Arafat geeft twee beramers aanslag strafvermindering

JERUZALEM, 6 FEBR. Twee Palestijnse leden van de Islamitische Jihad, die in 1995 door een rechtbank in Gaza waren veroordeeld wegens het beramen van een aanslag in Israel, hebben strafvermindering gekregen. De Palestijnse leider Yasser Arafat heeft besloten hun straffen, respectievelijk 15 en 20 jaar, tot 5 jaar te verlagen. Aziz al-Shami en Omar Shallah komen over twee jaar vrij. Na afloop van Eid al-Fitr, het feest aan het slot van de vastenmaand Ramadan, verleende Arafat in totaal 31 gevangenen amnestie of strafverkorting.

Arafats actie heeft opschudding veroorzaakt in Israel. Een krant kopte verontwaardigd: “Terroristen vrijgelaten”. David Bar-Ilan, woordvoerder van premier Benjamin Netanyahu, noemde het een “ontmoedigende daad van Arafat”. Voor zijn doen zijn dit overigens ongewoon zwakke termen. Waarschijnlijk had hij in zijn achterhoofd wat de kranten niet meldden: dat er nu in Haifa twee Palestijnen terechtstaan die in 1996 door het Israelische leger werden gearresteerd wegens het beramen van dezelfde aanslag. Zij hebben bekend, en zeggen dat de twee gevangenen in Gaza onschuldig zijn.

Bij de aanslag in Beit Lid, die in januari 1995 door Palestijnse zelfmoordenaars werd gepleegd, lieten 21 Israelische soldaten en een burger het leven. Op last van de Israelische veiligheidsdienst arresteerde de Palestijnse politie kort daarop de 'breinen' Al-Shami en Shallah. Zij werden in februari 1995 door een Palestijnse militaire rechtbank schuldig bevonden aan lidmaatschap van de Islamitische Jihad en het organiseren van de aanslag. De twee houden vol dat ze onschuldig zijn. Maar volgens de regels van de militaire rechtbank, die in het holst van de nacht opereert met sessies van soms maar vijf minuten, mochten zij geen advocaat in de arm nemen. Zij konden evenmin tegen het vonnis in beroep. Op 29 november 1997, na bijna drie jaar cel, gingen zij in hongerstaking. Op 15 januari werden zij in een ziekenhuis in Gaza opgenomen.

Al-Shami en Shallah zijn niet de enige Palestijnen die waarschijnlijk ten onrechte gevangen zitten. In Jericho worden twee leden van de linkse oppositiepartij Volksfront voor de Bevrijding van Palestina vastgehouden, wegens hun vermeende aandeel in de moord op Israeliërs in Wadi Kelt in 1996. Ook zij werden op last van Israel door de Palestijnse politie in de kraag gevat. Een derde verdachte van dezelfde groep, die in Israel was gearresteerd, is intussen wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.

Khader Shkiraat, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie LAWE in Jeruzalem, heeft er herhaaldelijk bij Arafat op aangedrongen om de twee in Gaza een nieuw, eerlijk proces te geven voor een niet-militaire rechtbank. Arafat zou, op grond van de bekentenissen van de verdachten in Haifa, al enige tijd overtuigd zijn van de onschuld van Al-Shami en Shallah. Maar hij vreesde de storm van protest die gratie, ongeacht de feiten, in Israel en de Verenigde Staten zou veroorzaken. De twee landen wijzen hem geregeld terecht omdat hij te weinig aan terrorismebestrijding zou doen. Om die reden weigert Israel al een jaar nieuwe troepenterugtrekkingen in de Westelijke Jordaanoever uit te voeren, waardoor het vredesproces in een ernstige impasse is geraakt.

Arafats besluit om de twee toch nog twee jaar vast te houden wegens hun lidmaatschap van de verboden Islamitische Jihad, wordt beschouwd als een compromis tussen de waarheid en Arafats wens om het vredesproces nog een kans te geven.