Midden-inkomens politieke trekharmonica

Politieke partijen richten zich steeds sterker op de midden-inkomens. Het gaat om grote groepen kiezers, maar verdeeld over verschillende categorieën inkomens.

DEN HAAG, 4 FEBR. Ze zijn de troetelkinderen van de politiek. Ze werken hard en verdienen keurig. Straatarm zijn ze dus niet, exorbitant rijk evenmin. Eigenlijk vormen ze de ruggengraat van de samenleving. Het smaldeel van kiezers om wie straks hard gevochten gaat worden. Noem ze de kinderen van Jan Modaal.

Met hoevelen ze zijn is onbekend. In de statistieken komen ze namelijk niet voor. Sterker, midden-inkomens bestaan helemaal niet: het is een politieke categorie en een sentiment tegelijk. Het is de categorie Nederlanders wier inkomen volgens de geldende politieke vocabulaire “niet mag worden aangetast”. Ofwel de groeiende groep kiezers die een baan heeft en een redelijk inkomen en dat ook zo wil houden. Zij zijn de kiezers in het midden om wie politieke partijen om het hardst vechten, een categorie met toenemende stemmacht, die niet genegeerd kan worden.

Eerst het sentiment. Dat is dus oer-Nederlands. Mensen met midden-inkomens luieren niet in de zon. “Het zijn mensen die gewoon hard werken”, zei PvdA-lijsttrekker Kok vorige maand op het verkiezingscongres van de PvdA. En “wie beweert dat iedereen boven modaal slapende rijk wordt, weet niet wat hard werken is”, zei VVD-leider Bolkestein afgelopen zaterdag op zijn partijcongres, over 'zijn' midden-inkomens.

Het sentiment is hetzelfde, de groep om wie het gaat verschilt alleen sterk in omvang. Voor de VVD zijn de midden-inkomens, de inkomens van één tot tweeëneenhalf keer modaal, grofweg de bruto-inkomens tussen 50.000 en 125.000 gulden. In deze groep vallen zo'n 2,5 miljoen van de 6,6 miljoen huishoudens die Nederland telt. Voor de PvdA gaat het om een kleinere categorie, alles tussen minimumloon en modaal, ofwel de inkomens tussen 30.000 en 50.000 gulden, bijna twee miljoen huishoudens.

De midden-groepen zijn zo gezien een trekharmonica: je kunt er onder laten vallen wie je wilt. Maar de boodschap aan de groepen kiezers is bij VVD en PvdA, dezelfde: bij ons bent u veilig.

De midden-groepen zijn een sentiment, dus voeden politici het sentiment als ze hierover strijden. PvdA'er Melkert zette de VVD vorig jaar na de presentatie van haar verkiezingsprogramma neer als “de partij van de ééntonners”. VVD-leider Bolkestein verweet de Partij van de Arbeid van zijn kant nivelleringspolitiek en beloofde de middengroepen “de ruimte te geven die ze nodig hebben”.

Voor PvdA'er Melkert als minister van sociale zaken, traditioneel de hoeder van een evenwichtige opbouw van de inkomens, is het eenvoudig: een midden-inkomen is hetzelfde als een modaal inkomen. En wat is op dit moment een modaal inkomen? Dat is volgens statistici het inkomen van een gezin met één kostwinner en twee minderjarige kinderen; het inkomen dat vroeger het meeste voorkwam. Voor dit jaar komt zo'n inkomen overeen met een bedrag van 52.000 gulden bruto per jaar.

Hoe staat het met de feiten? De midden-inkomens worden in de inkomensstatistieken en de beoordeling van kabinetsplannen niet benoemd. Het Centraal Planbureau, dat kabinetsplannen onder meer op hun inkomenseffecten doorrekent, hanteert geen categorie 'midden-inkomens', maar rekent met 'modaal', 'twee keer modaal' en 'minimum-plus'.

Modaal was in de Nederlandse inkomenspolitiek lang een kernbegrip. Het kreeg in de jaren zeventig een gezicht in de persoon van Hoogovens-werknemer Piet Bodemeijer. Hij werd in het weekblad de Haagse Post geportretteerd als de modale werknemer en werd zo de vleesgeworden 'Jan Modaal'. Voor de toenmalige PvdA-premier Den Uyl was Bodemeijer, compleet met Opel Kadett en kratje pils, de verpersoonlijking van de arbeider.

'Jan Modaal' is niet meer van deze tijd. De alleenverdiener met twee minderjarige kinderen is een afnemende categorie, de tweeverdiener rukt op. Momenteel is de verhouding tussen huishoudens die steunen op éen inkomen en huishoudens met twee inkomens in Nederland ongeveer gelijk.

Wat is momenteel de meest gemiddelde inkomens-situatie? Volgens het Sociaal- en Cultureel Planbureau is dat de tweeverdiener met hoogstens twee kinderen. Ruim eenvijfde van alle huishoudens, zo'n 1,3 miljoen, vallen in deze categorie. Deze huishoudens hadden in 1995 gemiddeld een netto besteedbaar inkomen van 65.000 gulden. Volgens inkomensdeskundige, de Amsterdamse socioloog C.S.M. van Praag is voor het “enorm fluïde” begrip middeninkomen geen enkele definitie te geven. “Ik versta er gemakshalve onder de inkomens tussen de Ziekenfondsgrens van 62.000 gulden bruto en een ton. Maar dan ben je er nog niet, want tel je tweeverdieners bij elkaar op, of neem je ze apart?” En dan nog: bij eenverdieners wordt de waarde van het werk van de partner die geen baan heeft en huisman of -vrouw is, niet meegerekend. Terwijl dat voor tweeverdieners juist weer een kostenpost is wegens bijvoorbeeld een noodzakelijke tweede auto, duurdere boodschappen en kinderopvang.

Wie spreken de politici nu precies aan als ze over midden-inkomens praten? Eigenlijk die burger die zich daartoe wil rekenen. Wie tot de midden-inkomens behoren, maken burgers in laatste instantie eigenlijk zelf uit. Zoals vaker met categorieën, die populair zijn, willen velen daartoe behoren. “Uw inkomens wordt niet aangetast”, is tenslotte een belofte die iedere kiezer graag gehoneerd ziet.