italiaans bondgenootschap met de geallieerden. De ex-pacifist Mussolini trok uiteindelijk zelf ook het uniform aan, schopte het tot korporaal en keerde in 1917 zwaargewond van het front terug.

Daarna ging het snel opwaarts met zijn carrière. In 1919 richtte hij zijn Fasci di Combattimento op en nam hij aan de verkiezingen deel. De socialisten waren toen zijn grootste en hardnekkigste tegenspelers. Mussolini ging hen met geweld te lijf. Regelmatig ging een lokaal socialistisch partijkantoor in vlammen op. Geweld hoorde voor Mussolini bij het leven: het was een vast bestanddeel van de Italiaanse politieke cultuur. Ook de socialisten vonden dat een fikse rammelpartij bij de revolutie hoorde als wijn bij de maaltijd.

Gesteund door katholieken, republikeinen, nationalisten en de conservatieve middenklasse bracht Mussolini het in 1922 na een symbolische 'Mars op Rome' tot staatshoofd. Handig koppelde hij de rol van verantwoordelijk conservatief politicus aan die van de revolutionaire leider. Zo kon hij zich altijd van de gewelddadige acties van zijn volgelingen distantiëren, zonder hun steun te verliezen. Welk klimaat Mussolini had geschapen, werd duidelijk bij de moord op de socialistische afgevaardigde Mateotti. Die daad was wel op de fascisten, maar tot op heden niet op de Duce terug te voeren.

Gezonde reactie

Met name de Britse kranten reageerden positief. The Times noemde het fascisme 'een gezonde reactie' op de pogingen in Italië het bolsjewisme te verspreiden. Volgens Ridley is het niet verbazingwekkend dat de Engelsen zo positief over Mussolini waren. Veel Britten hadden zich altijd al op het standpunt gesteld dat parlementaire democratie niets was voor volkeren die politiek minder ontwikkeld waren dan de Engelsen. Onder zijn bewonderaars bevond zich Winston Churchill. In 1927 bezocht de toenmalige minister van Financiën het fascistische Italië. In een brief naar huis probeerde hij de sfeer van destijds weer te geven: 'Dit land maakt een gedisciplineerde indruk, is ordelijk, van goede wil en men ziet er overal lachende gezichten.' Aan Italiaanse journalisten verklaarde hij: 'Uw beweging heeft de hele wereld een dienst bewezen.' Mussolini noemde hij later zelfs 'een Romeins genie'. Zijn dankbaarheid uitte Churchill onder meer door de oorlogsschuld van Italië aanzienlijk te verminderen.

Meteen na zijn aanstelling werd Mussolini de Europese politiek ingetrokken, omdat Italië als politieke factor steeds meer betekenis kreeg. Een van zijn adviseurs in de buitenlandse politiek, was zijn joodse minnares Margherita Sarfatti. Van de vele vrouwen die Mussolini's levenspad kruisten was zij de belangrijkste. De eerste dertien jaar van zijn regime zou zij hem ter zijde staan en hem omtoveren van een impulsieve demagoog tot een geroutineerd politicus.

Haar afkomst roept vragen op over Mussolini's antisemitisme. Voordat hij in 1938 een bondgenootschap met Hitler sloot, had hij de nationaal-socialistische rassenpolitiek afgedaan als onzin. Maar daarna werden de rassenwetten officieel ook realiteit in Italië. Buitenlandse joden, die in Italië onderdak hadden gezocht, moesten binnen zes maanden het land verlaten. In de praktijk bleef de Duce echter weinig coöperatief. Ridley geeft het voorbeeld van Italiaanse officieren die Vichy-ambtenaren verhinderden joden te deporteren. En Lamb wijst op een actie in 1944 van Mussolini zelf. De Duitsers wilden toen de anti-joodse maatregelen aanscherpen. De Duce liet dit voornemen naar de pers lekken, met als gevolg dat vele joden konden onderduiken en de oorlog overleefden. Margherita Sarfatti had de bui al in 1938 zien hangen en was geëmigreerd naar Amerika.

