De buitensporter is voor alles bang

Kleding voor de buitensporter is allang niet meer alleen voor de buitensporter. Ook de kantoorklerk kan zich tegenwoordig vertonen met fleece pet en kevlar versterking op de ellebogen. 'Extreme goes casual'.

De echte buitensporter is een angsthaas. Bang voor kou, regen, wind, natte voeten, gaten in zijn jas en verdwalen. Die angst wordt serieus genomen door de buitensportindustrie, want er valt garen bij te spinnen. Op elke beurs voor buitensportartikelen valt te zien hoe bovenkleding nog waterdichter is gemaakt, schoenen schokbestendiger en onderkleding ademender. De wandelaar wordt geacht de natuur te betreden gehuld in een ideaal microklimaatje en gewapend te zijn met kompas, hoogtemeter en nu zelfs met GPS (global positioning system).

De buitensporter zoekt wat in deze tijd van centrale verwarming, overdekte winkelcentra en behaaglijke treinen 'extremen' heet. Vanuit zijn veilige wereld boekt hij verre reizen en stapt behoedzaam de natuur in. Zijn wapens tegen de elementen kiest hij met zorg. Voor een deel is zijn angst terecht, want aan zijn spullen worden harde eisen gesteld. Vlijmscherp gesteente snijdt in schoenzolen, doornen proberen mouwen en broekspijpen te verscheuren en rotsen schuren eeuwig langs de rugzak. Maar sommige risico's lijken te ver gezocht, beseft ook de rugzakindustrie.

Een kleine producent toonde onlangs op een buitensportbeurs trots zijn bergschoenen. Ze hadden allerlei tests goed doorstaan en waren doorgedrongen tot die paar merken waaruit de mobiele eenheid van de politie haar uiteindelijke keus zou maken. In alles - draagcomfort, warmte en regendichtheid - waren ze glansrijk geslaagd. Helaas faalden ze in de Molotov-cocktail test. “Maar”, zei de producent, “de kans dat ze een fles brandende benzine naar u werpen in de Pyreneeën is verwaarloosbaar klein.” Hij heeft ongetwijfeld gelijk, maar toch twijfel je even.

De grote zorg van het buitensportbedrijfsleven is dat de wandelaar/kampeerder op een gegeven moment denkt: nu heb ik de optimale uitrusting. Dat mag nooit gebeuren en daarom wordt de natuurconsument steeds aan het twijfelen gebracht. Heb ik wel het beste schoeisel, de perfecte hoed of de enig juiste rugzak? Dus attaqueert de industrie het gemoed met vragen als: U heeft nog geen met kevlar verstevigde ellebogen? Uw jas denkt te kunnen ademen zónder drie lagen membraam? Nog geen fleece pet met oorkleppen? Dan moet u het zelf maar weten, wij hebben u gewaarschuwd.

De buitensportmode weeft om de behoedzame wandelaar een web van bezwerende woorden. Taslan, Dermizax en Tristar zijn niet de namen van de Wijzen uit het Oosten, maar van stoffen die beloven zweet af te voeren en wind of regen tegen te houden. Onder deze bezweringsformules gaat tevens de kwetsbaarheid van de buitensportindustrie schuil. Want zo gigantisch is het assortiment allernieuwste 'non-cotton textiles' in sommige buitensportwinkels geworden, dat je twijfelt of de kennis van het bedienend personeel over deze materialen daarmee gelijke tred heeft kunnen houden.

Omdat inmiddels vrijwel alle serieuze buitensporters waterdicht en ademend zijn ingepakt, zoekt de industrie naar andere prooien. Jongeren bijvoorbeeld die niets anders hebben dan vrije tijd en de behoefte zich aan elkaar te tonen. Zo heeft Helly Hansen, ooit beroemd wegens de eerste fleece truien waarin de drager zich een wolharige mammoet voelde, zich onder de straatjeugd een plaats verworven. Maar ook de mens die binnen zit en niks aan sport doet, wordt op de korrel genomen. Extreme goes casual. De modale kantoorklerk kan er tegenwoordig warmpjes bijzitten en er sportief uitzien.

Met schoenen die zich aanprijzen als 'walking machines' kun je blaarloos twintig kilometer wandelen. Je kan ze ook aantrekken als je alleen maar van huis naar station loopt en na een verkwikkende treinreis achter je bureau gaat zitten. Aan de kapstok hang je vervolgens je jas met thinsulate of qaudrofil en je fleece muts gooi je achteloos op tafel. Al bewegen wij ons hooguit tussen werk en winkel, met de kleding die we aanhebben, liggen alle bergen aan onze voeten.

Het is duidelijk hoe de pendule van de sportkledingmode terugkomt. Eerst verdrijven anorak en windjack de trenchcoats en Burberry's uit het straatbeeld, maar daarna komt de ouderwetse mode terug. Echter, de strak gesneden klassieke regenjas blijkt dan niet langer van katoen, maar van Gore Tex. Het colbert van fleece en de molières hebben een Vibram Montagna zool, de G-3000 pantalon is van Paul Smith. Bovenop de Mont Blanc staat de moderne mens: goed in het pak en met een rugzak als een aktetas. Beneden in het dal staan de onbevreesde buitensporters. Mannen en vrouwen met wollen truien, in dichtgeweven katoenen jacks. Corduroy knickerbockers die weigeren te slijten en op bergschoenen van twee kilo per stuk. Ze mogen de bergen niet meer in, te lelijk gekleed.

Een winkel met een beperkt, maar uitgelezen assortiment kleding, kampeerspullen en slaapzakken is Tatteljee. De verkopers hebben vrijwel alles zelf uitgeprobeerd, dan wel naar de behoeften van de buitensporter ontworpen. Tatteljee, Kerklaan Zunderdorp 25, Amsterdam. Tel. 020-6325030 Idem: Menhir Sport, Goudse Singel 18, Rotterdam, 010-4130528 en Erdman Schmidt, Weberstr 7, Hoogeveen, 0528-277266