Meesterbelegger Buffet drijft zilverprijs op

Oude tijden herleven op de metaalmarkten. De Amerikaanse investeerder Warren Buffet blijkt eenvijfde van de jaarproductie aan zilver te hebben opgekocht. Hij heeft illustere voorgangers.

ROTTERDAM, 5 FEBR. Wie kent ze nog, Nelson Bunker Hunt en William Herbert Hunt? De Texaanse broertjes schokten in 1979 de wereld-zilvermarkt toen bleek dat zij de hand hadden gelegd op de helft van de jaarproductie aan zilver. De prijs van het metaal schoot in enkele maanden omhoog van 11 dollar per troy ounce (31,1 gram) naar meer dan 50 dollar. Tot de Hunts, aangeklaagd wegens manipulatie, moesten toezien hoe de prijs weer even hard kelderde als hij was gestegen en de financiering van hun zilveren koninkrijk hen boven het hoofd groeide. Acht jaar later gingen de broers, na jarenlange juridische procedures, failliet.

Daarmee vergeleken is het spel dat de Amerikaanse meester-belegger Warren Buffet nu op de zilvermarkt speelt bescheiden, maar niet minder opwindend. Gisteren openbaarde Buffets investeringsmaatschappij Berkshire Hathaway dat het via de contante en de termijnmarkt de beschikking heeft over 130 miljoen ounces zilver, 20 procent van de jaarproductie aan zilver.

De melding kwam nadat het in de zilverhandel de laatste weken gonsde van geruchten over een grootscheepse manipulatie. De prijs van zilver, halverwege vorig jaar nog 4,5 dollar, steeg sinds begin januari van dit jaar van 5 dollar naar 6,76 dollar op dinsdag. Gisteren, nadat Buffet zijn openbaring deed, schoot de prijs omhoog naar 7,48 dollar. Daarmee heeft zilver de hoogste koers bereikt sinds 1988. Buffets investering is daarmee nu 950 miljoen dollar waard - overigens slechts zo'n 2 procent van zijn totale beleggingsportefeuille. Zowel de Amerikaanse als de Britse beursautoriteiten begonnen een onderzoek na aanhoudende geruchten over prijsmanipulatie, maar de New York Mercantile Exchange zei vorige week vrijdag daar geen aanwijzingen voor te hebben gevonden.

Buffets positie op de markt veroorzaakt de laatste weken vooral een technische prijsstijging: beleggers die via termijncontracten een leveringsverplichting aan Buffet en andere zilverbeleggers hebben moeten het metaal nu overal vandaan zien te halen om aan hun verplichting te voldoen. Deze short squeeze drijft de prijs van zilver vanzelf verder op. De rente op het lenen van zilver, waartoe de handel moet overgaan als het niet te kopen valt, steeg gisteren naar 26 procent in New York.

De zilvermarkt doet daarmee denken aan de kopermarkt van een paar jaar geleden. In 1996 kwam aan het licht dat de Japanner Hamanaka, in dienst van het Japanse handelshuis Sumitomo, dermate overheersende posities had ingenomen op de kopermarkt dat hij de prijzen van tijd tot tijd eigenhandig kon bepalen. Net als de Hunts had Hamanaka zich daarbij schuldig gemaakt aan ongeoorloofde handelspraktijken.

Specialisten zijn er desgevraagd niet van overtuigd dat Buffet iets verkeerds heeft gedaan. De stijging van de zilverprijs ziet er logisch uit. “De vraag naar zilver overstijgt al zes jaar het aanbod”, zegt H. Rijnbeek van de Hollandsche Bank Unie, een dochteronderneming van ABN Amro. De vraag naar zilver steeg tussen 1991 en 1996 van 700 miljoen troy ounces naar 800 miljoen troy ounces, gelijkelijk verdeeld over de juwelenbranche, de foto-industrie en de rest van de industrie, terwijl het aanbod gelijk bleef op rond de 620 miljoen troy ounces. Buffet besloot afgelopen zomer dat er een hogere evenwichtsprijs hoort bij de wanverhouding tussen vraag en aanbod van zilver, en bouwde zijn posities in de zilvermarkt op.

De hamvraag op de zilvermarkt is nu of Buffet zijn papieren winst kan verzilveren. Als zijn aankopen de prijs hebben opgedreven, kan het afscheid nemen van zijn belegging de prijs weer even snel drukken. Bovendien is er een prijspeil waarop verkopen van zilvervoorraden loskomen. Niemand weet hoe groot die voorraden mondiaal zijn. Nu staat Buffet op de aandelenmarkt bekend als een belegger voor de lange termijn, waardoor hij wellicht niet verkoopt en de prijs verder kan oplopen. Daartegenover staat dat hij, blijkens zijn biografie The Warren Buffet Way, anders denkt over beleggen in goederenproducenten die “voorname kandidaten zijn voor winstproblemen”. De enige manier om in goederen winst te behalen “is in periodes van krap aanbod.” Ze hadden het op de zilvermarkt dus kunnen zien aankomen.