Speer als een technocratisch onmens

Voorstelling: Speer. Regie: Klaus Maria Brandauer. Spelers: Klaus Maria Brandauer als de Stasi-agent Hans Bauer, Peter Simonischek als Albert Speer. Plaats: Akademie der Künste, Pariser Platz 4, Berlijn. Inl.: 00.49.30.226.79.868

Tijdens de processen in Neurenberg (1946), waar een deel van de nazi-top terecht stond, wist Albert Speer de geallieerde waarnemers met zijn optreden te imponeren. Iedereen was diep onder de indruk van zijn verklaring, dat hij als 'straf' naar Alaska gestuurd wilde worden om daar de industrie op te bouwen, schrijft de Amerikaanse hoofdaanklager in zijn memoires. Ruim vijftig jaar later heeft de toneelschrijfster Esther Vilar uit Zürich de 'boetedoening' van de nazi-architect onderwerp gemaakt van een beklemmend theaterstuk 'Speer'.

Albert Speer (1905-1981) was Hitlers bouwmeester. Hij was de ontwerper van Germania, het nieuwe Berlijn dat de hoofdstad van het Derde Rijk moest worden. Speer was ook rijksminister voor bewapening en oorlogsproductie. De efficiënte omschakeling van Duitsland op een oorlogseconomie was vooral aan Speer te danken.

In Neurenberg werd de architect veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf, omdat hij van slavenarbeiders gebruik had gemaakt. Nadat hij in 1966 uit Spandau werd vrijgelaten, vestigde Speer zich in zijn geboortestad Freiburg en werd een bestseller-auteur. Later werd de mythe ontzenuwd, dat Speer een 'apolitiek technocraat' was die niet op de hoogte was van de nazi-terreur. Toch bleef hij voor sommigen de 'enige respectabele nazi', die in het tuchthuis een nieuw mens was geworden.

Wat had ik in zijn plaats gedaan? Dat is de vraag die Esther Vilar het publiek voorhoudt met haar stuk. Vilar heeft eerder haar fantasie uitgeleefd aan de hand van omstreden historische gebeurtenissen. Zo schreef ze Das Lächeln des Barrakuda (1994) over de vroegere seks-affaires van president Clinton. En al in de jaren tachtig baarde ze opzien met haar stuk Die Antrittsrede der amerikanischen Papstin, waarin ze de kerkelijke onderdrukking van de vrouw aan de orde stelt en de ontkenning van katholieke basiswaarden.

Ditmaal heeft Vilar op geraffineerde wijze de 'Alaska-expeditie' van Speer naar het jaar 1980 verplaatst. Voor de opvoering is geen theater gekozen, maar de historische plek waar Speer en Hitler vrijwel dagelijks hun megalomane ideeën de vrije loop lieten: de ruïne van de Akademie der Künste bij de Pariser Platz, aan de voet van de Brandenburger Tor. Hier had Albert Speer van 1937 tot 1945 zijn atelier waar 's nacht Hitler over een tuinpad van de Rijkskanselarij op bezoek kwam om met zijn lievelingsarchitect 'Germania' te spelen. In de ruimten van deze voormalige 'Generalbauinspektion', wordt het stuk gespeeld over de berouwvolle nazi, die van Erich Honecker het aanbod krijgt de vastgelopen DDR-economie uit het slop te helpen (“Gebruik uw talenten eens voor een goede zaak”). Het theaterstuk, dat het weekeinde in première ging, heeft de vorm van een dialoog, die anderhalf uur weet te boeien en naar een verrassende ontknoping voert.

De Oostenrijker Klaus Maria Brandauer, de bekendste Duitstalige acteur enregisseur, speelt de Stasi-agent Hans Bauer, die Albert Speer (Peter Simonischek) een voorstel doet. Via deze beide mannen ontmoeten twee dictatoriale systemen elkaar: de DDR en het nazi-regime. 'Speer' gaat over bouwen en macht. Over de dienstbaarheid van de intelligentsia in totalitaire stelsels. Over schuld en wegkijken. Over moraal en dubbelmoraal. Brandauer, een meester in het spelen van de 'bad guy', werpt zich in zijn rol als Stasi-man op als de criticus, die de Neurenbergse processen nog eens dunnetjes overdoet. “U was hier vaak alleen met Hitler. Heeft u nooit geprobeerd - een aanslag voert misschien te ver - maar stelde u geen vragen? Moet bij voorbeeld een groot land als Duitsland het kleine Tsjecho-Slowakije binnenvallen?”

Welnee, in het atelier van Speer waren de gesprekken van heel andere orde. “We deelden een gigantische droom”, zegt Speer. Iemand zei hem eens: u bent Hitlers onvervulde liefde. De architect kan het niet ontkennen. “Ik was gelukkig”, zegt Speer en praat vervolgens vol vervoering over zijn Germania, dat in het hart van Berlijn een 6 kilometer lange 'Prachtstrasse' zou herbergen, zo breed als de Champs Elysées en de Kurfürstendamm samen.

Maar Esther Villar wil Speer niet alleen als een naïeve kunstenaar neerzetten, die zich van geen nazi-kwaad bewust is (“Ik ben geen anti-semiet, wij hadden een joods kindermeisje” of “Ik was niet meer dan een taxichauffeur; die vraagt de reiziger toch ook niet naar het doel van zijn rit?”)

“Speer was een gewetenloze carrière-maker, die alles overhad voor zijn ambities”, zei Vilar in een interview. Aarzelt Speer aanvankelijk nog over het aanbod van de Stasi-agent (“Ik ga niet meer voor een regering werken, die op weerloze mensen schiet”), uiteindelijk zwicht hij toch. Speer blijkt het technocratische onmens te zijn, die gewetenloos voor elk regime kan werken. Alleen het doel nog voor ogen, ongeacht de middelen die worden ingezet. Heeft de schrijver-journalist Joachim Fest niet vastgesteld dat de “zelfgekozen isolatie van de technische geest” een beslissende voorwaarde is voor totale onderhorigheid?

De Stasi-man en nazi-architect hebben elkaar de hand nog niet gedrukt als bezegeling van de samenwerking, of Speer blijkt in de val te zijn gelokt. De hele ontmoeting met de Stasi-agent was geënsceneerd en met een verborgen camera opgenomen. Brandauer is er door het DDR-regime als 'wraakengel' op uitgestuurd, om de karakterloze Speer nog één keer een afstraffing te geven. De slachtoffers van het nazisme hebben revanche genomen. Niet alleen op Speer. Ook Brandauer, die een arme toneelspeler in de DDR blijkt te zijn en is ingehuurd voor de rol van Stasi-agent, staat een afstraffing te wachten als hij zich ontpopt tot criticus van het eigen regime.

'Speer' is een interessant en goed gespeeld stuk, dat vragen oproept over de moraal en het gedrag van burgers in dictatoriale systemen. “Misschien gaat het niet eens om Bauer of Speer, maar om de vraag: hoeveel 'Speer' zit er in ons?”, zei Brandauer in de discussie na afloop.