De Wolf kan ook lachen in een rolstoel; Veteraan scheurt enkelbanden bij rentree

De rentree van John de Wolf is in het ziekenhuis geëindigd. De 35-jarige voetballer van Helmond Sport scheurde in het bekerduel tegen NAC zijn enkelbanden. Het is zijn veertigste blessure. “Maar het is nog niet afgelopen, hoor.”

BREDA, 5 FEBR. Voordat de wedstrijd in Breda afgelopen is, zit John de Wolf al in het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis. De verdediger van Helmond Sport wordt met een zware blessure aan de rechterenkel op een brancard van het veld gedragen. Het ziet er slecht uit. “Dat was maar kort, hè”, zegt De Wolf als hij voor het stadion met een van pijn vertrokken gezicht de auto wordt ingeholpen.

Het is de 27ste minuut. De Wolf trapt op de rand van het eigen strafschopgebied de bal weg als NAC-speler Geert Brusselers onbesuisd komt invliegen. “Een benenbreek-actie”, noemt De Wolf het. “De bal was al weg. Ik voelde het zo afscheuren. Ik durfde niet naar mijn been te kijken. Ik dacht dat het bot er uit zou steken.” Hij trekt het verband van zijn been weg en toont de bloedige afdrukken van de noppen van de schoen van Brusselers. “Ik mag nog van geluk spreken, denk ik.”

Op de Eerste Hulp wacht De Wolf in een rolstoel op de dokter. Zijn vrouw is er ook. Ze hebben haar op weg naar Rotterdam vanuit de auto gebeld. Een verpleegster begroet de voetballer. “Daar is mijn kanjer weer.” De Wolf is kind aan huis in het ziekenhuis. Hij is zijn hele carrière door blessureleed geplaagd. Een onwillige knie hield hem bij FC Groningen en Feyenoord ruim een jaar aan de kant en tijdens de voorbereiding met het Nederlandse elftal op het WK van 1994 moest hij geblesseerd het trainingskamp verlaten.

Een regionaal dagblad plaatste ooit een foto van het lichaam van De Wolf met daarbij vermeld alle blessures waarmee de speler te kampen had gehad. Het waren er toen al meer dan dertig. “Ik denk dat ik nu zeker op veertig sta”, rekent De Wolf uit.

Toch wil de Schiedammer, 35 jaar inmiddels, niet stoppen met voetballen. Hij vindt het nog veel te leuk. Voor de wedstrijd vertelde hij enthousiast over Helmond Sport. Hij bekende dat ook hij vroeger moest lachen om die club uit de eerste divisie die nooit eens een succesje boekte. Maar het valt hem erg mee in Helmond. De organisatie zit goed in elkaar, de trainer is een verstandige man en het elftal heeft mogelijkheden en hoort hoger te staan dan de veertiende plaats.

De Wolf vond het heerlijk om weer dagelijks tegen een bal te kunnen trappen. Maanden zat hij “als een oude man” thuis op de bank. Hij begon het seizoen vol goede moed bij Hapoel Ashkalon uit Israel, maar daar wilden ze al na anderhalve wedstrijd van hem af. De speler voelde zich “als een hond” behandeld en zit nu op de uitkomst te wachten van de arbitragezaak die hem het geld moet opleveren dat hij nog tegoed meent te hebben van de Israelische club.

Bij Helmond Sport probeerde hij de afgelopen drie weken alle ellende te vergeten. De Wolf viel vierenhalve kilo af en in de oefenwedstrijd tegen Excelsior speelde hij vorige week al een uurtje mee. Langzaam begon hij zijn ritme terug te vinden. Het bekerduel tegen NAC zou hem weer wat verder moeten brengen. Totdat het noodlot weer toesloeg. “Het zit ook nooit een keer mee”, zegt De Wolf. “Het seizoen is afgelopen, uit.”

Ondanks het leed kan hij nog lachen. De Wolf is wel wat gewend. Hij herinnert zich in de wachtruimte van het ziekenhuis de moeizame manier waarop de EHBO'ers hem in Breda de kleedkamer indroegen. “Ik dacht dat ze me zouden laten vallen.” En wat te zeggen van een van de journalisten die hem bij de uitgang opwachtten. “Die vroeg of ik pijn had. Lekkere vraag. Wat denk je nou zelf, heb ik hem gevraagd.” Als op dat moment bij de Eerste Hulp een man wordt binnengedragen die er niet best aan toe is, zegt De Wolf: “En dan zit ik hier maar met een enkeltje.”

De Wolf vraagt om orthopedisch chirurg Heijboer. Die heeft hem eerder behandeld. Maar Heijboer is niet te bereiken. De voetballer moet het met een andere dokter doen. Om kwart voor elf stapt Heijboer alsnog binnen. Zijn zoon is jarig, maar hij wil zijn trouwe patiënt niet in de steek laten. Even later is de diagnose gesteld: een gescheurde buitenband van de enkel. Een operatie blijkt niet nodig.

De Wolf is niet ontevreden. “De dokter denkt dat het wel meevalt. Het seizoen is dus nog niet over. We gaan morgen meteen mijn revalidatie bespreken. Toen ik daar in de kleedkamer lag, dacht ik nog van: als ik weer moet worden geopereerd, hang ik mijn schoenen in de boom. Maar nu is de knop weer om. Ik wil Helmond Sport niet in de steek laten. Eindelijk heb ik het weer ergens naar mijn zin.”

Hij krijgt een injectie tegen de pijn en een verpleegster drukt hem ook nog twee pijnstillers in de hand. Een roerige voetbalavond is ten einde.