Midden-Oosten steunt filosoof die vraagtekens zet bij Holocaust

In het hele Midden-Oosten zijn campagnes op gang gekomen om de Franse filosoof Roger Garaudy te steunen. Garaudy staat op het ogenblik terecht op beschuldiging van het ontkennen van de nazi-gaskamers.

RAMALLAH, 5 FEBR. “Hij is een vrijheidsstrijder. Een onafhankelijke, dappere intellectueel. Ik bewonder hem.” Net als vele andere Arabische intellectuelen heeft Ghassan Abdallah - directeur van het Palestijnse Center for Applied Research in Education, politiek krantencolumnist en mensenrechtenactivist - de Franse filosoof Roger Garaudy tot held verheven. Garaudy (of 'Roger', zoals hij hier liefkozend wordt genoemd) staat op dit moment in Parijs terecht op beschuldiging van het ontkennen van de nazi-gaskamers en de uitroeiing van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog*. Maar in de Arabische wereld leest men zijn geschriften, die vaak vaag zijn geformuleerd, heel anders. In de hele regio zijn campagnes op gang gekomen om Garaudy - achtereenvolgens marxist, christen en moslim - te steunen. De Palestijnse schrijversbond, de Unie van Arabische Journalisten, de Advocatenbalie in Beiroet, Hamas-sjeik Yassin en zelfs 'first lady' sheikha Fatima uit de Verenigde Arabische Emiraten hebben de filosoof, die zich in 1982 heeft bekeerd tot de islam, een hart onder de riem gestoken. In veler ogen vormen dit soort adhesiebetuigingen het zoveelste bewijs dat Arabieren maar niet kunnen accepteren dat de Holocaust heeft plaatsgehad, en dat ze willen blijven geloven dat de Israeliërs haar hebben verzonnen om de diefstal van Arabisch land en de stichting van de staat Israel te rechtvaardigen. Maar Ghassan Abdallah, die Garaudy's omstreden boek 'Les Mythes Fondateurs de la Politique Israelienne' (1996) in een stukgelezen, Arabische vertaling voor zich op tafel heeft liggen, wordt boos als hij die aantijgingen hoort.

“Ik ben geen neonazi of zo! En Roger ook niet, al weet ik dat er neonazi's zijn die het mooi vinden wat hij geschreven heeft. Hij ontkent de Holocaust niet, laat staan de gaskamers. Hij schrijft alleen dat niemand precies weet hoeveel mensen er in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen, omdat alle bronnen andere getallen geven. Hij citeert die bronnen, waaronder joodse, en vraagt zich af hoe men altijd weer bij dat magische getal van zes miljoen uitkomt. Hij schrijft ook dat Hitler een aantal 'pure' joden naar Palestina liet gaan, tegen betaling, en de 'halve' joden in Europa vervolgde, omdat de zionistische beweging die ook niet wilde hebben. Hij verzint het niet, hij toont documenten. Hij is een van de weinigen die niet aan emotionele, maar aan factuele geschiedschrijving doen.”

Uit het boek kun je opmaken dat er geen gaskamers waren. Garaudy noemt een aantal voorbeelden, en zegt dat het 'crematoria' waren waar joden werden verbrand die aan tyfus overleden waren.

“Ja, maar hij zegt niet dat er géén gaskamers waren. We weten allemaal dat die er waren. Ik ben in het Anne Frank-museum geweest. Vraag het de directeur maar: ik heb gehuild, want je ondergaat haar angsten en verschrikkingen aan den lijve. Alsof de slachting zich voor je ogen voltrekt, ieder moment die klop op de deur. Ik heb de directeur gevraagd of de tentoonstelling niet naar Palestina kon komen, maar dat vond hij geen goed idee. Ik heb brochures meegenomen en die op Palestijnse scholen verspreid. Ik herken mij in de Holocaust. In het lijden, in de onrechtvaardigheid. Ik ben mishandeld door het Israelische leger. Ik had kanker, maar ik mocht in de gevangenis mijn medicijnen niet eens slikken. Mijn vrouw woont nog in Jeruzalem, maar ik mag daar niet meer komen, want ik heb geen pasje voor Jeruzalem. Ik ga wel, maar illegaal, om te voorkomen dat de soldaten me pakken, via achterafweggetjes. De Israeliërs hebben dan wel geen zes miljoen Palestijnen vermoord tijdens de Intifadah, een paar duizend maar, maar het gaat niet om de aantallen of het ras. Het gaat om het feit dat het gebeurt. Dat de ene groep de andere onderdrukt, het leven zuur maakt, vermoordt. Dat is voor mij de les van Anne Frank: dat dàt nooit meer mag gebeuren.”

