John Hurt

In een serie profielen van gezichtsbepalende sterren deze week John Hurt, de Engelse kameleon met de weelderig gerimpelde huid die nu op het Filmfestival Rotterdam te zien is als de aanbidder van een tieneridool in 'Love and Death on Long Island.'

Love and Death on Long Island (Richard Kwietniowski, 1997) is aanstaande vrijdag om 17u te zien in Pathé 1.

Noem het toeval, noem het de magische invloed van zijn achternaam - de Engelse acteur John Hurt straalt een superieur soort gepijnigdheid uit. Zijn droevige ogen, zorgelijk gefronste voorhoofd en weelderig gerimpelde huid geven hem het aanzien van een oude kameleon, of meer nog: een wijze schildpad die het leed van de wereld op zijn rug torst. Geen wonder dat Hurt vaak op zijn best is als lijdend personage, of het nu John Merrick is, de zwaar misvormde negentiende-eeuwse outcast in The Elephant Man (David Lynch, 1980), of Winston Smith, de vergeefse verzetsstrijder in Michael Radfords verfilming van 1984 (1984). Zou Mel Brooks lang hebben gezocht toen hij in zijn History of the World Part I (1981) iemand nodig had voor de rol van Jezus?

De predikantenzoon John Hurt (Chesterfield, 22 januari 1940) speelt net zo gemakkelijk en overtuigend een volksjongen als een aristocraat, een dokter als een ambtenaar, een vrouwengek als een homoseksueel. Een karakteracteur wordt hij wel genoemd, maar dat is een onderschatting van zijn talent. Wie hem zag als de fragiele drugsverslaafde in Alan Parkers Midnight Express (1978), als de charmante hoerenmakelaar in de zaak-Profumo (Scandal, 1989) en als de krankzinnige keizer Caligula in de televisieserie I Claudius (1977), weet dat Hurt nooit het risico zal lopen om te worden getypecast.

Meer dan vijftig filmrollen speelde Hurt sinds hij in 1962 debuteerde in het campusdama The Wild and the Willing. In de traditie van zijn klassieke acteursopleiding (Royal Academy of Dramatic Arts) relativeert hij de Method Acting van Hollywood-collega's als De Niro en Pacino: voor hem geen maandenlange voorbereiding en real-life experience, een goed script en wat inlevingsvermogen is genoeg. Toen hem bij de première van Alien (1979) gevraagd werd hoe hij zich op zijn rol had voorbereid - Hurt speelde de astronaut uit wiens buik het monster te voorschijn komt - trok hij zijn overhemd omhoog. Wijzend naar het litteken van een blindedarmoperatie zei hij: “Als De Niro een paar kilo's aan kan komen....”

John Hurt, gezegend met een verleidelijk gruizige stem die hem geknipt maakt voor het inspreken van volwassen tekenfilms (Watership Down, Lord of the Rings), speelde in zijn 35-jarige carrière maar een paar hoofdrollen en was de laatste jaren gespecialiseerd in excentrieke bijfiguren; liefhebbers herinneren zich de western-klerk in Dead Man (Jim Jarmusch, 1996) en de vrouwenhatende deodorantmagnaat in Even Cowgirls Get the Blues (Gus Van Sant, 1994). Met de rol van een op een tieneridool verliefde schrijver in Richard Kwietniowski's Love and Death on Long Island lijkt hij weer terug als steracteur. Terecht, want Hurt is, om de titel van een van zijn vroege films te citeren, 'a man for all seasons.'