Familie van

Mijn vriendin Floor had dringend geld nodig. Ze herinnerde zich dat ze ooit, in haar rijke dagen, toen ze nog 'de vrouw van' was een aquarelcursus had gevolgd. Zou ze die waterverfjes te gelde kunnen maken?

Ze haalde de map tevoorschijn. Niet onverdienstelijk. Maar waar kon je zoiets exposeren? De bibliotheek? Die was te vaak dicht. Een kerk? Ze bezocht geen kerk. Een café? Natuurlijk, het café. Daar werden de meest vreselijke dingen geëxposeerd. Haar werk zou daar zelfs gunstig bij afsteken. Probleem was alleen de man die erover ging. Die viel op dames en Floor was geen dame. Ze miste het air, de houding, maar bovenal de bontmantel en het kapsel. Hoe kon ze die kerel zó inpakken dat hij over haar jeans en sprieten zou heenkijken?

Alles wat ze van hem wist, liet ze de revue passeren. Hij was een vriend van de caféhouder. Bij het ophangen van nieuw werk ging hij altijd, net als de kunstenaar, op een paar pas afstand van de muur staan en keek door zijn oogharen. Dan verschoof hij het werk 1/10 millimeter naar rechts of links, wachtte tot de artiest commentaar gaf en herhaalde dat luidkeels alsof het zí gedachten waren.

Ze dacht er aan hoe hij altijd opsprong als er weer zo'n bontjas met een map onder haar arm het café inkwam, hoe hij zich luidruchtig voorstelde en altijd aan de dame vroeg: “Bent u misschien familie van...?” En ze waren altijd 'familie van'.

Floor hàd het. Ook zíEÉj was familie van. Ze zou het boek van haar beroemde oom op tafel leggen. En wel zó, dat de naam goed leesbaar was. Tien tegen een dat hij erin trapte.

Zodra ze hem weer in het café ziet zitten, gaat ze bescheiden naast zijn tafeltje staan, vraagt of hij een ogenblik voor haar heeft, stelt zich voor, begint uit te leggen dat ze thuis aquarellen heeft die...

“Hoe zegt u?” schalt hij dwars door haar heen. Floor herhaalt haar naam, maar er klikt niets in zijn bovenkamer. 'Spijkerbroek', denkt Floor. Ze luistert hoe hij haar tracht te ontmoedigen. De komende jaren zitten al helemaal vol. Maar ze geeft niet op. Ze begint te slijmen: “Ach, u hebt het in een tel gezien. Iemand met uw ervaring ziet natuurlijk direct of het iets is.” Hij bezwijkt.

De dag van de afspraak is Floor ruim op tijd. Ze heeft een tafeltje in de hoek gekozen. Daarop ligt pontificaal het boek. Haar tekenmap staat tegen de muur. Een kwartier te laat komt de kerel binnen. Hij kijkt rond, kijkt over haar heen en vraagt met luide stem aan de caféhouder of er misschien iemand een afspraak afgebeld heeft, ene mevrouw... Hij moet lang denken voor hij zich haar naam herinnert. Floor verlaat haar hoek en gaat naar hem toe. “Ach”, trompettert hij. “Bent u er tóch?” Hij loopt mee naar haar tafeltje. Net als Floor zich afvraagt wat ze in godsnaam moet doen als hij over het boek heenkijkt, ziet hij het liggen.

“Hé, toevallig”, zegt hij. “Dezelfde achternaam.”

“Niet toevallig”, zegt Floor achteloos. “Hij is een broer van mijn vader.”

“Ach, u bent familie van ...!”

Toen de tekenmap openging kon haar werk niet meer kapot. “Fantastisch! Nee maar, dit is prachtig. Hoe zegt u? Alléén waterverf en water? Hoe is het mogelijk.” Floors opmerking dat ze ook graag haar olieverven had laten zien, maar dat die momenteel allemaal in Londen waren, was niet eens meer nodig. Over een maand zou er misschien een exposant uitvallen. Hij was ingemaakt.