Liefde voor de wandelstok

Echte wandelaars zweren bij een stok. Een houten stok, wel te verstaan. Wie zich laat verleiden tot aluminium moderniteiten wordt afgestraft. Deel vier in een serie over passies.

Wandelstokkenmaker Van Rossum, Dingostr. 58, Nijmegen, 024-3551418. Zijn stokken zijn te koop in Amsterdam: Pied-à-terre, Singel 393, 020-6274455; Bezoekerscentrum Nationaal Park De Hoge Veluwe in Otterlo 0318-591627 en vanaf maart in het Zeeuws Biologisch Museum, Duinvlietweg 6, Oost Kapelle, 0118-582620. De wandelstokken kosten ƒ 30-ƒ 50.

Wandelen zonder stok kan, maar het heeft iets als soep eten zonder lepel of (voor mij heel vroeger) haar kammen zonder kam. Het houdt iets onbevredigends.

Behalve het wat hoogmoedige gevoel dat je met de afzet van de stok de aarde aandrijft, is het de liefde voor levend hout, voor ruwe bast en knoesten, waarom ik niet zonder stok op reis wil. Voor een klein deel is het ook de angst om met lege handen opeens voor een verkeerde hond te staan. Een agent van de hondenbrigade heeft mij eens verteld dat een van de moeilijkste zaken die je een hond kunt leren het benaderen is van een man met geheven stok. Instinctief deinzen honden daarvoor terug. Ooit heb ik een man, slechts gewapend met een wandelstok, in de dierentuin wolven zien voeren. Zo nu en dan richtte hij de stok op al te opdringerige wolvensnuiten. Dus met een wandelstok kan ik de hele wereld aan.

In souvenirwinkels en uitdragerijen, overal bekijk en betast ik wandelstokken. In Egypte heb ik voor een paar pond een ezeldrijversstok gekocht en in Zuid-Afrika een knobkerrie, maar een waar stokkenparadijs bevindt zich in Nijmegen. In de kelder van K. van Rossum, ex-uitgever van sociaal-wetenschappelijke boeken, oud-padvinder en wandelstokkenmaker, staan tientallen knoestige stokken te drogen. Op zolder staan de vers in de was gezette stokken klaar voor de verkoop. Waadstokken voor vissers, pelgrimsstokken, wandelhoutjes waarmee men tijdens het wandelen de vingers soepel kan houden, bouffadou's (holle stokken om het haardvuur mee aan te blazen), gevorkte stokken (zogenoemde thumbsticks) en uiteraard wandelstokken.

Van Rossum zoekt zijn hout vooral op laagliggend, waterrijk gebied. Griendhout, zoals essen, elzen, wilgen en populieren. Met name de kwaliteit van de es, waarvan vroeger bijlstelen en speren werden gemaakt, roemt hij. De winter is de tijd om op wandelstokkenjacht te gaan, zegt hij, omdat de sapstroom in de bomen tot rust is gekomen. Een echte stok is van hout, vindt hij, en dat vond ik lange tijd ook.

Onlangs echter ben ik voor het eerst met een van die modieuze aluminium telescoopstokken uit wandelen geweest. Zoals vaak bij wateroversteek of rotsen stak ik mijn wandelpartner galant de helpende stok toe bij de beklimming van een steil muurtje, begroeid met bramenstruiken. Langzaam verscheen steeds meer van mijn gezellin boven de rand van de rots, tot een onverwachte PLOP klonk. In mijn hand restte de zwartrubberen handgreep van de aluminiumstok. Beneden, buiten het zicht, bevond zich de rest van de stok en het geheel van mijn partner. Uit de struiken, zonder bramen maar met doornen, klonken onheilspellende verwensingen. Een wederom uitgestoken helpende hand werd boos geweigerd. Voortaan gaat er weer gewoon een houten wandelstok mee.