Onvrede Irak over olie-geld

BAGDAD/ WASHINGTON, 4 FEBR. Irak heeft gisteren teleurgesteld gereageerd op het - internationaal goed ontvangen - advies van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties om de Iraakse olie-export in het kader van het olie-voor-voedsel programma van de VN aanzienlijk uit te breiden. Maar het Iraakse ministerie van Informatie verwierp het voorstel niet.

Secretaris-generaal Kofi Annan vroeg de Veiligheidsraad van de VN maandag om Irak toestemming te geven de komende zes maanden voor 5,2 miljard dollar olie te verkopen voor voedsel en medicijnen en voor andere strikt omschreven doeleinden. In het kader van het voedsel-voor-olie programma mag Irak nu elke zes maanden voor 2,14 miljard dollar olie verkopen.

Volgens het Iraakse ministerie van Informatie is de aanbeveling van Annan niets anders dan een “door de Amerikanen en Britten geïnspireerd advies bedoeld om meer dan 50 procent van de Iraakse olie-inkomsten te stelen”. “De oplossing is de totale opheffing van de sancties”, aldus de verklaring.

Irak heeft de voedsel-voor-olie regeling, die al in 1991 door de Veiligheidsraad werd voorgesteld, jarenlang van zich af gehouden omdat het streefde naar opheffing van het in 1990 afgekondigde handelsembargo. Uiteindelijk ging het in 1996 overstag, maar onder protest.

De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Bill Richardson, zei gisteren in Nairobi dat de VS het voorstel van Annan in principe steunen. Richardson, in Kenia op een rondreis langs de lidstaten van de Veiligheidsraad om steun voor Amerikaanse actie tegen Irak te winnen in de crisis over de wapeninspecties, zei dat Washington wel nog wil sleutelen aan de voorwaarden. (AP, Reuters)