Verlegen

Ook verdwenen uit het sociale landschap, samen met de melkboer-aan-huis en de grote voorjaarsschoonmaak: het verlegen kind. Je komt ze nauwelijks meer tegen, die kinderen die alleen tegen (niet-ouderlijke) volwassenen spreken als hun iets gevraagd wordt, en dan erbij blozen.

Het verlegen kind scoorde niet hoog op sociale vaardigheid. Het keek zijn of haar ondervrager liever niet aan en legde een sterke voorkeur aan de dag voor monosyllabische antwoorden, wat oninvoelende volwassenen dan weer inspireerde tot evergreens als 'Heb je je tong verloren?' of 'Ik zal je niet opeten, hoor!'

In andere huizen dan het eigen hield het kind zich gedeisd. In de klas nam het een onopvallende positie in en een brood gaan kopen bij de bakker betekende een zware opgave, omdat het over het hoofd werd gezien tussen de rest van de klanten. Misschien is het maar goed ook dat er een einde is gekomen aan al die overbodige inhibitie, dat gestuntel in de conversatie en die vreesachtigheid. Moderne kinderen zijn zelfbewust (niet, zoals het verlegen kind, van zichzelf bewust), zodat je als volwassene niet in het duister hoeft te tasten over wat ze willen. Je stelt een vraag, ze geven gewoon antwoord met uitweidingen erbij. Als je vraagt of ze wat willen eten, roepen ze: ja, chips! Ze draaien zich niet in onmogelijke zinsconstructies om 'u' of 'jij' te vermijden, maar nemen onbekommerd een beslissing wat het deze keer zal zijn. Ze voelen zich op hun gemak en vragen beleefd of alstublieft de tv aan kan. Als je zegt van niet (met uitleg natuurlijk van de jou moverende redenen) dan nemen ze dat sportief op. Het gaat kortom met inachtneming van de omgangsvormen allemaal reuze soepel.

En toch mis ik het verlegen kind. Hij of zij mist de flair van de vrijmoedigen, maar is daarom juist zo hartverwarmend. Verlegenheid is geen eigenschap die door opvoeders wordt toegejuicht in een klimaat waarin assertiviteit als centrale waarde geldt, maar voor een kind komt het als een vanzelfsprekende habitus, omdat volwassenen groot en sterk zijn en het kind klein en zwak. Verlegenheid getuigt van intelligentie, het besef dat de macht niet bij jou ligt. De instinctieve reactie is dan om je op de vlakte te houden en je tijd te beiden, tot je zelf groot en sterk bent. Een verstandige houding die ook niemand last bezorgt, in tegenstelling tot doorgeschoten assertiviteit.

Verlegenheid floreerde in autoritaire tijden, toen je als kind inderdaad van een wildvreemde een standje kon krijgen als je over de schreef ging. Maar daarnaast was er ook sprake van welwillende desinteresse van de kant van volwassenen. met inbegrip van ouders, als het over kinderen ging. Ik bedoel niet liefdeloosheid, maar gebrek aan aandacht, althans naar maatstaven van deze tijd. Kinderen zaten op sportclubs, maar hun ouders stonden niet elke zaterdag langs de lijn om ze aan te moedigen. Ze gingen afzwemmen zonder publiek. Er zaten 35 kinderen in een schoolklas, maar ouders beklaagden zich niet over gebrek aan aandacht voor de individuele behoeften van hun kind.

Bij de berichtgeving over de lerarenstaking viel me op hoe zeer die hele werkdruk draaide om aandacht. Leraren moeten zich met sociale achtergronden bezighouden, ze worden thuis opgebeld door leerlingen die de stof niet snappen of door ouders die zich ergens mee bemoeien. Zelfs leerlingen klaagden over het gebrek aan individuele aandacht van de leraar in een klas vol veeleisende ettertjes (niemand is blijkbaar meer blij dat de beurt aan hem voorbijgaat).

Die behoefte aan aandacht, begeleiding, feedback, stimulering wordt groter, naarmate er meer van wordt toegediend. Het aanbod versterkt de vraag in een opwaartse spiraal. De verhouding tussen kinderen en volwassenen lijkt op het oog egalitair, maar is in werkelijkheid pathetisch door de moordende concurrentieslag om aandacht.

Ik bewonder het verlegen kind dat ervoor terugdeinst z'n kunstjes te vertonen. Dat het geen applaus zoekt, duidt op onafhankelijkheid. Het zoekt de dingen zelf wel uit. Het is nog jong, het komt er wel.