Gevraagde bedrag te hoog, Rijksoverheid koopt unieke Cézanne niet

ROTTERDAM, 5 FEBR. De rijksoverheid zal het schilderij Landschap bij Aix met de 'Tour César' (1895) van Paul Cézanne niet aankopen, hoewel het als 'uniek en onvervangbaar kunstwerk' onder de Wet tot behoud van het cultuurbezit valt.

Staatssecretaris Nuis van OCW kan het aankoopbedrag van vijftien miljoen gulden dat eigenares A.H.K. Boerlage-Koenigs, een dochter van de verzamelaar Franz Koenigs, na een officiële taxatie vraagt, niet betalen. Nuis bood eerder 6,5 miljoen gulden.

De kans is zeer groot dat het doek, een van de vier schilderijen van Cézanne (1839-1906) in Nederlands bezit, in het buitenland wordt geveild. Het is niet eerder voorgekomen dat een werk dat - in dit geval sinds 1985 - genoteerd staat op de Lijst die bij de Wet behoud cultuurbezit behoort, uit Nederland verdwijnt. Op die lijst staan duizenden objecten genoteerd, ook deelcollecties, die om hun uitzonderlijke culturele waarde in Nederland dienen te blijven. Als de eigenaar tot verkoop wil overgaan, wordt het rijk als eerste in staat gesteld te onderhandelen over de aankoop.

Nadat de voorgenomen verkoop van de Cézanne in 1995 bekend werd, zijn alle fases van de desbetreffende procedure doorlopen. Er volgden acht maanden van onderhandelingen. Nadat de eigenaar Nuis' aanbod van 6,5 miljoen gulden had afgewezen, stelde de rechtbank van Den Haag op 14 januari jl. het aankoopbedrag vast op 7,5 miljoen dollar, ongeveer vijftien miljoen gulden, die het doek op de internationale kunstmarkt kan opbrengen.

In de maand bedenktijd die volgde is Nuis tot de conclusie gekomen dat zijn fondsen ontoereikend zijn, mede “gezien de andere overwegingen die in verband met diezelfde wet in de toekomst gemaakt moeten worden”, aldus een woordvoerder van OCW. Daarbij wordt gedoeld op de eventuele aankoop van de bibliotheek van J. Ritman, waarover OCW sinds 10 september vorig jaar onderhandelt met de ING Bank. De bank kreeg in 1993 het pandrecht over de Bibliotheca Philosophica Hermetica van 18.000 boeken, 500 handschriften en 400 vijftiende-eeuwse wiegedrukken, nadat Ritmans bedrijf voor bijna een half miljard bij de ING in het krijt was komen te staan.

De Kamerfracties van de vier grootste politieke partijen juichten in januari weliswaar de rijksaankoop van de Cézanne toe, maar ze betwijfelden toen al of daarvoor vijftien miljoen gulden zou worden vrijgemaakt. Ze pleitten voor de oprichting van een fonds waarmee 'onmisbare en onvervangbare' stukken als deze gefinancierd kunnen worden. De VVD stelde onlangs voor om een groter deel van de opbrengsten uit loterijen voor dit fonds aan te wenden. De Wet behoud cultuurbezit mist van begin af aan een structurele financiële voorziening.

“Het vertrek van de Cézanne is heel erg jammer”, zegt Piet de Jonge, conservator moderne kunst van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, waar dit schilderij als bruikleen vanaf 1981 te zien is geweest. “Maar ik vind de schatting van het aankoopbedrag extreem hoog. Ik begrijp dat de staatssecretaris zo'n bedrag niet op tafel kan leggen. Anderzijds is het goed dat dit gebeurt, dat men beseft dat heel goede kunst heel duur is.”

De eigenares heeft vanaf nu een jaar de tijd om het schilderij in het buitenland te verkopen. Gebeurt dit niet, dan is zij verplicht opnieuw over verkoop aan de rijksoverheid te onderhandelen.