Groei van detailhandel het grootst sinds 1991

VOORBURG, 5 FEBR. De Nederlandse detailhandel heeft vorig jaar een omzet behaald van 130 miljard gulden, een stijging met 4,2 procent ten opzichte van 1996. Per huishouden kwamen de bestedingen in de winkels uit op 20.000 gulden.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat deze cijfers gisteren bekendmaakte, was de groei in de detailhandel de hoogste sinds 1991. Het CBS schrijft de opmerkelijke stijging toe aan de gunstige economische vooruitzichten en de bereidheid van het winkelend publiek het geld te laten rollen.

De bestedingen namen het sterkst toe in de conjunctuurgevoelige non-foodsector. Consumenten laten het van hun economische verwachtingen afhangen, hoeveel geld ze besteden aan bijvoorbeeld meubelen, elektronica en kleding. De stijging was 5,2 procent, eveneens een groeicijfer dat sinds 1991 niet is overtroffen. Topjaar was 1990, toen de omzet in deze branche bijna 10 procent steeg. Ook de levensmiddelensector liet een omzetgroei zien. Vooral de supermarkten deden goede zaken, de 3,9 procent stijging van de omzet komt vooral ten goede van het grootwinkelbedrijf. Kleine speciaalzaken, zoals slagers, bakkers en groenteboeren verloren opnieuw terrein. Hun omzet lag slechts 0,7 procent boven die van 1996. Aangezien de prijzen vorig jaar circa twee procent zijn gestegen, betekent dit dat de kleine middenstanders in 1997 ook een daling in omzetvolume hebben moeten incasseren.

De tien grootste winkelketens waren goed voor een omzet van ruim 23 miljard. Dat is bijna eenvijfde van de totale bestedingen van consumenten bij winkelbedrijven. De omzet van de toptien lag 4,1 procent hoger dan in 1996. In deze kopgroep met daarin onder andere concerns als Ahold (Albert Heyn) en Vendex (Edah, Konmar, Vroom & Dreesmann) komen zowel levensmiddelen- als non-foodbedrijven voor. Vooral de supermarkten zijn in deze groep goed vertegenwoordigd.

De tien grootste winkelbedrijven in de levensmiddelenbranche (omzetgroei 5,3 procent) deden het in 1997 overigens beter dan de toptien in de non-foodsector (3,7 procent). Hieruit blijkt dat de groei in de food sector vooral gedragen wordt door grootwinkelbedrijven, ten koste van de kleine buurtsupermarkten.