'Bellers duurder uit' bij andere structuur netkosten

Om de concurrentie in de telefonie te stimuleren wil toezichthouder Opta de kosten anders berekenen. In de Verenigde Staten en Rusland loopt deze discussie al jaren. Uiteindelijk betaalt de consument het gelag.

ROTTERDAM, 5 FEBR. In de discussie over een vast tarief voor de kosten van het zogeheten aansluitnet staat Nederland niet alleen. Ook in andere lidstaten van de Europese Unie, in de Verenigde Staten en in Rusland wordt gesproken over de vraag hoe de verbinding tussen de huisaansluiting en de wijktelefooncentrale moet worden betaald. Waar de Nederlandse telecomtoezichthouder Opta (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit) streeft naar vaste tarieven, willen de Russen juist af van hun vaste vergoeding voor lokale telefonie. Volgens de Opta zou een vast tarief voor het aansluitnet de concurrentie stimuleren en bellen per saldo goedkoper maken. Zo verklaarde de toezichthouder gisteren zijn voorstel voor aanpassing van de huidige tarievenstructuur. Nu nog worden de kosten van het aansluitnet in de gesprekskosten verwerkt. Volgens de Opta, die voor de telecom- en postbranche bindende besluiten neemt, werkt deze constructie misbruik in de hand. PTT Telecom zou deze kosten op een te hoog niveau doorberekenen aan concurrenten, waardoor de voormalige monopolist zijn machtspositie kan handhaven. Andere aanbieders hebben nu eenmaal in de meeste gevallen het laatste stukje koperdraad van de PTT nodig om bij de klant te komen. J. Rood van telecomadviseur Stratix noemt de keuze voor vaste tarieven een 'logische stap'. Ook in grote delen van de Verenigde Staten betalen de aanbieders van telefonie over lange afstanden de eigenaren van het lokale net een tarief dat onafhankelijk is van de tijd die gebeld wordt. Volgens Rood wordt in de meeste landen gekozen voor vergelijkbare modellen.In de Verenigde Staten heeft de tariefsstructuur geleid tot gratis lokale gesprekken. Rood gelooft niet dat die ook in Nederland zullen worden geïintroduceerd. “In de Verenigde Staten willen ze er juist vanaf”, zegt hij. Als lokale verbindingen (bijvoorbeeld voor Internetgebruik) gratis worden aangeboden, is de gebruiker geneigd zijn lijn 24 uur per dag open te laten staan. Daardoor raken telefoonnetwerken overbelast.

Kabeladviseur G.J. Kemme stelt dat de discussie over de kosten van het aansluitnet volstrekt achterhaald is. “Het is heel moeilijk om te bepalen hoe hoog de kosten voor de PTT daadwerkelijk zijn. Voor een deel wordt dit bepaald door het bedrag waarvoor het netwerk in de boeken staat. Dit probleem was er niet geweest als de PTT na de verzelfstandiging in 1989 zijn netwerk verder had afgeschreven. Ook het Amerikaanse AT&T heeft de infrastructuur in die periode afgewaardeerd”, aldus Kemme, die vaak als adviseur optreedt bij de verkoop van kabelnetwerken door gemeenten.

Die afschrijving is volgens hem alleen al nodig wegens de snelle technologische veroudering. “Door alle ontwikkelingen op het gebied van draadloos bellen dreigt de discussie te worden achterhaald. In dat kader moet je je afvragen hoeveel het laatste stukje koper van de PTT nog waard is.”

Volgens een woordvoerder van Opta zullen ook de kabelbedrijven profiteren van de hogere abonnementstarieven die het gevolg zijn van de voorstellen om kabelmaatschappijen die klanten met een eigen infrastructuur willen benaderen een kans geven. “Ze kunnen beginnen door gebruik te maken van een aansluitlijn van de PTT”, aldus de woordvoerder. “Als ze daarover voldoende verkeer genereren, kan later eventueel een eigen kabel worden gelegd.”

Rood van Stratix wijst er echter op dat de vaste tarieven voor de kabelaars niet uitsluitend voordelen met zich meebrengen. In de eerste plaats staan tegenover de hogere abonnementstarieven lagere opbrengsten per minuut. “De prijs waarvoor telefonie over de kabel wordt aangeboden zal gewoon moeten concurreren met die van het telefoonnet”, zegt hij.

Volgens kabeladviseur Kemme is een directe bijdrage aan het aansluitnet een slecht idee. “Er wordt nu gesproken van een tientje per maand, dus 120 gulden per jaar. Stel dat de tarieven met 10 procent dalen, dan moet je voor ten minste 1200 gulden bellen om goedkoper uit te zijn. Zoveel belt de gemiddelde consument niet.” Het voorstel van de Opta sterkt Kemme in de gedachte dat de (deze zomer gestarte) liberalisering van de telecommarkt alleen de zakelijke gebruikers ten goede komt. “Door een vast tarief voor het aansluitnet krijgen concurrenten van de PTT meer kans. Maar die nieuwe partijen zijn vooral geïiiiinteresseerd in grote bedrijven en niet in de particuliere markt. De gewone beller loopt nu zelfs de kans duurder uit te zijn.”