Voor lezers onbekende bronnen

Afluisteren, dat zouden alle journalisten wel willen, maar dat mag alleen een officier van justitie. Of nog beter: vlieg tegen het plafond, met een héél klein potloodje en een héél klein opschrijfboekje. Next best is het dossier dat zomaar op het bureau gefladderd komt.

Zo werd zondagavond in de brievenbus van Raamgracht 4 van Vrij Nederland een witte envelop (A3-formaat) gevonden. Adressering in uit kranten gescheurde letters: J. Slats. Uit de envelop kwam een bosje fotokopieën, transcripties van gesprekken uit de Sorgdrager-Steenhuis-affaire. Een geschenk uit de hemel, waarmee een reconstructie in één klap de geur van betrouwbaarheid krijgt, ook in sfeerschildering. Want wie zou het volgende dialoogje, waarin Dolman en Sorgdrager hun diepste gedachten over openbaarheid geven, kunnen bedenken? Op een zeker moment zegt Dolman, dat het hem redelijk lijkt om alle gesprekspartners 48 uur de tijd te geven om het rapport te lezen.

Sorgdrager: “Ja, dat begrijp ik wel. Dat is ook correct. Maar ik zet even... Alles wordt gelekt, hè.”

Dolman: “Dan zou misschien de vorm gevonden kunnen worden dat u bepaalt - laat ik het cynisch zeggen - wanneer de zaak zou kunnen lekken. Dat u dan inmiddels bent voorbereid op een reactie. Op dat moment zouden er afschriften naar de gesprekspartners kunnen met het voornemen uwerzijds om dan nog vierëntwintig of achtenveertig uur radiostilte te betrachten. Maar als een ander zich daar niet aan houdt, dan kunnen ze het krijgen.” (...) Overigens blijkt uit het verhaal, dat procureur-generaal Steenhuis al gevonnist was vóór het gesprek met Dolman, waarin hij zijn visie kon geven. De minister had namelijk via haar secretaris-generaal laten weten, dat Steenhuis kon kiezen uit drie mogelijkheden: opstappen, een officiële berisping accepteren, of via een persbericht excuses aanbieden. Steenhuis werd daar heel boos over.

Slats citeert hier en daar uit telefoongesprekken, maar geeft geen bronvermelding en neemt dus veel voor eigen rekening. Slechts één maal komen de onvermijdelijke anonieme 'intimi van Docters van Leeuwen' aan het woord. Die vertellen dat hij compleet overstuur raakte, toen hij ervan overtuigd raakte dat Sorgdrager hem zou ontslaan. Het klinkt allemaal authentiek, dus we geloven het.

Dat geldt ook voor de verhalen van Ko Colijn en Paul Rusman, het bekende medewerkers-duo buitenland van VN. Degelijke mannen, ze vertellen altijd precies wat er gebeurd is in Irak of Afghanistan, met het gemak van hun autoriteit leggen ze uit wat er in het Pentagon of bij de CIA is gezegd.

Aangezien ze daar niet bij zijn geweest en VN geen budget heeft om veel te reizen, hebben ze dus ontzaggelijk veel kranten en tijdschriften gelezen. Maar welke wél, en welke niet, wie te vertrouwen is en wie niet - dat blijft hun beroepsgeheim.

Ik bedoel dit niet als verwijt - alle correspondenten en de meeste commentatoren putten uit voor de lezer onbekende bronnen - maar als een existentiële journalistieke verzuchting.

Hinderlijker is wanneer een schrijver zelfs niet anoniem citeert, maar zich beroept op vage sentimenten. Zoals in het omslagartikel van Elsevier 'BOLKESTEIN ALS PREMIER'. De schrijver mijmert op vage toon dat B. premier 'zou kunnen worden' - mits en indien. Hier zelfs geen sappige citaten, maar 'het heet dat', 'critici beweren', 'zo wordt gevonden'. Dat zou allemaal geschrapt moeten worden.

Allerminst anoniem is de onthulling in Vrij Nederland (van Joost Zwagerman, met kennelijk genoegen), dat literatuur-criticus Arjan Peters twee hoofden, of beter gezegd twee schrijfmachines bezit. Peters heeft jarenlang boeken van Nederlandse schrijvers (o.a. Zwagerman) in de Volkskrant afgekraakt. Maar tezelfdertijd schreef hij enthousiaste aanbevelingen voor diezelfde boeken in Six Books, een periodiek voor het buitenland van het Literair Produktiefonds. Wat in De Volkskrant onnozel, lorrig of kitscherig heette, werd in Six Books smakelijk, vol vaart of speels. Rudi Wester, de directeur van het Fonds, vindt het allemaal doodgewoon en betreurt dat de virtuoos ermee gestopt is. Helaas was Janus Peters niet bereikbaar voor commentaar.