Guillem precies, muzikaal en bijna griezelig soepel

Holland Dance Festival 1998. Openingsvoorstelling samengesteld en gedanst door Sylvie Guillem m.m.v. Michael Schumacher, e.a.Choreografieën: Mary Wigman, Dana Caspersen, William Forsythe. Gezien: 4/2, Lucent Danstheater, Den Haag. Daar nog te zien: 5/2.

Pas na het laatste programma-onderdeel, William Forsythe's Steptext, gaf de volle zaal van het Lucent Danstheater zich gewonnen en barstte er een enthousiast applaus los. Samenstelster en ster van het programma, de internationaal befaamde danseres Sylvie Guillem, had het de toeschouwersook niet makkelijk gemaakt. De avond begon met de 23 minuten durende video/film collage Classic Instinct met daar tussendoor enkele korte solo-optredens van dit absolute dansfenomeen. Een beetje een tantaluskwelling, want hoe mooi de video- en filmbeelden van Guillems pijnzende, mysterieuze gezicht en haar langlijnige bewegingen ook zijn, men was toch vooral naar het theater gekomen om dat voor dans zo schitterende lijf met die onwerkelijk lange benen, die hoge wreven en die bijna griezelige soepelheid, in het echt te zien dansen. Dat doet ze dus die eerste 23 minuten nauwelijks. Er is, tegen de projectie van oude filmbeelden van Mary Wigman zelf, een sterke, markante vertolking van haar Hexentanz. Er is een fragment waarin Guillem zich als het ware opwarmt voor de voorstelling: even het evenwicht testen, even de ruimte verkennen, even de armen en benen in de juiste posities zetten, overgaand in het laatste deel waarin het vloervlak waarop ze de oefeningen doet, gaat bewegen en de voeten het houvast verliezen. Haar lichaam, hangend aan een kabel, hangt scheef in de ruimte, de grond valt onder de voeten weg en kantelt - kortom de nachtmerrie van een danseres.

Classic Instinct heeft in opzet goede ideeën, is - en dat zal de opzet ook wel zijn - verwarrend maar lang niet spannend en inventief genoeg om nieuwsgierig te maken en interesse op te wekken. Een onzeker, mager applaus en wat voorzichtig boe-geroep was het resultaat. Dit was duidelijk niet waarvoor men gekomen was.

Het speciaal voor deze voorstelling gecreëerde duet Work # 1 van Dana Caspersen gaf meer te zien. Caspersen komt van het Ballett Frankfurt waarvan William Forsythe de leiding heeft en ze hanteert eenzelfde fragmentarische bewegingstaal als haar meester. Lichaamsdelen leven aparte levens, ze kronkelen, glijden, flitsen en draaien onafhankelijk van elkaar, waardoor je het idee krijgt dat er ieder moment een deel zal loslaten en zo maar ergens zal blijven liggen zonder dat dat enige consequenties voor de rest zal hebben. Ook het contact tussen de twee uitvoerenden, Guillem en de freelance danser Michael Schumacher, bestaat uit losse, korte ontmoetingen.

Uiteraard geeft zulk werk wel een indrukwekkend beeld van waartoe Guillems lijf in staat is en dat is veel, nauwelijks voor te stellen hoe veel. Wat mij het meest fascineert in haar dansen is de innerlijke muzikaliteit van haar bewegingen, de combinatie van die krankzinnige lenigheid en de enorme kracht, de volheid van de beweging en de messcherpe, gedetailleerde precisie, de moeiteloze losheid en de fenomenale controle. Michael Schumacher bleek verrassend goed opgewassen tegen Guillems talenten en weet zijn dansen een eigen, specifieke en boeiende kwaliteit mee te geven.

In Steptext worden zo'n 20 minuten lang ook weer de meest wonderbaarlijke dingen gedaan, al moet ik eerlijk zeggen dat ik er niet meer zo van onder de indruk raak. Naast Guillem en Michael Schumacher traden daarin ook de uitstekende Peter Abegglen van het Londense Royal Ballet en de al even goed dansende Brian Reeder van het American Ballet Theatre in op. De avond gaf voor mij een te eenzijdig beeld van de hedendaagse dans en van Guillems talenten, omdat het accent te veel op het fysieke kunnen kwam te liggen.