A. van der Zwan onderzoekt sociale dienst van Rotterdam

ROTTERDAM, 5 febr. De bestuurskundige prof. A. van der Zwan gaat de sociale dienst van Rotterdam doorlichten. Zijn bevindingen over het functioneren van de dienst moeten beschikbaar zijn als na de raadsverkiezingen van 4 maart een nieuw college van B en W wordt geformeerd. De nieuwe gemeenteraad wordt op 14 april beëdigd.

In Rotterdam zijn 120.000 huishoudens met een minimum inkomen. De Rotterdamse sociale dienst is met 50.000 klanten, mensen met een bijstandsuitkering, een van de grootste van het land. Sinds drie jaar is bij de dienst een reorganisatie gaande om klantgerichter en doelmatiger te gaan werken. Behalve het verstrekken van uitkeringen moet de sociale dienst ook het werkgelegenheidsbeleid uitvoeren (banenpools en sociale activering) en zorg verlenen aan ouderen, gehandicapten, asielzoekers en mensen met een minimuminkomen.

De reorganisatie was de belangrijkste taak van de Tilburgse oud-wethouder van sociale zaken H. Krosse, die in 1995 als directeur van de sociale dienst werd aangetrokken. Zijn beleid stuitte op verzet wegens zijn robuuste en weinig diplomatieke optreden. Vorig jaar werd Krosse oneervol ontslagen nadat was gebleken dat hij privé-uitgaven op kosten van de sociale dienst had gedaan. Na deze affaire, die veel stof deed opwaaien, werd een interim-manager benoemd, jhr. J.M. de Jonge, die rust bracht en de reorganisatie voortzette.

Met een 'snelle analyse' moet Van der Zwan vaststellen in hoeverre de dienst gevorderd is met de omslag van een starre bureaucratische uitkeringsinstantie naar een soepel draaiende 'McDonald's in dienstverlening', zoals Krosse ooit zei. Met het tijdig verstrekken van (bijstands)uitkeringen is enig resultaat geboekt: dat lukt nu voor 65 procent van de aanvragen binnen de gestelde termijn van acht weken, tegen minder dan 50 procent enkele jaren geleden. Bij andere taken, zoals het werkgelegenheidsbeleid, is het resultaat nog onvoldoende, blijkt uit rapporten van de gemeentelijke bestuursdienst.

Van der Zwans bevindingen zullen van belang zijn bij het opstellen van het programma van het nieuwe college van B en W en bij het aantrekken van een nieuwe directeur.