Einde van Helmut Kohl is nabij

Michèle de Waard is correspondent voor NRC Handelsblad in Duitsland.

Oppositie, vakbonden en werklozen slaan in Duitsland de handen ineen om een zondebok te vinden voor de grote werkloosheid. Wat is gemakkelijker dan het vertrek van Kohl te eisen, aldus Michèle de Waard. Maar wie moet hem opvolgen? De socialistische oppositie heeft veel kansen verspeeld.

Tienduizenden werklozen trokken vandaag in heel Duitsland de straat op. Ze demonstreerden tegen de hoge werkloosheid en hekelden de politiek van bondskanselier Helmut Kohl. De actievoerders willen hun protesten volhouden tot de parlementsverkiezingen van komende herfst. Is het einde van het tijdperk-Kohl aangebroken?

Het zal een zware verkiezingsstrijd worden, zei de kanselier eind vorig jaar in een gesprek met de buitenlandse pers. Kohl besefte, welk risico zijn coalitie zou lopen, als de economie hem niet te hulp zou schieten en de werkgelegenheid niet op tijd zou aantrekken.

Inmiddels herstelt de economie zich snel. Maar nieuwe banen blijven uit. Elke maand opnieuw stijgt de werkloosheid. Vandaag werd bekend dat bijna vijf miljoen mensen geen baan hebben. Een record.

In januari had de kanselier al officieel zijn doelstelling opgegeven om de werkloosheid nog voor het jaar 2000 te halveren. Een bittere nederlaag. Twee jaar had Kohl in zijn eigen belofte geloofd.

Voor de werklozen was het een ontmoedigende boodschap. In het westen van Duitsland heeft één op de elf mensen geen baan meer. In het oosten is de werkloosheid twee keer zo hoog. Eén op de vijf Oost-Duitsers zoekt werk. Begrijpelijk, dat het Franse virus naar Duitsland is overgeslagen en dat werklozen, gesteund door vakbonden en kerken, vandaag de straat veroverden.

Toch is de Bondsrepubliek Frankrijk niet. De werklozen in Duitsland zijn over het algemeen tevredener. Ze hebben een hogere uitkering en zijn ouder dan hun collega's in Frankrijk, waar ruim een kwart van de jongeren onder 25 jaar geen baan heeft en geen bijstand krijgt. Bovendien regeren in Frankrijk sinds kort de socialisten. Zij beloofden 300.000 banen te zullen scheppen, en de werkweek te verkorten van 39 naar 35 uur. Als zulke beloften worden gedaan, hoeft niemand zich te verbazen dat het volk zijn leiders aan hun woord wil houden.

In Duitsland regeert al bijna zestien jaar de conservatieve coalitie van christen-democraten (CDU/CSU) en de liberale FDP onder leiding van Helmut Kohl. Diens vierde kabinet maakt een weinig slagvaardige indruk. Vernieuwing blijft uit. Nu slaan de oppositie, de vakbonden en de werklozen de handen ineen, eensgezind als ze zijn in het aanwijzen van de zondebok. Wat is gemakkelijker dan te eisen dat Kohl moet opstappen? 'Kohl moet weg', 'Deze regering is op', scandeerden verschillende demonstranten.

Veel Duitsers willen verandering. Er heerst 'Unmut', de stemming is fatalistisch. Bijna driekwart wenst een andere politiek, zo blijkt uit de opiniepeilingen. Maar wat de Duitsers werkelijk willen, blijft vooralsnog een raadsel want vrijwel niemand verwacht dat in september daadwerkelijk een machtswisseling plaatsvindt.

Het paradoxale van de huidige politieke situatie is dat het onbehagen over Kohls beleid de kiezers niet automatisch in handen drijft van de SPD. Veertig procent van de kiezers weet volgens de peilingen nog niet op wie ze in september stemmen zullen. Wat de regering aan instemming heeft verloren, hebben de sociaal-democraten onder leiding van partijvoorzitter Oskar Lafontaine er niet bijverdiend. Tweederde vertrouwt de macht niet toe aan de oppositie.

Verwonderlijk is dat niet. De SPD is geen New Labour. Ze mist een verfrissende leider als Tony Blair. Nog altijd heeft de partij geen besluit genomen over de kandidaat die het bij de parlementsverkiezingen tegen het 'oude trekpaard' Kohl moet opnemen: de traditionalist Lafontaine of de 'moderniseerder' Gerhard Schröder, de premier van Nedersaksen. Beide kandidaten veinzen eensgezindheid, maar hun persoonlijke rivaliteit is groot.

Voorlopig richt iedereen zich op de verkiezingen van 1 maart in Nedersaksen. Ook al wint Schröder daar opnieuw van zijn christen-democratische tegenspeler Christian Wulff (een jonge vernieuwer bij de CDU) en krijgt hij er stemmen bij, dan betekent dit nog niet dat hij automatisch de kanseliers-kandidaat van de SPD wordt, zo liet de partijleiding vorige week fijntjes weten.

Het gelamenteer over een geschikte kandidaat is een zwaktebod. Het afgelopen jaar hebben de sociaal-democraten elk regeringsvoorstel geblokkeerd dat erop gericht was de economie te hervormen en de investeringen te stimuleren. Ze dwarsboomden de belastingverlaging, en nu liggen ze weer dwars bij de nieuwe wet op het afluisteren, die ze zelf hebben voorgesteld. Alleen om Kohl te pesten. Dat is oppositievoeren à la Lafontaine.

