Beek checkt declaraties burgemeester

ROTTERDAM, 6 FEBR. De gemeenteraad van Beek zal over twee weken een oordeel vellen over mogelijke onterechte declaraties van burgemeester A. van Goethem. Dat heeft de raad gisteravond besloten. De raad kan vanaf maandag alle stukken met betrekking tot de declaraties inzien.

De raadsleden kwamen gisteren in een speciale zitting bijeen naar aanleiding van een publicatie in Dagblad De Limburger.

Daarin wordt gesteld dat Van Goethem over de jaren 1992-1996 naar schatting enkele duizenden guldens ten onrechte aan onkostenvergoeding zou hebben ontvangen. Hij zou privéreizen als dienstreizen hebben gedeclareerd. Ook zou hij ten onrechte parkeerkosten hebben gedeclareerd en te hoge lunchdeclaraties hebben ingediend. Op achttien gulden verkeerd gedeclareerde parkeerkosten na, ontkent Van Goethem alle beschuldigingen.

Bij de president van de rechtbank in Maastricht dwong van Goethem af dat Dagblad De Limburger een weerwoord moest afdrukken bij het artikel over zijn declaratiegedrag.

De krant drukte dit gisteren in verkorte vorm en voorzien van commentaar af. Van Goethem is hier zeer ontevreden over. Hij zei gisteren in de gemeenteraad dat hij rectificatie eist en anders opnieuw een kort geding tegen het dagblad zal aanspannen.

Dagblad De Limburger en de journalistenvakbond NVJ zijn verbaasd over het vonnis van de Maastrichtse rechtbankpresident. Zij gaan in hoger beroep. Ook in mediarecht gespecialiseerde juristen plaatsen vraagtekens bij het vonnis. Volgens hoogleraar mediarecht G. Schuijt is het vonnis in strijd met de grondwet. Het artikel over de vrijheid van meningsuiting bepaalt dat niemand vooraf toestemming nodig heeft voor een publicatie. “Tegen uitlatingen die niet door de beugel kunnen, kan slechts achteraf worden opgetreden”, aldus Schuijt.

Ook onderstreept Schuijt dat er, anders dan de president van de Maastrichtse rechtbank lijkt te veronderstellen, geen wettelijk recht op wederhoor bestaat. “Als een journalist een bepaalde misstand heeft ontdekt, de feiten tienvoudig heeft gecheckt en die keihard kan aantonen, is het niet nodig om vooraf gelegenheid tot commentaar te geven.”

Advocaat E. Dommering wijst erop dat het Nederlandse recht, anders dan dit vonnis suggereert, geen 'recht op weerwoord' kent.

Frankrijk en België kennen dit recht wel, maar dit is altijd pas na een publicatie van toepassing en niet gelijktijdig ermee, zoals in het vonnis tegen Dagblad De Limburger.