Waar het begint

Wie heeft vroeger niet met iemand in de klas gezeten die voortdurend gepest werd? En wie heeft er iets aan gedaan? Pestgedrag in het schoollokaal is iets van alle tijden, maar pas de laatste jaren worden de problemen van de slachtoffers - en de daders - serieus genomen. Uit een landelijk onderzoek begin jaren negentig bleek dat ruim zestig procent van de basisschoolleerlingen in Nederland 'wel eens' wordt gepest. Acht procent wordt ten minste één keer per week gepest. Dat zijn er twee per klas.

Bij pesten op school spelen dezelfde mechanismen als bij pesten op de werkplek. “Kinderen die gepest worden doen vaak andere dingen dan de meeste leeftijdsgenoten in hun omgeving. [...] Ze zijn majorette en zitten niet op ballet (of andersom). Hun ouders zijn gewoon getrouwd en niet gescheiden (of andersom)”, schrijft de Stichting Jeugdinformatie Nederland (SJN) op de Internet-site 'Kinderen pesten kinderen' (www.sjn.nl/pesten).

Pesten kan beginnen als een spelletje. “Het pestende kind merkt dat het succes heeft en dat smaakt naar meer. [...] Ook kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, spelen een rol. Doordat zij de gepeste kinderen niet steunen of de pester stoppen, kunnen de pesters vrijelijk hun gang gaan”, aldus de SJN (030-2394433).

Om het pesten op scholen tegen te gaan, is een aantal initiatieven ontwikkeld. Zo zijn er voorlichtingspakketten gemaakt waarmee leraren in de klas het probleem aan de orde kunnen stellen, er worden spotjes getoond op televisie en er is door vier ouderverenigingen in het onderwijs een 'pestprotocol' voor scholen opgesteld. Gericht advies en begeleiding voor slachtoffers en de ouders wordt gegeven door het RIAGG en soms door de GG&GD.