Anti-Duits

Vier jaar eerder was Mussolini nog anti-Duits. Hij verijdelde Hitlers pogingen Oostenrijk te annexeren door openlijk partij te kiezen voor kanselier Dollfuss. Engeland negeerde dit succes en liet zo een gelegenheid voorbijgaan om de macht van Hitler te beperken. De Italiaanse inval in Ethiopië (het toenmalige Abessinië) zorgde vervolgens voor een verdere verwijdering tussen de beide naties. Londen stelde een weinig effectief olie-embargo in dat twee maanden na beëindiging van de gevechten werd opgeheven.

Na het conflict zou de Duce tussen de Engelsen en Hitler in blijven zwalken. Beide partijen hadden Mussolini als bondgenoot nodig. Zo werd zijn hulp ingeroepen om te bemiddelen in de Sudetencrisis. Dat resulteerde in 1938 in de conferentie van München waar Frankrijk, Engeland en Duitsland het lot bezegelden van Tsjecho-Slowakije en de oorlog een jaar werd uitgesteld.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bleef Italië uit opportunistische motieven neutraal. Maar op 10 juni 1940 nam Mussolini uiteindelijk de meest desastreuze beslissing van zijn politieke loopbaan. Hij schaarde zich aan Hitlers zijde en verklaarde de geallieerden de oorlog. Die fatale stap zou de Duce geen overwinningen of oorlogsbuit opleveren. In plaats daarvan moest hij de ene na de andere ramp aan zijn fascistische achterban verkopen, tot de Grote Raad van het Fascisme het genoeg vond en hem in juli 1943 liet arresteren.

Na zijn spectaculaire bevrijding door een Duitse commando-groep regeerde Mussolini nog even als een schim over een gedeelte van Italië. Maar in werkelijkheid handhaafden de Duitsers hier met dezelfde harde hand de orde als in andere bezette gebieden. Na een aanslag van partizanen in maart 1944 executeerden de Duitsers 335 gijzelaars, onder wie Mussolini's oude strijdmakker Aldo Finzi, die in 1922 deel had uitgemaakt van zijn eerste regering. De klachten die de Duce over dergelijke acties bij Hitler deponeerde, bleven meestal onbeantwoord.

Mussolini zelf moest de gifbeker leegdrinken. Zijn privéleven leek gelijke tred met zijn neergang te houden. Zoon Bruno kwam om bij een vliegtuigongeluk en zijn schoonzoon, de succesvolle diplomaat graaf Ciano, werd wegens verraad geëxecuteerd. Uit woede vluchtte zijn dochter naar Zwitserland; zij wilde haar vader nooit meer zien.

Op het laatste moment probeerde hij nog de geallieerden te benaderen en het linkse verzet te paaien met het plan Italië tot een socialistische republiek te maken. Van veel realiteitszin getuigde dit niet meer. Bij een vluchtpoging naar Zwitserland werd Mussolini onderschept door partizanen. Een dag later, op 28 april 1945, vond hij samen met zijn minnares Claretta Petacci het einde voor een vuurpeloton. Op hun lijken, die korte tijd ondersteboven aan een ijzeren balk van een pompstation op het Piazzale Loreto in Milaan bungelden, mocht de bevolking haar woede koelen.

Mussolini komt uit deze twee boeken naar voren als een ijdele dictator, die alle beslissingen toetste aan de meetlat van zijn eigen populariteit en die van de fascistische partij. De Italiaanse natie stond op de tweede plaats. Zonder Ethiopië-conflict en bondgenootschap met Hitler zouden veel Italianen de periode-Mussolini als een gouden tijd hebben ervaren, aldus Lamb. Maar ondanks zijn successen - het bekende 'op tijd laten rijden van de treinen', de kindervakanties, de bestrijding van de mafia en de populaire vrijetijdsorganisatie Dopolavoro - slaat de balans toch door naar de negatieve kant. In de woorden van de liberale politicus Augustine Birrell: 'Het is beter over een wereldfiguur te lezen, dan onder zijn heerschappij te leven.'