Steeds weer groter, drukker en duurder

De voormalige Franse topskiër Jean-Claude Killy, nu onder meer directeur bij Coca Cola, was mede-organisator van de Winterspelen in Albvertville (1992) en is inspecteur in Nagano en straks ook in Salt Lake City (2002). Een vraaggesprek.

SINDS JEAN-CLAUDE KILLY in 1995 door Juan-Antonio Samaranch werd geroepen tot het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité, wordt de Fransman allerwegen gezien als de opvolger van de Spaanse voorzitter. Hij is nog betrekkelijk jong, kan bogen op zowel sportieve als organisatorische ervaringen, bekleedt hoge functies bij een aantal multinationale bedrijven en is een bemiddeld man. Mocht de verregaande invloed van de bejaarde Samaranch nog enige jaren voortduren, dan is de kans groot dat hij al lobbyend Killy verder omhoog zal duwen in de hiërarchie van de olympische beweging. Totdat de IOC-voorzitter de tijd rijp acht om de troon ten gunste van zijn geadopteerde zoon te verlaten.

Killy lacht om deze voorspelling. Hij zegt het verhaal te kennen. “Er wordt over gesproken, ja, vooral in de Franse pers. Maar het zijn niet meer dan geruchten. Het is waar dat ik veel contact heb met Samaranch. Ik woon tenslotte in Genève en dat is heel dicht bij het hoofdkantoor van het IOC in Lausanne. Maar ik woon hier al sinds 1970. En dat heeft niets te maken met mijn ambities. Ik geloof bovendien dat er mensen zijn die over meer talenten beschikken om voorzitter te worden. Ik voel me vereerd dat ik word genoemd. Maar u weet dat het IOC en meneer Samaranch over ondoorgrondelijke krachten beschikken. Er is meer dan steun van meneer Samaranch nodig om voorzitter te worden.”

De Fransman die op de Olympische Spelen van 1968 in Grenoble op drie ski-onderdelen de gouden medaille won, is nu 55 jaar. In 1992 was hij met Michel Barnier co-directeur van het organisatiecomité van de Winterspelen in Albertville. Drie jaar later vroeg Samaranch hem persoonlijk de vacant gekomen plaats in het IOC in te nemen van de oude Fransman Maurice Herzog. “Meneer Samaranch heeft jaren geleden al eens tegen me gezegd dat hij me wilde eren omdat ik zoveel voor de skisport heb betekend.” Frankrijk had recht op een tweede plaats in het IOC-comité naast Guy Drut, de oud-hardloper, en omdat Herzog wegviel, vroeg Samaranch me zijn plaats in te nemen.”

De relatie van Samaranch met Killy gaat verder dan zijn bewondering voor diens skivaardigheden. Dat wil Killy wel toegeven. “Toen Michel Barnier en ik de Winterspelen naar Albertville wilden halen, ben ik een jaar uit het organisatiecomité gestapt. Ik kon de druk niet aan. Ik had grote problemen in mijn privéleven. En er was zoveel kritiek op mij in Frankrijk omdat ik de Spelen in mijn geboortestreek de Savoie wilde houden, dat ik ben gestopt. Mij werd verweten dat ik slechts voor mijn eigen zaak bezig was. We hadden een firma in sportartikelen in Val d'Isère en relaties in andere sportzaken, vandaar die kritiek. Samaranch heeft me uiteindelijk persoonlijk verzocht terug te keren. 'Jij bent onmisbaar voor de olympische beweging', zei hij. En ik ben teruggekeerd. Hij heeft me als zijn zoon gezoend tijdens de opening van onze Winterspelen.”

Diplomatie kan de Fransman niet worden ontzegd, zakelijk instinct evenmin. Tijdens zijn gouden trits in Grenoble '68 (eerste op slalom, reuzenslalom en afdaling) maakte hij al veel reclame voor de ski's van Dynamic. Dat was tegen de regels in die tijd, toen mocht aan de Olympische Spelen slechts door amateurs worden deelgenomen. Maar omdat de Franse organisatie en de toenmalige IOC-voorzitter Avery Brundage geen schandaal wilden met de grote ster van de Spelen, bleven Killy uitsluiting en inlevering van zijn medailles bespaard. Vier jaar later werd de Oostenrijker Schranz wél om zijn commerciële gedragingen geweerd van de Spelen in Sapporo. Killy ontwijkt de legendarisch geworden anekdotes niet. “Het werd schromelijk overdreven door mijn tegenstanders uit andere landen. Afgunst is helaas altijd een drijfveer voor mensen om anderen zwart te maken. Aan de andere kant was ik wel in overtreding. Maar ik wilde een doorbraak forceren. Als amateur kun je geen topprestaties leveren. Zonder die reclame had ik geen geld om te trainen en te reizen. Je ziet nu dat reclame heel normaal is geworden.”

