Britten herzien relatie gebiedsdelen

LONDEN, 5 FEBR. Het Verenigd Koninkrijk moderniseert de betrekkingen met wat er over is van het voormalige Britse wereldrijk. Minister van Buitenlandse Zaken Robin Cook heeft dat gisteren in Londen beloofd tijdens een bijeenkomst met de gouverneurs van de laatste dertien kolonies. Maar of de overzeese onderdanen het Britse staatsburgerschap wordt verleend, zoals de gouverneurs hadden gevraagd, kon hij niet zeggen. Hij zei dat het verzoek “welwillend en met spoed” behandeld wordt.

Cook kondigde aan dat de positie van de vroegere wingewesten wordt versterkt. De zogeheten 'Dependent Territories', 'afhankelijke gebiedsdelen', worden bij wet omgedoopt tot 'overzeese gebiedsdelen'. Die naamsverandering moet volgens Cook illustreren dat de betrokken landen over een eigen regering beschikken en “allesbehalve afhankelijk” zijn.

Voor de overzeese gebiedsdelen wordt een speciale interdepartementale organisatie in het leven geroepen die onder leiding van staatssecretaris barones Symons komt te staan. De instelling van een dergelijk centraal aanspreekpunt moet ervoor zorgen dat de landen makkelijker toegang krijgen tot de Britse overheid. Ook moet die formatie voorkomen dat de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Ontwikkelingssamenwerking langs elkaar heen werken zoals vorig jaar na de vulkaanuitbarsting op het Caribische eiland Montserrat is gebeurd.

Tegenover een uitbreiding van rechten dient ook een versterking van verplichtingen te staan, zei Cook. Hij bezwoer dat de regering er niet op uit is om de overzeese gebiedsdelen tot “spiegelbeelden” van het Verenigd Koninkrijk te maken. Maar hij zei dat als de landen ervoor kiezen om Brits te blijven, ze zich wel moeten conformeren aan de Britse normen op de terreinen van financiële regelgeving en mensenrechtenbeleid. Dat heeft vooral consequenties voor landen in het Caribisch gebied die als fiscale vrijhavens dienen en voor het witwassen van drugsgeld worden gebruikt. Het zijn ook de Caribische gebiedsdelen die op gespannen voet met het Britse mensenrechten-beleid leven door homoseksualiteit nog steeds strafbaar te stellen, terwijl Bermuda nog altijd de doodstraf kent.

De 160.000 bewoners van de dertien overzeese gebiedsdelen hebben in het verleden bij herhaling geklaagd dat ze door het moederland als tweederangsburgers worden behandeld. Begin jaren tachtig werd hen het Britse paspoort ontnomen waardoor ze zich niet meer vrijelijk in Groot-Brittannië kunnen vestigen. Een uitzondering werd gemaakt voor Gibraltar en de Falklandeilanden met hun overwegend blanke bevolking, wat de Britse regering op het verwijt van racisme kwam te staan. De Britse overzeese gebiedsdelen zijn: Anguilla, Bermuda, Brits-Antartica, Diego Garcia, Falkland-eilanden, Gibraltar, Kaaiman-eilanden, Maagden-eilanden, Montserrat, Pitcairn-eilanden, St. Helena en Ascension, Turks- en Caicos-eilanden, Zuid-Georgia en de Zuid-Sandwich-eilanden.