Supergrote varkensstallen tekenen het Brabantse land

De gevolgen van de varkenspest die een jaar geleden uitbrak, bedreigen tal van kleinere familiebedrijven met de ondergang. De van hogerhand opgelegde sanering van de sector gaat intussen gepaard met een nieuwe ontwikkeling: de komst van hele grote stallen die ook nog eens goed zouden zijn voor het milieu.

LEENDE, 5 FEBR. Het Oost-Brabantse gehucht Leenderstrijp kan zich opmaken voor de komst van twee supergrote stallen met tegen de 6.000 varkens. Het merendeel van de inwoners, maar ook Staatsbosbeheer, de Vereniging voor natuur- en milieu-educatie IVN, Veilig Verkeer Nederland en de milieugroep hebben geprotesteerd. De stallen komen op een gevoelige plek, pal tegen de 'ecologische hoofdstructuur' aan, en bovendien in de overloop van een beekdal naar het Leenderbos.

De protesten van de critici mochten niet baten. De gemeente Heeze-Leende, waarin het gehucht Leenderstrijp ligt, heeft toch een vergunning afgegeven. Dat kon de gemeente doen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan, aldus wethouder P. Kuppens (CDA).

De commanditaire vennootschap Van Asten uit Helmond kan nu twee zogenoemde groen-labelstallen gaan bouwen. Deze stallen staan bekend om de geringere uitstoot van ammoniak. Van Asten heeft er al een stal voor 2.000 varkens en ook elders in de provincie heeft het bedrijf stallen met in totaal vele tienduizenden varkens.

De vergunning voor de nieuwe stallen is conform de bepalingen in het Ammoniak Reductie Plan, dat werd opgesteld door de provincie, de Brabantse gemeenten, het landbouwbedrijfsleven en de Brabantse Milieufederatie BMF. Overeenkomstig de letter van dit plan kocht Van Asten ammoniakrechten op van boeren die elders in de provincie hun bedrijf beëindigen hetzij inkrimpen.

Het is de bedoeling dat daardoor per saldo de uitstoot van ammoniak niet zal toenemen. Wethouder Kuppens: “Elders in de provincie is milieuwinst geboekt en hier komt er geen ammoniakuitstoot bij, omdat er emissie-arm wordt gebouwd.”

De zogenoemde megastallen, zoals die in het Oost-Brabantse gehucht worden gebouwd, zullen de aanblik van het Brabantse platteland totaal veranderen. De herstructureringsplannen van minister Van Aartsen (Landbouw) om naar aanleiding van de varkenspest de varkensstapel drastisch in te krimpen, werken die ontwikkeling in de hand.

Het traditionele Brabantse gezinsbedrijf is ten dode opgeschreven. Vooral CDA-bestuurders hebben er moeite mee hun houding te bepalen. De Brabantse CDAgedeputeerde P. van Geel, met in zijn portefeuille onder meer ruimtelijke ordening, zei onlangs tijdens een bijeenkomst met leden van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond: “Megavarkensbedrijven met zes- tot tienduizend varkens komen er aan. Door de huidige marktontwikkeling en door de inkrimping van de varkensstapel zullen er, hoe triest dat ook is, bedrijven worden verkocht en gekocht. Die schaalvergroting houd je niet tegen.”

De provincie bekijkt of deze grootschalige varkensbedrijven wellicht op bedrijventerreinen terechtkunnen. Een woordvoerder: “De varkensbedrijven worden veel professioneler. De varkens zitten altijd binnen. Van gebondenheid aan de grond is toch geen sprake meer, dus van agrarische bedrijven zoals ze vroeger waren kun je niet meer spreken.”

Volgens deze woordvoerder zou er in de provinciale plannen die binnenkort worden ontvouwd, toch nog plaats zijn voor de kleinere gezinsbedrijven. “Die moeten ook in de toekomst kunnen blijven naast de hele grote.”

De ontwikkeling naar schaalvergroting is nu al aan de gang, aldus F. Dotinga van de Brabantse Milieufederatie. “Je ziet in het buitengebied steeds meer grote stallen met duizend, tweeduizend of meer varkens. De eerlijkheid gebiedt om je af te vragen of je daarvoor niet beter specifieke plekken kunt vaststellen waar je ze kunt concentreren, zodat je de rest van het landschap kunt sparen.”

Ondanks de felle protesten van omwonenden verleende de gemeente Heeze-Leende eind vorig jaar de vergunning aan Van Asten. Een van die omwonenden, J. van Ham, somt de bezwaren op: “Er komen vijftien keer meer varkens dan ons gehucht aan inwoners telt. Verder komt er verkeersoverlast door de vrachtwagens die naar en van het bedrijf rijden en zullen de stallen, die meer dan honderd meter lang worden, het landschap ontsieren.”

Dotinga van de BMF las deze vergunningaanvragen van a tot z door. Dotinga: “Juridisch blijkt het waterdicht te zijn. Wel kun je je afvragen of je zo dichtbij een natuurgebied een dergelijk bedrijf moet ontwikkelen, temeer daar ook Van Aartsen heeft gezegd dat hij naar clustering van bedrijven streeft, meer van natuurgebieden af.”

CDA-wethouder Kuppens van Heeze-Leende: “Je kunt wel tegen dat soort mammoetbedrijven zijn en zelf zeg ik: maak de bedrijven niet te groot zodat de gezinsbedrijven ook nog kansen hebben. Maar waar ligt precies de optimale maat en hoe zit dat met de concurrentie? Ik heb ook varkensbedrijven bezocht in Oost-Duitsland en daar kun je, net als in Canada en de VS, pas van echte mammoets spreken.”

Niettemin blijkt de weerstand van de bewoners invloed te hebben op de gang van zaken. Wethouder Kuppens: “Wat er uit is gekomen, is bepaald niet het summa summarum van wat je zou kunnen bereiken. Dat heb ik met de heer Van Asten besproken en die zei: 'als er andere mogelijkheden zijn, wil ik daaraan meewerken'. We zijn nu aan het zoeken, maar het zal voor een bedrijf met een dergelijke omvang een puzzel worden om een geschikte andere plaats te vinden.”

Meer in het algemeen vindt Kuppens dat de huidige regelgeving te ruim is. “De publieke opinie beweegt zich steeds meer in de richting van afremmen van de groei van de varkenssector, wat vooral bepaald is door de varkenspest. Op dit moment kun je echter bij gebrek aan beter niet anders dan een vergunning toestaan.”

Het CDA in de gemeenteraad van Heeze-Leende heeft B en W intussen gevraagd het bestemmingsplan voor het buitengebied dusdanig aan te passen dat dit soort grote bedrijven er niet meer terechtkunnen.