VN brengen olie-export Irak aardig op gang

De Verenigde Naties zijn er voorstander van dat Irak veel meer olie mag verkopen dan tot dusverre het geval is om met name voedsel en medicijnen voor de bevolking te kopen. Als de Veiligheidsraad ermee akkoord gaat, komt de Iraakse olie-export al weer aardig op gang.

ROTTERDAM, 4 FEBR. Als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties akkoord gaat met het advies van secretaris-generaal Kofi Annan Irak toe te staan voor 5,2 miljard dollar per half jaar olie te verkopen, gaat Irak hard op weg om zijn inkomsten uit de olie-export weer op het peil van vlak vóór de Golfoorlog, zij het exclusief inflatie, te brengen. Volgens cijfers van OPEC, de Organisatie van olie-exporterende landen, verdiende Irak in 1989 11,79 miljard dollar aan deze export. Olie is verreweg het belangrijke exportartikel van dit land, dat op Saoedi-Arabië na de grootste reserves (122 miljard vaten) in de grond heeft zitten. Olie zorgde tot de invasie van Koeweit voor meer dan 95 procent van het Iraakse nationale inkomen en voor 98 procent van de staatsinkomsten.

In 1989, vóór de Golfoorlog, exporteerde Irak nog bijna 2,8 miljoen vaten olie per dag. Bij de huidige lage prijzen zou het VN-aanbod Irak de kans geven weer naar een productie van ruim 1,7 miljoen vaten per dag te komen. Daarvoor zijn dan wel extra middelen nodig voor investeringen in de verkommerde olie-industrie.

Ruim een jaar zijn de Verenigde Naties en de regering in Bagdad nu bezig om met vallen en opstaan een beperkte (nu voor 2,14 miljard dollar per zes maanden) en gecontroleerde oliestroom uit Irak op gang te brengen om de 22 miljoen zielen tellende Iraakse bevolking aan voedsel, medicijnen en andere hulpmiddelen te helpen. Het resultaat is onvoldoende en er is volgens internationale humanitaire organisaties alle reden voor een grotere aanvoer van voedsel.

Sinds 1991 bestaat er al een resolutie van de Veiligheidsraad die dat mogelijk maakt. Want de VN voorzagen toen al ernstige gevolgen voor de Iraakse bevolking, omdat Irak tijdens de goede jaren steeds meer voedsel ging importeren en zijn landbouw verwaarloosde. Omdat de 'olie-voor voedsel' overeenkomst pas begin 1996 op gang kwam heeft de boycot die nu meer dan zeven jaar duurt, geleid tot ernstige ondervoeding en hoge sterftecijfers, vooral onder kinderen.

Maar telkens weer rijzen er moeilijkheden over de voorwaarden. De opbrengst moet op een rekening van de VN worden gestort, die er leveranties van voedsel, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en essentiële goederen uit betaalt. Daaronder horen apparatuur en onderdelen voor de drinkwatervoorziening, herstel van rioleringssystemen en reiniging van afvalwater.

Volgens het voorstel van Kofi Annan moet 3,55 miljard dollar van de 5,2 miljard per half jaar aan olie-inkomsten worden besteed aan voedsel, medicijnen en andere goederen. (Onder de nu nog bestaande overeenkomst is dat 1,3 miljard). De rest is bestemd voor herstelbetalingen aan Koeweit en voor de kosten die de VN maken aan Irak. Ten koste van alles willen de VN voorkomen dat president Saddam Hussein een deel van het geld kan gebruiken voor aankoop van wapens. Bovendien controleren VN-inspecteurs nauwgezet of het Iraakse ministerie van Volksgezondheid het voedsel eerlijk en in alle regio's distribueert.

Het zit een deel van de voormalige coalitiegenoten die in 1991 de Operatie Desert Storm ten Irak uitvoerden flink dwars dat Saddam toch veel geld heeft kunnen uitgeven aan de bouw van paleizen en andere prestigieuze bouwwerken en dat hij zelfs de eerste steen in Bagdad heeft gelegd voor de grootste moskee ter wereld, terwijl zijn bevolking verpaupert. Opvallend is dat het de beste legereenheden, vooral de presidentiële Nationale Garde, aan niets ontbreekt.

Irak heeft volgens rapporten van de CIA de afgelopen jaren een flinke hoeveelheid olie over de grenzen van Iran, Turkije en via de Golf naar Dubai gesmokkeld. Daarnaast wordt met goedkeuring van de VN 50.000 vaten olie per jaar naar Jordanië geëxporteerd. Dat gebeurt tegen een prijs van slechts ruim twee dollar per vat omdat Irak Jordanië geld schuldig is. Waarschijnlijk is een groot deel van de opbrengst naar de regering in Bagdad gegaan.