Oppositieleider wordt premier Marokko

RABAT, 5 FEBR. De Marokkaanse socialistische oppositieleider Abderrahmane Youssoufi heeft gisteren van koning Hassan II opdracht gekregen een nieuwe regering te vormen. Youssoufi, vroeger radicaal links en een fervent tegenstander van het monarchale establishment (maar niet van de monarchie), heeft 55 jaar politieke strijd achter de rug, en krijgt nu voor het eerst regeringsverantwoordelijkheid. Als premier zal hij ingrijpende bezuinigingsmaatregelen moeten doorvoeren, en 'broodrellen' moeten voorkomen.

De benoeming van Youssoufi (74) volgt op de parlementsverkiezingen van november, toen de 325 zetels van het Lagerhuis ongeveer gelijkelijk werden verdeeld onder drie politieke blokken. Youssoufi's Socialistische Unie van Volkskrachten (USFP), die uit de verkiezingen als grootste partij te voorschijn kwam, maakt deel uit van het vier partijen tellende Koutla democratisch blok, dat 102 zetels kreeg. Verder zijn er het rechtse blok (100 zetels) en een centristisch blok (97), en nog enkele kleine partijtjes. Verwacht wordt dat de noodzakelijke coalitie-onderhandelingen nog wel enige tijd zullen vergen.

Youssoufi voegde zich na zijn rechtenstudie in Frankrijk begin jaren vijftig aanvankelijk bij de nationalistische Istiqlal partij. In 1959 brak hij samen met onder anderen de linkse vakbondsleider Medhi Ben Barka met de Istiqlal en werd hij een van de oprichters van de linkse Nationale Unie van Volkskrachten. Hij werd diverse malen opgepakt, onder andere wegens samenzwering tegen de staat, waarvoor hij acht maanden gevangen zat.

Na de ontvoering van en moord op Ben Barka in Parijs verliet Youssoufi het land in 1965. Hij voegde zich bij andere oppositieleiders in Frankrijk, waar hij 15 jaar in ballingschap bleef.

In 1980 keerde hij naar Marokko terug. Hij trad toe tot en werd leider van de USFP, die was opgericht door een groep ontevreden aanhangers van de UNFP. Uit protest tegen de “gemanipuleerde” parlementsverkiezingen van 1993 ging hij opnieuw in ballingschap in Frankrijk. In augustus 1995 keerde hij echter terug en nam hij, officieel “onder druk van zijn kameraden en in het vooruitzicht van nieuwe hervormingen”, het leiderschap van de USFP weer op zich.