België laakt regeling kroongetuige Abbas

BRUSSEL, 5 FEBR. De Belgische minister van Justitie, S. de Clerck, vindt het “onaanvaardbaar” dat de Nederlandse justitie zich bemoeit met een Belgisch uitleveringsverzoek aan Groot-Brittannië van de op verdenking van witwaspraktijken gezochte Fouad Abbas.

Minister De Clerck zei dit gisteren in het Radio 1 Journaal.

De Antwerpse Pakistaan Abbas was kroongetuige in het zogeheten Octopus-proces tegen drugsbaron Johan V., alias de Hakkelaar. De twee Amsterdamse officieren van justitie M. Witteveen en F. Teeven beloofden Abbas dat hij in Nederland niet zou worden vervolgd als hij een boete van 1,8 miljoen gulden betaalde en tegen V. zou getuigen. Een akkoord dat het gerechtshof vorige week toelaatbaar achtte.

In België wordt Abbas verdacht van het witwassen van ruim 300 miljoen gulden uit drugshandel. Via de Antwerpse haven zou hij Pakistaanse hasj hebben verscheept. De 58-jarige Abbas verblijft momenteel in Londen. Vorige week verscheen hij voor het Londense High Court, dat over zijn eventuele uitlevering aan België moet beslissen. De Clerck is kwaad omdat de twee Nederlandse officieren een verklaring naar de Londense rechtbank zouden hebben gestuurd, met daarin hun afspraken met Abbas. Hij noemt het “onaanvaardbaar dat dit soort afspraken leidt tot actief verzet in het buitenland.” Ook verzet hij zich “tegen de gedachte dat een transactie, een deal, een akkoord gelijk gesteld kan worden met een vonnis, een besluit.”

De Clerck is ook ontstemd omdat de overeenkomst met Abbas, die in oktober 1995 werd gesloten, kwam op een moment dat de Nederlandse justitie kon weten dat de man in België werd gezocht. “Ik denk niet dat men kan stellen dat ze niet op de hoogte waren van het feit dat er een onderzoek was”, aldus De Clerck. België had volgens De Clerck al een internationaal aanhoudingsbevel doen uitgaan op het moment dat de deal met Abbas werd gesloten.

Abbas is in Groot-Brittannië in december vorig jaar op borgtocht vrijgelaten. Volgens een woordvoerder van De Clerck onderhandelt de Belgische minister met zijn Nederlandse collega Sorgdrager “om te zien hoe er verder aan het probleem van zijn uitlevering gewerkt kan worden.”

Bij het Amsterdamse parket is altijd tegengesproken dat men wist dat België actief Abbas zocht. De onderhandelingen met de Pakistaan zijn pas begonnen nadat Abbas zichzelf via een advocaat meldde bij de Nederlandse justitie. Daarvoor was hij onvindbaar.