Truus en Ali gaan besturen

AMSTERDAM. Bij het bordje 'Tot ziens in Osdorp' begint plots een fietspad: het aangrenzende stadsdeel Slotermeer heeft een beter fietspadenbeleid dan Osdorp. De hoofdstad is uiteengevallen in dorpjes alwaar een besmettelijk virus heerst: de buurtpartij.

Maar liefst twintig buurtpartijen willen meedoen aan de deelraadsverkiezingen in maart. Ze noemen zich Bewoners Belangen Bos en Lommer, Slotervaart Leefbare Tuinstad, Zuid- en Pijpbelangen. En ze richten zich op 'hun' buurt.

Ze zijn als paddestoelen uit de grond geschoten, en dat is niet voor niets. De klacht weerklinkt van de Bijlmermeer tot in Amsterdam-Noord: 'Het' luistert niet. 'Het': de deelraden, nu nog gedomineerd door de landelijke partijen. “In Amsterdam worden plannen beraamd door beroepspolitici, ambtenaren en projectontwikkelaars. Als alles beklonken is, volgt het inspraakrondje”, zegt een buurtbewoner in Osdorp, alwaar een conflict rondom tramlijn 1 is ontstaan. Hetzelfde geluid is te horen in Stadsdeel Westerpark. Daar pleiten buurtbewoners vergeefs voor het behoud van goedkope woningen. In Amsterdam-Noord zagen bewoners hoe, ondanks protest, hun buurthuizen werden dichtgetimmerd, waarna de criminaliteit toenam. Het vertrouwen in de politiek is weg, zeggen de nieuwe buurtpolitici-in-spe. Ze herkennen zich niet meer in de bestaande politieke partijen.

Ze geven vooral de PvdA en GroenLinks ervan langs. Die zijn, vinden de buurtpartijen, in de ban van ambitieuze projecten en willen het imago van 'achterstandswijken' opkrikken met heringerichte pleinen en mooie plantsoenen. Een cosmetische opknapbeurt.

“Ze gaan eerst voor steen. Pas dan voor mensen”, zegt Jan Vermij, lijsttrekker van de net opgerichte Buurt Aktie Partij (BAP) in stadsdeel Zeeburg. Volgens hem worden de armoede, de drugsoverlast en de probleemjongeren in zijn wijk door zijn stadsdeelbestuur zelfs ontkend. Subsidiepotjes op het stadhuis blijven onaangeroerd. “We zijn met z'n allen de weg kwijt.” Hij zegt er alles aan gedaan te hebben om GroenLinks en de PvdA op het “juiste spoor” te houden. Het is mislukt. Vermij heeft de Buurt Aktie Partij opgericht met pijn in zijn hart, want het resultaat is versplintering. In zijn stadsdeel vechten twaalf partijen om zeventien zetels. Je zou verwachten dat de buurtbewoner met aversie tegen de politiek, een niet-stemmer wordt of een actiegroep opricht. Maar nee, de antiparlementaire beweging wil de deelraad in. Tegenwoordig gaan Truus, Gerrit en Ali het zelf maar eens proberen.

Truus die van bomen houdt en er meer van in haar stadsdeel wil planten. Gerrit die geen auto op zijn stoep wenst. Ali die gaat pleiten voor gratis saz-les voor de Turkse jongeren in zijn wijk. Deze Truus, Gerrit en Ali gaan in maart waarschijnlijk hun wijk meebesturen, gebroederlijk of ruziënd met andere (buurt)partijen in de raad.

Elke wijk in Amsterdam vecht voor zijn eigen belangen. Buurtpartijen achten zich daar, bij uitstek, geschikt voor. De landelijke partijen zouden over te weinig 'wijkgevoel' beschikken. Dat komt mede omdat een landelijke partij gebonden is aan een, soms lastig, landelijk program. Daar heeft een buurtpartij geen last van. Niet zelden ontbreekt een samenhangende maatschappijvisie. De Veilige Wijk, daar draait het meestal om.

“Wat heb je aan het leven als je tachtig wordt en 's avonds niet meer veilig over straat kan gaan”, aldus een pamflet van Leefbaar Amsterdam '92, een buurtpartij in stadsdeel Oud-West.

De buurtpartij is een spiegel voor de gevestigde partijen en vooral een reden tot zorg. Buurtpartijen kunnen niet terugvallen op een landelijk kader. Ze kunnen geen beroep doen op een afvaardiging in Den Haag, terwijl dat nodig is om bijvoorbeeld kwesties in de volkshuisvesting te bepleiten.

En kan er nog wel bestuurd worden? Om effectief te kunnen besturen, moet je kunnen rekenen op tamelijk vaste verhoudingen in de raad, op een stabiele (coalitie)meerderheid. Maar waar staan die buurtpartijen voor? Welke allianties gaan ze sluiten en met wie? En, laten we wel wezen: menig nieuwe buurtbestuurder bedoelt het goed, maar is niet voor zijn taak toegerust.

Truus krijgt te maken met ingewikkelder materie dan haar groen. Ze moet besluiten nemen over de stedelijke vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden, een ontwikkeling die voor bewoners ingrijpende gevolgen heeft. Ali op zijn beurt moet de drugsoverlast in zijn wijk zien te bestrijden. En Gerrit moet oplossingen vinden voor probleemjongeren in zijn buurt. Laten we hopen dat Ali, Gerrit en Truus worden bijgestaan door deskundige ambtenaren.

In het ergste scenario staat Amsterdam aan de vooravond van een bestuurlijke ramp - en anders aan een interessante herschikking van het politieke spectrum.