Kaartje kopen

Stilaan verdwijnen de grenzen in Europa, maar er blijven altijd naweeën. Neem de dure grensoversteek per trein. Wie vanuit Nederland zuidwaarts treint naar België of verder, kan er niet buiten om voorbij Roosendaal Essen te passeren. Wat stelt men daar vast? Op de parking daar staan tientallen wagens van Nederlanders, die in Essen hun ticket kopen om in eigen land de grenstoeslag te voorkomen.

En inderdaad dat loont: men spaart in eerste klas naar Antwerpen 230 fr. uit, in tweede 170 fr. Voor een retourtje kunnen de bedragen zowat worden verdubbeld. Op een relatief kort traject levert dit 25 en 15 gulden op.

De reden? De grens natuurlijk, alsof daar plots hindernissen als tunnels, overzetboten, bergen of dergelijke moeten genomen worden. Het uitgespaarde bedrag is al goed voor een bezoek aan de Antwerpse Zoo of een copieuze coupe ijs. In Roosendaal een zelfde scenario: veel Belgische wagens van treingebruikers noordwaarts. De maatschappijen NS en NMBS zullen wel verwijzen naar Staat en Rijk, maar dat is voor de klant weinig doorzichtig.

Tarieven is zo'n toverwoord, zo breed als de etalage van een grootwarenhuis: de eeuwige kortingen, dagtripjes, junior -en seniorkaartjes, OV-faciliteiten, Go-pas. Men kan hier met vier tarieven naar Antwerpen sporen. De eerste reiziger rijdt gratis want is spoorwegbeambte, de tweede is journalist en krijgt 75 procent korting, de derde behoort tot een kroostrijk gezin en rijdt aan vijftig procent en de vierde betaalt het volle pond. Alle vier zitten op hetzelfde zitje.

Op de grote lijnen zijn best nog in hun sas de vele buitenlanders die bij controle op de trein geen kaartje bij zich hebben, maar keurig hun paspoort klaarhouden met de mededeling dat ze geen geld hebben. De controleur doet dan zeer gewichtig, schrijft nota's, noteert nummers, maar dat blijkt allemaal dikdoenerij, want hoe sneller die klandizie de grens over is, hoe beter. 'Versassen' noemt men dat in spoorwegjargon.

“De trein is altijd een beetje reizen”, sloganeert de NMBS, maar de prijzen rijzen wel ongelijk de pan uit. In een tijd van TGV en Thalys zit men met een waaier van tarieven die stammen uit de negentiende eeuwse standenmaatschappij.