Sri Lanka viert feest, maar zonder vreugde

Sri Lanka is vandaag vijftig jaar onafhankelijk, maar de nationale feestdag wordt overschaduwd door de vrijheidsstrijd van de Tamil-minderheid op het eiland. Een politieke oplossing van het conflict lijkt verder weg dan ooit.

KANDY, 4 FEBR. Een groepje boeddhistische monniken staart vol ongeloof naar de ravage. Brokstukken van muren, het puin van traditionele olifantenbeelden, beschadigde schilderijen en de verwoeste poort van de Dalada Maligawa, de Tempel van de Tand in de groene heuvels van Kandy. Neranjan Wijeyeratne barst in tranen uit. “Alle boeddhisten in de wereld huilen”, zegt hij. Een zelfmoordcommando van de Tamil Tijgers liet vorige week een vrachtwagen met 250 kilo springstoffen exploderen op Sri Lanka's meest aanbeden plek, de tempel waar een tand van de Boeddha wordt bewaard.

De overwegend boeddhistische bevolking van Sri Lanka is nog steeds verlamd door de klap. “Het is alsof de St. Pieter in Vaticaanstad zou worden opgeblazen”, zegt de monnik zacht. “De oorlog moet ophouden.” In de overwegend chauvinistische, regeringsgezinde media werd de aanslag beschreven als de “grootste schande uit de geschiedenis van het eiland”.

Het stadje Kandy had vandaag het middelpunt moeten zijn van de feestelijkheden ter gelegenheid van de 50-jarige onafhankelijkheid van Sri Lanka, maar “uit respect” voor de Dalada Maligawa-tempel besloot de regering het feest naar de hoofdstad Colombo te verplaatsen. Een andere overweging was de slechte beveiliging van de tempel. De Tamil Tijgers reden hun vrachtwagen om 6 uur 's ochtends vrijwel ongestoord tot aan de poort. De twee bewakers waren in slaap gevallen.

Kokkadicholai, de andere kant van Sri Lanka. In het Tamil-dorpje aan de oostkust spelen kinderen cricket op straat terwijl gewapende mannen en vrouwen toekijken. Kokkadicholai is geen gewoon dorpje: het wordt bestuurd door de verboden Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE), de officiële naam van de Tamil Tijgers. Door de inzet van parlementariër Joseph Pararajasingham van het gematigde Tamil United Liberation Front (TULF) - dat via parlementaire weg streeft naar meer autonomie voor de Tamils - komen ambtenaren van de Sri-Lankese regering zelfs naar Kokkadicholai om te werken aan de elektriciteitsvoorziening of aan de weg. Ze zijn welkom, zeggen de bewoners, zo lang wij onze gang kunnen gaan. In Kokkadicholai hebben Tamil Tijgers en Sinhalezen met elkaar leren leven. De Tijgers hebben hun eigen staatsinrichting ingevoerd in het dorp, compleet met eigen wetten, een politiebureau, een rechtbank en een school waar de geschiedenis wordt onderwezen van Eelam, de onafhankelijke staat waarvoor duizenden Tijgers bereid zijn - en waren - te sterven.

Kokkadicholai wordt voorlopig gedoogd door Colombo. Het regeringsleger heeft de handen meer dan vol aan duizenden goed uitgeruste LTTE-guerrillero's in het huidige oorlogsgebied, in de jungles van het noorden.

Pagina 4: Ons land is geen echte natie geworden

Een volksvertegenwoordiging heeft het gehucht-staatje Kokkadicholai niet. In lijn met de LTTE-filosofie is de macht opgedragen aan één leider. Burgers kunnen klagen bij het politiebureau, een klein kantoortje waar een foto hangt van die almachtige leidsman, Velupillai Prabakaran. Hij wordt gezien als het brein achter talloze Tijger-aanslagen op gebouwen, instellingen en personen, inclusief die op de Indiase premier Rajiv Gandhi in 1991.

“De Tijgers maken soms fouten”, zegt een onderwijzer. “Maar tegelijkertijd zijn het onze kinderen, familieleden, vrienden. Ze vechten en lijden voor een zaak, niet voor zichzelf. Daarom respecteren we ze. Cultuur, geschiedenis, taal en godsdienst van de Tamils zijn altijd vergeten in Sri Lanka. Wie maakt zich druk om alle hindoe-tempels die het leger in het noorden heeft vernietigd? Waarom worden die niet onmiddellijk gerepareerd, zoals de Tempel van de Tand? Wij willen ook van de oorlog af.”