“De SPD wijst de regering aan als boosdoener voor de hoge werkloosheid. Maar zelf hebben ze de belastinghervorming laten vastlopen”, merkte een demonstrant vandaag zuur op. Dat is opmerkelijk. De werklozen mogen de straat opgaan, maar niet elke demonstrant levert een stem op voor de SPD. Ook dat is een verschil met Frankrijk, waar de oppositie en de intellectuelen zich achter de stakers hebben geschaard.

Er resten nog acht maanden tot de Bondsdagverkiezingen. Op belangrijke en dringende hervormingen hoeft tot die tijd niet meer te worden gerekend. 'Stilstand in Bonn', luidt het credo aan de Rijn. Bij zo'n hoge werkloosheid, die dringend om maatregelen vraagt, is dat teleurstellend. Niet alleen voor Duitsland, maar ook voor Europa, dat Duitsland als locomotief beschouwt.

De werkelijke oppositie in de Bondsrepubliek komt al sinds enige tijd uit Kohls eigen gelederen, en van de Beierse zusterpartij CSU. Als enige waagde de Beierse minister-president Edmund Stoiber (CSU) het vorig jaar kritische vragen te stellen over de invoering van de euro. De jonge garde van de CDU ('de jonge wilden' uit de deelstaten) pleit nog steeds voor een ingrijpende belastingverlaging, voor hervormingen van het sociale stelsel, voor verandering van het pensioenstelsel en voor technologische innovatie.

Zij zijn de ware hervormers van Duitsland, niet de SPD die op het oude aambeeld van de industriepolitiek hamert, na twee jaar matiging al weer loonstijgingen eist en de overheidsuitgaven wil aanjagen.

De Duitsers leven boven hun stand en moeten eraan wennen zelf meer verantwoordelijkheid voor hun sociale voorzieningen te dragen, zeggen de jonge wilden in de CDU, en zij vinden een belangrijke bondgenoot in Wolfgang Schäuble, de CDU/CSU-fractieleider die Kohl graag als zijn opvolger wenst.

Anders dan Schäuble is Kohl geen snelle hervormer. Hij personifieert de solide Duitse midden-klasser. Met zijn 145 kilo is hij de stevige Duitse eik die met zijn wortels diep in de grond staat en het land op koers houdt. Dat lukt hem al bijna 16 jaar. Kohl heeft Konrad Adenauer overtroffen als langst regerende kanselier. Hij heeft de snelle en vreedzame hereniging van de twee Duitslanden mogelijk gemaakt. Internationaal is zijn reputatie onbetwist. Hij is een overtuigd Europeaan, hij heeft het verenigde Duitsland op de kaart gezet in zijn nieuwe rol als de pleitbezorger van een grotere Europese Unie en de uitbreiding van de NAVO. Zelfs deelname aan internationale militaire vredesinterventies staat in eigen land niet meer ter discussie. Dat is een hele prestatie.

Naarmate de integratie tussen het westen en oosten van Duitsland moeizamer verliep, zijn de zwakheden van de bondskanselier meer aan het licht gekomen. Kohl heeft zich verkeken op de zware financiële last van de hereniging, die sinds 1990 ruim 1000 miljard mark heeft gekost. De wederopbouw blijkt veel moeizamer dan verwacht. Door de steun aan het oosten voornamelijk via de sociale verzekeringen te financieren, zijn de sociale premies dermate sterk gestegen, dat werknemers zich door de hoge loonkosten uit de markt prijzen. De reële inkomens stagneren al jaren.

“Wij hebben Duitsland op hervormingskoers gebracht”, stelde de kanselier vorige week vast tijdens het World Economic Forum in Davos. Dat klopt, maar wel geldt hier: te weinig en te laat. De kosten van arbeid zijn veel te hoog. Ondernemers automatiseren liever dan nieuwe werknemers aan te stellen en investeren in het buitenland. Volgens het Internationaal Monetair Fonds is tachtig procent van de werkloosheid toe te schrijven aan rigiditeiten in de economie: een kostbaar sociaal stelsel, een inflexibele arbeidsmarkt, een hoge lastendruk. Het kabinet kan daar iets aan doen, maar heeft te weinig gedaan.

De Bondsrepubliek heeft een kanselier nodig met meer durf. Door openlijk zijn voorkeur uit te spreken voor Schäuble, heeft Kohl zijn eigen wens al prijsgegeven. De kanselier, die graag over zichzelf in de derde persoon praat, weet allang dat de era-Kohl ten einde loopt. De oogst van de euro, waarover in mei wordt beslist, wil hij nog binnenhalen. In Bonn wordt gespeculeerd of hij het volhoudt tot september. Mocht het herstel van de werkgelegenheid uitblijven, en zijn populariteit niet toenemen, dan wordt het voor Kohl lastiger dan ooit. Dan ontstaat een breekpunt. Wacht hij tot na september, of durft hij het aan de leiding van zijn partij nog voor de Bondsdagverkiezingen over te dragen aan zijn kroonprins Schäuble?