Garaudy zet de woorden Holocaust en gaskamer tussen aanhalingstekens. Hij schrijft over een 'catastrofe', niet een genocide. Kunt u zich voorstellen dat mensen daar aanstoot aan nemen?

“Jawel. Maar nogmaals, hij ontkent het bestaan van beide niet. Zo heb ik het ook niet gelezen. En vergeet niet: dit boek is het laatste deel van een drieluik. De eerste twee delen gaan over christelijk en moslim-extremisme. Die boeken spraken mij evenzeer aan. Je moet het in de context zien.”

Zodra wij over ons lijden praten, zeggen Israeliërs weleens, beginnen de Arabieren over het hunne.

“Alsof wij hun het lijden niet gunnen, bedoelt u? Maar die twee zijn niet los van elkaar te zien! Moshe Dayan vergeleek Palestina eens met een mooi meisje, dat verliefd is op twee mannen, ofwel de twee volkeren. Ze kan maar met een van hen trouwen. Het probleem is, als ik door het Israelische Holocaust-museum van Yad Vashem loop, dan herken ik mezelf daarin. In een andere tijd, in een andere situatie, natuurlijk. Maar dat laten de zionisten niet toe. Roger Garaudy schreef dat de joden niet de enigen zijn die in de oorlog geleden hebben. Hij noemt Dresden, Hiroshima. Dat is een van de redenen dat hij nu terechtstaat wegens 'ontkenning' van de Holocaust. De joden eisen het lijden voor zichzelf op. Zij willen hun lijden laten zien, zodat niemand aandacht heeft voor ons lijden.”

U wilt uit de hoek blijven van antisemieten en neo-nazi's. Waarom omarmt u dan een man die juist door die groepen ook tot held is verheven?

“Zij steunen hem om oneigenlijke redenen. Ik wil niets met ze te maken hebben. En zij niet met ons, moslims: als er in Duitsland huizen van moslimmigranten in brand worden gestoken, zitten zij daar altijd achter. Premier Netanyahu ontzegt mij het recht om mijn vrouw en kinderen te zien. Maar als er een nieuwe neonazistische golf opkomt zoals in '40-'45, zal ik samen met Netanyahu tegen ze vechten.”

Er waren vorige week manifestaties in Gaza en Nablus voor Garaudy. Waarom ging u de straat niet op toen Arafat de Palestijnse mensenrechtenactivist Eyad Sarraj arresteerde, of de journalist Daoud Kuttab? Die kwamen toch ook voor hun mening uit?

“Ah, u denkt dat wij dat alleen doen als we er Israel een hak mee kunnen zetten?”

Die indruk zou kunnen ontstaan, ja.

“Ik ben niet tegen Israel. Ik steun het vredesproces. Ik ben actief in gemengde vredesgroepen, onder andere met kinderen. De Israeliërs hebben me daar zelfs voor gearresteerd, lang voor de Oslo-akkoorden. Overigens, als ik het Israelische onderdrukkingsbeleid aanklaag, praat ik niet alleen over joden. Het was een Israelische Arabier die mij de laatste keer in de boeien sloeg.”

En toch: waarom protesteert u niet als Palestijnen de mond wordt gesnoerd?

“We kunnen niet! Dat is nog een reden dat wij Garaudy steunen. Wij intellectuelen herkennen ons in hem. Zijn mond is gesnoerd. De onze ook. We hebben geleden onder de Israeliërs, maar we lijden nog. Onze ideeën stroken niet met wat 'de sultan' denkt.” De uitspraak wordt op 27 februari verwacht