LiteRom: jacht op het grote geld

Twee keer (op 21 en op 22 januari) werd in NRC Handelsblad geschreven over het besluit van het Nederlandse Bibliotheek en Literatuur Centrum (NBLC) om de door dit centrum vervaardigde cd-rom met literatuurrecensies uit de bibliotheken terug te halen. Beide malen werd alleen het NBLC aan het woord gelaten. De gevolgen zijn navenant.

Het storendste in de berichtgeving is wel dat wij, de slachtoffers, in een kwaad daglicht worden gesteld en het NBLC, verantwoordelijk voor de plundering van onze recensies, de handen in onschuld mag wassen. Wij hebben in onze juridische strijd met het NBLC eindeloos veel kansen geboden de zogeheten LiteRom overeind te houden. Maar men heeft onze rechten nooit willen erkennen en welbewust op de nu ontstane crisis aangestuurd. Men hoopt op die manier ingrijpen van hoger hand af te dwingen. In Boekblad van 12 december 1997 zei NBLC-directeur Van der Velde al: “Daarom moet deze uitspraak de wetgever er wel op attenderen dat hij toch een keer aan de bak zal moeten.” Wie gedupeerd is door het verdwijnen van LiteRom, moet daarvoor dus niet ons, maar het NBLC blameren. Wat is er allemaal gebeurd?

Eind 1992 begon men met het uitgeven van de cd-rom met recensies. Dat leidde meteen tot een storm van protesten. Gerrit Komrij sprak in deze krant treffend over 'de grootste literaire diefstal van de eeuw'. Bedacht dient te worden dat we destijds meteen zeer harde maatregelen hadden kunnen nemen. Immers, het uitgeven, verspreiden en beschikbaar stellen van piratenedities als LiteRom is volgens de Auteurswet een misdrijf waarop fikse straffen zijn gesteld. We besloten echter de vriendelijkste weg te bewandelen en het NBLC gelegenheid te bieden met voorstellen te komen.

Wij eisten dus geen verbod, maar slechts een verklaring van recht. Die verklaring kregen wij. Op 3 mei 1995 bepaalde de rechtbank dat het NBLCmet het uitgeven van LiteRom onrechtmatig handelde. Voor elke andere uitgever was dat aanleiding geweest eindelijk een regeling te treffen, maar het NBLC saboteerde juist ieder overleg. Eén conclusie trok men wel: LiteRom werd, in een kennelijke poging om de juridische aansprakelijkheid te beperken, in een aparte stichting ondergebracht. Na dit ondubbelzinnige vonnis maakte men het verbijsterend genoeg alleen maar erger met LiteRom: duizenden nieuwe artikelen zijn sindsdien zonder toestemming te vragen aan de uitgave toegevoegd, de verschijningsfrequentie werd verdubbeld, vele nieuwe abonnementen werden afgesloten.

De cijfers spreken duidelijke taal: in 1995 werd aan de abonnementen 285.000 gulden verdiend, in 1997 was dat bedrag opgelopen tot ruim 700.000 gulden. LiteRom is een schaamteloze jacht op het grote geld: er werden ook nog riante subsidies geïncasseerd (de eerste keer in de geschiedenis dat de overheid het plegen van een misdrijf zo aanmoedigt) en voor de prints moet aan de bibliotheken worden betaald. Vrijheid van informatie is voor het bibliotheekwezen in ons land: gratis andermans werk overnemen en het tegen betaling doorleveren.

De handelwijze van het NBLC na het vonnis van 1995 was van een zeldzame botheid. Desondanks bleven wij nog twee jaar coulant en bedachten we redelijke oplossingen. Pas toen kwam het tot het kort geding waarbij we de rechter vroegen de exploitatie van LiteRom te verbieden. Op 4 december 1997 werd ons verzoek toegewezen. Een paar dagen voor de zaak diende had het NBLC nog even z'n ware gezicht laten zien: om de uitspraak bij voorbaat te frustreren had men ijlings een aangevulde editie van LiteRom verspreid. Maar onze advocate doorzag de truc tijdig.

Jarenlang had het NBLC zich doof en blind gehouden, maar na de uitspraak bleek men zeer luid te kunnen jammeren. Gezien de voorgeschiedenis klinkt dat gejammer voornamelijk schijnheilig. Zelfs na het kort geding hebben wij nog de bereidheid getoond een uitweg te vinden. In plaats daarvan koos men voor de escalatie. Aan de situatie rondom LiteRom is niemand anders schuldig dan het NBLC.

Gebruikers en abonnees van deze uitgave hebben alle reden tot klagen. Maar die klachten treffen alleen het NBLC, dat willens en wetens jarenlang een immense verzameling literaire beschouwingen heeft verkocht waarvan de rechten niet naar behoren zijn geregeld. Nog nooit in mijn leven ben ik op zoveel kwade trouw gestuit als in deze affaire. Ik vraag niets meer dan dat mijn auteursrecht wordt gerespecteerd. En ik ervaar het als een diepe nederlaag dat het gedrag van de ander mij langzamerhand dwingt mijn fluwelen handschoen in te ruilen voor een ijzeren vuist.