Carnaval in Binche; Het feest van de baardloze Gilles

Soumonces en Musique, 8 en 15 febr; La nuit des Trouilles de Nouilles, 16 febr; Galabals, 7 en 14 febr. Vette dagen, 22, 23 en 24 febr. Office du Tourisme, Hôtel de Ville, Grand Place, tel 003264-336727. Musée International du Carnaval et du Masque, 10 Rue Saint-Moustier, tel 003264-335741. Wie Binche nadert, verwacht weinig vrolijkheid in dit Henegouwse stadje, omringd door verlaten fabrieken en terrils, de slakkenhopen van oude steenkoolmijnen. Toch is Binche beroemd om zijn uitbundige straatcarnaval, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 14de eeuw.

Binche kent geen prins carnaval en praalwagens, maar wel een figuur die alleen hier voorkomt, de Gille, waarvan er op vette dinsdag (mardi gras) honderden door de straten dansen en sinaasappelen gooien om een vruchtbaar jaar af te dwingen. 's Ochtends dragen de Gilles hun typische witte masker, met Napoleon III-snor, sikje en groen brilletje. 's Middags tooien ze zich met één meter hoge hoeden van struisvogelveren. De Gilles dansen - of eigenlijk is het een soort stampen - door de straten. Er gelden strenge voorschriften voor de Gilles: alleen baardloze mannen komen in aanmerking, ze mogen zich niet zonder trommelaar vertonen, geen vervoermiddel gebruiken, niet in het openbaar zitten, noch arm in arm met een vrouw lopen en alleen champagne drinken. 'Faire le Gille' is een traditie die vaak van vader op zoon overgaat.

De eerste tekenen van het carnaval van Binche zijn al in januari zichtbaar. Op de zesde zondag voor de vette dagen beginnen de repetities van de trommelaars. De vier laatste zondagen hebben de 'soumonces' plaats, de uitnodiging voor het carnaval, waarvan de laatste twee met fanfare. Dan komen ook de Gilles de straat op, met bellen, klompen en ramon, een bezempje waarmee ze onder het dansen zwaaien. Op de zaterdagavonden voor het carnavalsfeest zijn er drie gekostumeerde gala-bals: een socialistisch, een liberaal en een katholiek.

Maskers zijn een belangrijk onderdeel van het carnaval in Binche. Het masker van de Gille, dat beschermd is, werd eind vorige eeuw ontworpen en is waarschijnlijk geënt op Franse politici. Gilles mogen het niet buiten Binche dragen. Niet-Gille-maskers worden opgezet in de nacht van de 'Trouilles de Nouilles', de maandag voor de vette dagen, waarop gemaskerden Binchois van café tot café gaan, aanwezigen pesten en consumpties eisen. Het roept associaties op met de carnavaleske schilderijen van James Ensor: het optreden van de gemaskerden wordt in Binche 'intrigues' genoemd, tevens de titel van een schilderij van Ensor.

'La nuit des Trouilles de Nouilles' is slechts een voorteken van het echte feest. Op vette zondag trekken de Binchois verkleed door de stad, als mam'zèles (mannen verkleed als vrouw) of in een andere uitdossing, die tot het laatste moment geheim moet blijven. Het hoogtepunt is vette dinsdag. Alleen dan mogen de Gilles in vol ornaat verschijnen. Hun linnen pak, versierd met zonnen en leeuwen, wordt opgevuld met stro. Rond hun middel bungelen koperen belletjes, een grotere bel hangt om de hals. 's Ochtends rond vier uur worden de Gilles van huis gehaald door een trommelaar, ze nuttigen champagne en oesters en gaan dan de straat op.

Moeders en echtgenotes mogen de Gilles, verenigd in een tiental verenigingen, aankleden en in hun gevolg meelopen. Na een bezoek aan het stadhuis en een lunch thuis worden de maskers verruild voor de hoge struisverenhoeden, hoewel niet iedere Gille zich hier aan waagt omdat ze zwaar zijn en onhandig bij het dansen. 's Avonds wordt het carnaval afgesloten met een groots vuurwerk.

Volgens een van de mythes is de Gille geënt op Inca-indianen die in 1549 een feest opluisterden dat Maria van Hongarije gaf op haar kasteel in Binche. Vandaar de met veren versierde hoed en de zonnen op het pak, een verwijzing naar tatoeages van de Inca's. Zijn naam zou afgeleid zijn van het Spaanse Gil. Volgens een andere interpretatie moet de oorsprong gezocht worden in het personage Gille uit het volkstoneel.

Op een gewone dag is in Binche iets van de vette dagen te proeven in het carnavalsmuseum, gehuisvest in een voormalig Augustijner college. De Grote Markt, waar straks de Gilles dansen, ligt er verlaten bij. Bij Friture Binchoise negeert de verkoopster de kleumende klanten-van-buiten. Zij heeft slechts aandacht voor een stadgenoot - waarschijnlijk een Gille in burger.