Melkert: extraatje van ƒ 100 voor allen

DEN HAAG, 5 FEBR. Minister Melkert (Sociale Zaken) wil eenmalig iedere werknemer, gepensioneerde en uitkeringsgerechtigde honderd gulden koopkrachtcompensatie geven. Enkele inkomenscategorieën, zoals AOW'ers met een aanvullend pensioen tussen de 15.000 en 30.000 gulden, krijgen hier bovenop nog een variabel bedrag.

De maatregel zou zo'n anderhalf miljard gulden kosten en wordt morgen in de ministerraad besproken. Melkerts voorstel voor de eenmalige inkomenssteun volgt op een eis van de Tweede Kamer. Door een groot aantal veranderingen in belastingen en sociale premies hebben verscheidene inkomenscategorieën in januari te maken gehad met een daling van het netto-inkomen. Volgens verschillende bronnen in Den Haag heeft Melkert tijdens eerder overleg met een deel van het kabinet voorgesteld iedere burger vlak voor de verkiezingen tweehonderdvijftig gulden koopkrachtcompensatie te geven. Deze maatregel zou 2,5 miljard gulden hebben gekost, meer dan één procent van de rijksbegroting, en is om die reden onmiddellijk van tafel geveegd. Daarop maakte Melkert zijn tweede voorstel.

De voorstellen van Melkert volgen op zijn toezegging vorige week aan de Tweede Kamer om mensen die met een daling van hun inkomen te maken kregen, te compenseren. “Mensen moeten ook deze maanden kunnen zien dat de gestegen welvaart van iedereen is”, zo sprak Melkert de Kamer vorige week toe.

Hij noemde de tegenvallende netto-inkomens op de januaristrookjes “een verschil tussen de berekende en beleefde feiten”, omdat de koopkracht over het hele jaar genomen voor iedere Nederlander zal verbeteren. Om niettemin de beleving in overeenstemming met de berekening te brengen, liet de bewindsman doorschemeren een tijdelijke, eenmalige uitkering te willen verstrekken. Deze compensatie zou uiterlijk op de loonstrookjes van april terug te vinden moeten zijn. Kamerleden suggereerden dat Melkerts gebaar met de Tweede-Kamerverkiezingen te maken had.