Karabach aanleiding val leider Armenië

President Levon Ter-Petrosian van Armenië trok gisteren de consequenties uit de massale leegloop van zijn partij en trad af. Aanleiding tot de crisis is de kwestie-Nagorny Karabach. De werkelijke achtergrond is echter de extreme polarisatie in de Armeense politiek.

ROTTERDAM, 4 FEBR. “De geschiedenis zal leren wie wat voor Nagorny Karabach heeft gedaan”, zo zei gisteren Levon Ter-Petrosian, president van Armenië sinds de onafhankelijkheid in 1991, in de televisietoespraak waarin hij zijn aftreden aankondigde. Dat klonk verbitterd, en zo was het ook bedoeld. Want de van defaitisme, eenzijdige concessies en verraad aan de door Armeniërs bewoonde enclave in Azerbajdzjan beschuldigde president weet beter dan wie ook dat handhaving van de status-quo in de kwestie-Karabach alleen maar onheil voor Armenië inhoudt. Dáárom ging hij eind vorig jaar overstag, door in te stemmen met een vredesplan van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE. Die koerswijziging leidde uiteindelijk tot zijn val.

Het OVSE-plan is de splijtzwam in de Armeense politiek geworden. Het plan voorziet in een oplossing in fasen voor de enclave, die zich in een oorlog van 1988 tot 1994 heeft losgevochten van Azerbajdzjan. De Armeniërs van Karabach moeten volgens het plan de Azerbajdzjaanse districten opgeven die ze hebben veroverd, waarna in die gebieden een vredesmacht van de OVSE moet worden gelegerd. De één miljoen verdreven Azeri moeten naar hun woonplaatsen terugkeren en er moet worden gepraat over de toekomstige status van Karabach binnen Azerbajdzjan. Onafhankelijkheid voor Karabach (of aansluiting van de enclave bij Armenië) zou daarbij niet tot de opties behoren. De enclave zou binnen Azerbajdzjan moeten blijven, zij het met maximale autonomie - inclusief een eigen vlag, wapen en volkslied, politie en nationale garde.

Ter-Petrosian stemde met dat compromisplan in, om twee redenen: de eerste was de jarenlange impasse waarin de kwestie-Karabach zit. De tweede was economisch van aard: Armenië hoopt op de aanleg van een oliepijpleiding die een deel van de Azerbajdzjaanse olie via Armenië naar de Zwarte Zee vervoert. Die oliepijpleiding levert veel geld op en maakt tevens een eind aan de energieschaarste in Armenië. Maar zo'n pijpleiding komt er alleen als de kwestie-Karabach wordt opgelost, want ze moet niet alleen door Armenië, maar ook dwars door de enclave lopen.

De koerswijziging van Ter-Petrosian werd hem in eigen land niet in dank afgenomen. Integendeel: ze bracht een breuk teweeg in de aanhang van de president, die hem van verraad van de zaak van de Karabachse Armeniërs betichtte door niet langer vast te houden aan de onafhankelijkheid van de enclave. De uitgesproken havik Robert Kotsjarian, de populaire premier van Armenië (en de onomstreden leider van de Armeniërs van Karabach), werd een van de belangrijkste critici van Ter-Petrosian. Maar ook in het regerende Hanrapetoetsioen-blok (Republieksblok), de fractie van Ter-Petrosian die 119 van de 190 zetels in het parlement bezette, begon het flink te rommelen. Maandag mondde de steeds openlijker rebellie tegen de president uit in het overlopen van tientallen parlementariërs naar de oppositie. Maandagavond had Ter-Petrosian nog maar de steun van 55 van de 119 parlementariërs van zijn partij. Toen een reeks vertrouwelingen van de president, zoals de ministers van Buitenlandse Zaken en Regionale Ontwikkeling en de directeur van de Armeense Centrale Bank, aftraden, was Ter-Petrosians positie onhoudbaar geworden. Dat isolement heeft Ter-Petrosian ten dele aan zichzelf te wijten. Want Nagorny Karabach is een belangrijk element in de Armeense crisis, maar bepaald niet het enige. Een ander belangrijk element is de politieke polarisatie die Armenië sinds de presidentsverkiezingen van september 1996 heeft gekenmerkt.

De 53-jarige, in Syrië geboren Ter-Petrosian, oriëntalist, polyglot, specialist in de Armeense taal en bijbelvertaler met eredoctoraten aan de universiteiten van Parijs en Straatsburg, dissident ten tijde van het Sovjet-bewind en voormalig politiek gevangene, kan de vader van de Armeense onafhankelijkheid worden genoemd. Hij begon als democraat, maar is de afgelopen jaren geleidelijk ondemocratischer en intoleranter geworden. Een belangrijk ijkpunt werden in september 1996 de presidentsverkiezingen, waarbij Ter-Petrosian met 51,75 procent van de stemmen werd herkozen. Internationale waarnemers oordeelden toen dat de verkiezingen door de intimidatie van kiezers, geknoei met de kieslijsten, belemmeringen van lokale waarnemers van de oppositie en het gesjoemel met de stemmen van militairen noch vrij, noch democratisch waren geweest. De verslagen rivaal van Ter-Petrosian, Vazgen Manoekian, stuurde na de verkiezingen uit protest zijn aanhang de straat op. Ter-Petrosian sloeg die uitdaging neer met tanks. Het kwam tot rellen en onlusten en de bestorming van het parlement. Manoekian moest onderduiken, honderden van zijn aanhangers werden gearresteerd, oppositieleiders kregen huisarrest opgelegd en een aantal oppositiepartijen werd verboden.

Ter-Petrosian overleefde die crisis wegens de verdeeldheid van de oppositie, die er ook later niet in is geslaagd een vuist te maken. Hij benoemde vorig jaar, ter versterking van zijn eigen geloofwaardigheid, de populaire Robert Kotsjarian, leider van de Armeniërs van Karabach, tot premier. Maar de crisis sinds 1996 kostte hem op termijn wel, in binnen- èn buitenland, zijn geloofwaardigheid als democraat. Hij zal wellicht achteraf de geschiedenis aan zijn kant vinden waar het gaat om Nagorny Karabach. Maar de werkelijke achtergrond van zijn val kon wel eens de teloorgang van zijn reputatie als democraat zijn.