Zijn triomftocht in Grenoble werd de basis voor een succesvolle carrière. Door zijn charismatische uitstraling werd hij een dankbaar reclame-object voor Rolex, United Airlines en Chevrolet. Hij werd zelfs naar Hollywood geroepen om in een film, Snow Job, te spelen. Daarin vertolkt hij de rol van een juwelendief op ski's. Hij zette in Frankrijk een keten op van sportwinkels en ontwierp een skikledinglijn (Veleda). Zijn zakelijke loopbaan werd een groot succes. Maar er was meer in zijn leven. In 1987 overleed zijn tweede vrouw aan kanker. Hij had met haar twee geadopteerde kinderen. Zijn terugkeer op verzoek van Samaranch hielp hem door deze hel. Sindsdien heeft hij een vader-zoonrelatie met de Spanjaard.

Het vermogen van het sportimperium van Killy wordt geschat op anderhalf miljard gulden. Mede daardoor reikt zijn invloed op de sportwereld heel ver. Hij is bovendien directeur van de Groupe Amaury, die onder meer de autorally Parijs-Dakar, de Tour de France en de wielerklassiekers Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik organiseert. Zeker zo belangrijk is zijn toetreding tot de directie van The Coca-Cola Company, de grootste van de elf hoofdsponsors van de Olympische Spelen. Al deze functies kreeg hij aangeboden na de Spelen van Albertville.

Toch waren zijn Winterspelen geen groot succes. De wedstrijdaccommodaties en atletendorpen waren verdeeld over zes valleien, de afstanden tussen de arena's waren te groot en er was veel kritiek van milieu-activisten op de aanleg van de skipistes en de bouw van een bobsleebaan hoog in de bergen, die door de chemische bereiding van het ijs verontreiniging veroorzaakte. Het waren kille Spelen. “Dat kan allemaal wel gezegd zijn. Maar de Savoie is aantrekkelijker geworden voor de toeristen. Ik ben het met u eens dat Lillehammer twee jaar later een groter succes was. Maar zoals de Noren het konden organiseren, hadden wij het niet gekund. Daar was een compacte, bijna dorpse sfeer. Iedereen leefde mee, wij hadden te veel tegenwerking. In Lillehammer hebben ze gebruik kunnen maken van onze slechte ervaringen, zoals met name logistieke problemen. Bij ons was het olympisch territorium verspreid over 230 vierkante kilometer, bij de Noren over 110. Dat was heel slim van de Noren.”

Op grond van zijn ervaringen met de organisatie van Albertville, maakt Killy nu deel uit van de inspectiecommissie voor de Spelen van Nagano en over vier jaar in Salt Lake City. “Deze Spelen zijn nog weer groter dan de vorige Winterspelen. Zo compact als Lillehammer worden ze nooit meer. Er zijn nóg meer onderdelen, zoals vrouwenijshockey, nog meer deelnemers, nog meer landen en het kost nog meer geld.”

Door de splitsing van de Zomerspelen en Winterspelen is de popularisering van de wintersporten toegenomen, zegt Killy. “De televisie heeft daar veel toe bijgedragen. Ik weet dat de invloed van televisie ook nadelig kan zijn. Wanneer de maatschappijen meer spektakel willen, meer emotie en dat de belangrijkste wedstrijden op door hen bepaalde tijden worden gehouden, is dat gevaarlijk voor het wezen van de sport.”

In het verleden zijn onder druk van Amerikaanse tv-maatschappijen ideeën geopperd het langebaanschaatsen van de Winterspelen te weren. Buiten Nederland bleek geen enkele andere wintersportnatie geïnteresseerd in saaie wedstrijden over vijf en tien kilometer.

“Ik weet dat het met name tijdens de Winterspelen van 1988 in Calgary speelde”, zegt Killy. “De Amerikaanse televisie vond geen adverteerders om tijdens die reportages reclamespots uit te zenden. Dat was een grote verliespost. De Amerikanen wilden spektakel en de lange schaatsafstanden daarom laten vervangen door shorttrack. Maar dat zal niet gebeuren. Een sport als schaatsen heeft een lange traditie op de Winterspelen. En traditionele sporten hebben toch onze voorkeur. Moderne sporten als snowboarden en freestyle skiën krijgen nu hun kans, maar het is niet gezegd dat ze altijd op de Winterspelen blijven. Speedskiën hebben we al geschrapt.”

De Japanners zijn principiëler dan men denkt, beweert Killy. “Het gaat hen niet alleen om zakelijke promotie van het land en van Nagano. Japanners willen er trots kunnen zijn dat ze een sportnatie zijn, dat ze goed zijn in skiën, schansspringen en schaatsen en dat ze grote evenementen kunnen organiseren. Ze zijn heel bereidwillig geweest tegenover de inspectiecommissie. Het was aandoenlijk dat sommige accommodaties waren berekend op het kleine postuur van Japanners. Zitplaatsen op de tribunes waren te nauw, kleedkamers te klein en deuren te laag. We hebben heel wat afgelachen met die Japanse mensen.”