Europa-debat (3)

Wat is de democratische legitimatie van de Europese eenwording? Die vraag stelde Siep Stuurman aan de orde in zijn bijdrage op de opiniepagina van 22 januari. Volgens hem zijn het de 'Eurosceptici' die 'in koor roepen' dat 'de' democratie in de Europese Unie moet worden versterkt.

Stuurman lijkt er vanuit te gaan dat dit alleen kan door het Europees Parlement meer macht te geven. Hij tekent daarbij echter aan dat dit “een evenredig machtsverlies van de nationale parlementen impliceert”.

Die stelling mag in theorie juist zijn, zij staat los van de huidige praktijk. Hoewel het Europees Parlement met het Verdrag van Amsterdam bij naar schatting 80 procent van de wetgeving een vetorecht heeft gekregen via het medebeslissingsrecht, zijn er nog allerlei beleidsterreinen waar de nationale parlementen de greep hebben verloren zonder dat het EP die heeft overgenomen.

Het meest navrante voorbeeld is de landbouw. Hoewel ongeveer 90 procent van de wetgeving hier uit 'Brussel' komt en de nationale parlementen daarbij grotendeels buitenspel staan, heeft het EP slechts de mogelijkheid om advies te geven. Dat is het 'democratische' gat ten volle uit. Ook zonder dat men de nationale parlementen voorlopig meer macht afneemt kan de positie van het EP aanzienlijk versterkt worden en daarmee de democratische legitimatie van de EU.

Stuurman verwijt het EP dat het “nederig om een klein handje macht bedelt” en meent dat het zelf die macht moet nemen met het bekende argument dat succesvolle parlementen dit in het verleden altijd hebben gedaan. Dat laatste klinkt een beetje branieachtig en met het 'bedelen' valt het nogal mee. Bij iedere verdragswijziging heeft het EP zeer krachtig meer bevoegdheden bepleit.

Stuurman meent dat het EP legitimiteit mist, omdat het een verzameling is van “nationale parlementjes die voor de vorm op dezelfde dag worden gekozen”. Hier slaat hij de plank mis. De legitimiteit van het EP is gebaseerd op het feit dat het bij algemeen kiesrecht rechtstreeks wordt gekozen door de burgers.

De opkomst mag laag zijn, aan het beginsel doet dit niets af. Dat binnen het EP sprake zou zijn van “nationale parlementjes” is onzin. Wie de stemmingen binnen het EP de laatste jaren heeft gevolgd kan constateren dat de scheidslijnen voornamelijk ideologisch van aard waren.EPPO JANSEN hoofd voorlichtingsbureau Europees Parlement*** BRS DOCUMENT BOUNDARY