Trou Moet Blycken

Multatuli (1820-1887)

Daar is een kracht, uit hoger kracht gesproten

Die 't zinkend hart des mensen schoort

Die 't opvoert naar een hoger oord

Die 't vastklemt, als de stam z'n loten

Die aan de kim der toekomst rijst

Op d'adel van onze afkomt wijst

En vast doet houden aan 't begeren

Om tot die afkomst weer te keren.

Daar is een gloed die alles kleurt

En 't laagste hoog maakt. Die het leven

Door winterproza wreed ontgeurd

De lenteschoonheid weer kan geven.

Daar is een hand die wenkt en noodt

Om weer te keren waar wij waren

Vóór ons deze aarde een wijkplaats bood

Voor weinig, ras vervlogen jaren.

Die kracht, die gloed, die hand, 't is poëzie!

Zij leeft in alles, overal! O, zonder haar

Hoe dor en guur waar 't leven! Wie

Wie derft haar warmte, en noemt zich levend? Waar

Ontbreekt haar gloed geheel? Zie rond

En luister! Luister naar de klanken

Van 't suizend loof dat weemoed kweekt

Dat van geloof en hoop en liefde spreekt

En opwekt om te bidden en te danken.

Zie rond

't Is alles poëzie...

[fragment]

Als ik in één woord zou moeten samenvatten wat poëzie voor mij is, dan zou ik zeggen - waarheid. Een zinnelijke waarheid, een bovenzinnelijke waarheid, het maakt niet uit. Mits er - godbewaarme - geen morele of nuttige waarheid wordt bedoeld. Poëzie is de waarheid van een sensatie die een ogenblik intens aanhoudt en van hoge kwaliteit is. Beauty is truth, truth is beauty.

Al liegt de dichter dat hij scheelziet, hij liegt nooit. Daarin schuilt het eeuwige misverstand met de Droogstoppels. Voor Droogstoppel betekent waarheid betrouwbaarheid en degelijkheid - morele categorieën. 'Ik zeg: waarheid en gezond verstand, en daar blijf ik bij,' oppert hij meteen al aan het begin van de Max Havelaar. 'Voor de Schrift maak ik natuurlijk een uitzondering. De fout begint al van Van Alphen af, en wel terstond bij de eerste regel over die 'lieve wichtjes'. Wat drommel kon die oude heer bewegen zich uit te geven voor een aanbidder van mijn zusje Truitje die zere ogen had, of van mijn broer Gerrit die altijd met zijn neus speelde?'

Voor de Schrift maak ik natuurlijk een uitzondering... Een staaltje van de ironische tussendoortjes van de Multatuli die de Droogstoppel verzon. De Schrift is immers niets dan de waarheid, en uitgerekend de Schrift staat vol verzinsels, feitelijke onmogelijkheden, wonderen, gegoochel met getallen en met tijdrekening. Het is een Droogstoppel niet toegestaan daar poëzie in te zien.

De dichter die een druipoog en een neuspeuteraar 'lieve wichtjes' noemt is voor Batavus Droogstoppel een verwerpelijke leugenaar. Ook de poëzie dient bij hem gemeten te worden met de klok en de weegschaal.

'Ik heb niets tegen verzen op-zichzelf', vervolgt hij verderop. 'Wil men de woorden in gelid zetten, goed! Maar zeg niets wat niet waar is. 'De lucht is guur, en 't is vier uur'. Dat laat ik gelden, als het werkelijk guur en vier uur is. Maar als 't kwartier voor drieën is, kan ik, die mijn woorden niet in gelid zet, zeggen: 'de lucht is guur, en 't is kwartier voor drieën'. De verzenmaker echter is door de guurheid van de eerste regel aan een vol uur gebonden. Het moet voor hem juist vier, vijf, twee, één uur wezen, of de lucht mag niet guur zijn. Daar gaat hij dan aan 't knoeien! Of het weer moet veranderd, óf de tijd. Eén van beiden is dan gelogen.'

Het is een aanstekelijke tirade en misschien heeft die aanstekelijkheid er voor gezorgd dat veel Batavieren zich sindsdien in soortgelijke opinies over de poëzie gelegitimeerd bleven voelen. Dichters horen controleerbaar te zijn -geschikt voor koninginnedag, preekstoel en schoollokaal. Dichters horen iets van een ethisch vaandel hoog te houden. Dichters horen dat in elk geval! nuchter en prozaïsch te zijn. Al lijkt er veel veranderd in het beeld dat we van poëzie hebben, ik ben ervan overtuigd dat er onbewust en onuitgesproken bij menige Nederlander nog veel van die Droogstoppel-opinie doorsuddert. Het verhaal van De lucht is guur / En 't is vier uur doet denken aan het mooie verhaal over Tennyson's regels

Every minute dies a man Every minute one is born

die aan een Engelse Droogstoppel de opmerking ontlokten dat de wereldbevolking er dan op vooruit- noch op achteruitging. Deze Droogstoppel heette Charles Babbage (1792-1871), de oervader van onze computer. Hij stelde Tennyson voor zijn dichtregels te veranderen in: 'Elke minuut sterft er een mens, en elke minuut wordt er één-en-een-zestiende geboren'.

Wie de wetenschap op de poëzie toepast verminkt de poëzie. Niet alle gevallen zijn zo absurd. Zonder dat we er erg in hebben toetsen we poëzie vaker dan ons lief zou moeten zijn op de juistheid van haar informatiegehalte. Poëzie is wel waarheid, maar niet die waarheid.

Multatuli heeft de Droogstoppel-benadering ongenadig vastgelegd. Dacht hij er zelf ook zo over? Hij is wat poëzie betreft merkwaardig tweeslachtig. Hij schrijft bijgaande hymne waarin de poëzie 'n soort Al-Wezen is. Hij produceert met het lied van Saïdjah de subliemste tearjerker van de negentiende eeuw. Tegelijkertijd spot hij menigmaal in zijn werk met hoogdravendheid en dichterlijk gevoel. Hij wist waarschijnlijk wat poëzie was. Waarheid.