Inflatie in Turkije schiet door 100-procentsgrens

ANKARA, 4 FEBR. De chronisch te hoge inflatie in Turkije is na een stijging van 7,2 procent in de afgelopen maand tot boven de magische grens van 100 procent op jaarbasis geschoten. Het is voor de vierde keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat het inflatiecijfer in Turkije uit drie getallen bestaat: in 1946 was dat 104,4 procent; in 1980 115,6 procent; in 1994 149,6 procent en nu 101,6 procent.

De Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) dringen er al jarenlang bij Turkije op aan om de inflatie aan de hand van ingrijpende versoberingsmaatregelen drastisch naar beneden te brengen. De internationale financieringsorganisaties voorzien zowel economische als sociale chaos als er op korte termijn geen stabiliseringsprogramma wordt afgekondigd.

De Turkse regering onder leiding van de liberaal Mesut Yilmaz, heeft een driejarenplan aangekondigd om de inflatie te beteugelen.

De uitvoering ervan wordt echter steeds uitgesteld omdat het onduidelijk is of er nog dit jaar vervroegde parlementsverkiezingen worden gehouden in Turkije. De angst van Yilmaz is dat versoberingsmaatregelen hem niet bijster populair zullen maken in het land, dat ook nu al gebukt gaat onder een voortdurende stroom van prijsverhogingen.

Yilmaz van de liberale Moederlandpartij werd in de zomer van het vorige jaar door de militairen naar voren geschoven om het bewind over te nemen van de fundamentalistische Welvaartspartij, die het land volgens de seculiere meerderheid wilde omvormen tot een islamitische republiek. Premier Yilmaz beschikt slechts over een minderheidsregeing, waardoor hij voortdurend afhankelijk is van de steun van de Republikeinse Volkspartij (CHP) in het parlement. CHP-leider Deniz Baykal verwijt hem juist een wijfelende houding wat betreft zijn economische politiek.

Turkije onderhandelt later deze maand opnieuw met de Wereldbank en het IMF over eventuele nieuwe leningen voor Turkije. De kans daarop wordt miminaal geacht omdat de internationale financieringsorganisaties niet alleen een beteugeling van de inflatie eisen, maar tevens aandringen op hervormingen wat betreft de belastingwetgeving en de sociale zekerheid. Zo kunnen ze het bijvoorbeeld al niet eens worden over de pensioenleeftijd.