Politici, critici en politieke analisten in Sri Lanka hebben in de aanloop naar de vijftigste onafhankelijkheidsdag nauwelijks aandacht geschonken aan de 'gewone' Tamils op het eiland, hoewel zij met bijna 4 miljoen inwoners een aanzienlijk deel uitmaken van de bevolking van 18 miljoen. De oorlog met de “vijand” of de “terroristen”, zoals de Tamil Tijgers worden genoemd, kreeg des te meer aandacht. Het is typerend voor de verhoudingen in Sri Lanka. Vijftig jaar onafhankelijkheid betekent allerminst dat het land vrij is. Colombo stroomde gisteren vol met tienduizenden militairen en politiemensen om het feest van vandaag een feest te laten zijn.

De oorlog tussen Sinhalezen en Tamils begon in 1983. Sindsdien zijn naar schatting 55.000 mensen gedood en honderdduizenden uit hun huizen gedreven. Nog dagelijks vallen er doden in het noorden en oosten van het land. Sinds afgelopen zondag zijn volgens de regering ruim 600 “terroristen” en 45 soldaten gedood bij gevechten langs de weg van Kandy naar het schiereiland Jaffna, in het uiterste noorden van het land. Ook op Sri Lanka's gouden dag is nog geen begin van een oplossing van het conflict in zicht. “Wij zijn er niet in geslaagd de verschillende gemeenschappen tot een coherent en sterk Sri Lanka te smeden”, gaf president Chandrika Kumaratunga vanochtend toe in haar boodschap aan het volk.

Afgelopen week deden zich een aantal belangrijke ontwikkelingen voor die erop wijzen dat het keerpunt nog ver weg is. Na de bomaanslag op de tempel in Kandy werd de LTTE verboden. Tot nu toe had de regering geen verbod op de partij willen uitvaardigen om “de deur tot onderhandelingen op een kier te houden”. Praten met de LTTE is nu voor president Kumaratunga absoluut uitgesloten. Zij noemt de partij onbetrouwbaar. “Het enige wat zij kunnen is moorden”, zei zij onlangs in een interview.

Twee dagen nadat zij de LTTE had verboden, wees de belangrijkste oppositiepartij, de United National Party (UNP), haar plan van de hand om de Tamil-provincies in het noorden en oosten een beperkt zelfbestuur te geven. UNP-leider Ronnie de Mel vreest dat Sri Lanka te klein is voor een dergelijke decentralisatie en dat de natie uiteindelijk uiteen zal vallen. De UNP stelde zelf voor de positie van Tamils en moslims binnen de regering en het parlement te versterken, bijvoorbeeld door de benoeming van twee vice-premiers, één uit Tamil- en één uit moslimkring.

De kiem van de problemen tussen de Tamils en de Sinhalese meerderheid werd gelegd in de jaren vijftig toen de boeddhistische Sinhalezen in opstand kwamen tegen de overheersing van het Engels, gebruikt door de overwegend christelijke machthebbers in de politiek. De nationalistische beweging die daaruit ontstond zag in de hindoeïstische Tamils geen partij in de kwestie. Integendeel, de Tamils zouden het boeddhisme van het land in gevaar kunnen brengen. In politiek opzicht was voor hen lange tijd geen rol weggelegd.

“Ik vraag me af wat Sri Lanka precies te vieren heeft”, zegt TULF-voorzitter M. Sivasithamparam. Zijn partij weigert vandaag deel te nemen aan de festiviteiten in Colombo. “De overgrote meerderheid van de Tamils in Sri Lanka vindt dat wij geen deel uitmaken van de onafhankelijkheid.” Andere Tamil-partijen doen - met uiterste terughoudendheid - wel mee, in de hoop nog iets te kunnen bereiken in de toekomst. “Het probleem van de Tamils is dat zij willen strijden voor gelijke rechten in Sri Lanka, maar hun strijd wordt elke keer weer overschaduwd door het terrorisme”, meent politiek commentator Jehan Perera. “De zoektocht naar politieke oplossingen moet doorgaan en mag niet worden belemmerd door emoties.”