Hoe Zimbabwe's eenpartijstaat 's lands economie ruineert; De traktaties van een alleenheerser

Het ging al niet zo fantastisch met Zimbabwe, en nu heeft Mugabe met pensioenen voor oud-strijders en een onbekookt plan voor landhervorming, de financiën van het land verder in ongerede en het volk aan het morren gebracht. Maar op zichzelf is landhervorming hard nodig, dat zien de blanke boeren, die veruit het grootste deel van het land in eigendom hebben, ook wel in.

Als een Shiri ya Mwari, de mythische Vogel van God, zweeft het vliegtuig van Air Zimbabwe boven de dampen van de Victoria watervallen. Beneden ligt, met zijn adembenemende landschappen, een van de mooiste landen op aarde. 'Zim' zou met zijn prachtige natuur, de overvloed aan bodemschatten, een infrastructuur waar veel andere Afrikaanse landen slechts van dromen, een geringe bevolkingsdichtheid en met een breed ontwikkelde industriële sector op weg moeten zijn naar een rijkeluisstaat. En toch gaat het niet goed met het land. Achttien jaren van halfslachtig beleid door een regering die niet kon kiezen tussen marxisme en kapitalisme, breken Zimbabwe nu op. “Je kunt oude marxistische honden geen marktgerichte kunstjes leren”, zegt een econoom in Harare.

De zwakte van de Zimbabweaanse economie kwam enige maanden geleden pijnlijk aan het licht, toen president Robert Mugabe twee peperdure stokpaardjes uit de mottenballen haalde: het betalen van pensioenen ter waarde van 4 miljard Zim-dollar (ongeveer 400 miljoen gulden) aan oorlogsveteranen en het confisqueren van land van blanke boeren. Het gaat om oude beloftes van Mugabe uit de Rhodesische tijd, van voor 1980, toen hij een van de leiders was van de guerrilla tegen Ian Smiths blank minderheidsbewind.

De Wereldbank reageerde negatief op Mugabes dure niet-begrote speeltjes en trok onverwijld een lening van 62 miljoen Amerikaanse dollar in. De Zimbabweaanse regering kondigde vervolgens aan de financiële dekking voor de pensioenen te zullen halen uit scherpe belasting- en accijnsverhogingen. Als gevolg daarvan beleeft de Zimbabweaanse dollar sinds november een vrije val naar nog onbekende diepten. De waardevermindering is inmiddels opgelopen tot 70 procent ten opzichte van de Amerikaanse dollar. In reactie daarop stegen de prijzen, eerst licht, maar vanaf begin dit jaar scherp: voor essentiële levensmiddelen met meer dan twintig procent.

Deze lastenverhogingen voor de burgers hebben felle protesten uitgelokt van de vakbeweging en maatschappelijke groeperingen. In plaats van de steun die Mugabe verwachtte voor zijn 'politiek correcte' maatregelen kreeg hij een golf van kritiek over zich heen. Begin december hadden de eerste ongeregeldheden plaats, alleen in de hoofdstad Harare. Vorige week herhaalde zich dit in veel ernstiger mate en nu ook in andere plaatsen. Van Beitbridge, aan de grens met Zuid-Afrika, tot Chinoyi in het noorden en Victoria in het westen gingen woedende menigten de straat op in wat werd genoemd het “brood en boteroproer”. Mugabe moest voor het eerst sinds hij in 1980 aan de macht kwam de hulp van het leger inroepen om de orde te herstellen.

De belastingverhoging is onder druk van deze publieke acties grotendeels teruggedraaid, terwijl de regering ondernemers heeft verordonneerd prijsstijgingen te beperken. Maar de belofte aan de oud-strijders kon Mugabe niet meer intrekken. Hij betaalde hun uit de staatskas, en kwam van de regen in de drup, het land zit nu opgescheept met een budgettaire crisis.

Edmore Tobaiwa van de gezaghebbende, onafhankelijke Financial Gazette erkent dat het betalen van pensioenen aan veteranen en de landhervorming “van nationaal belang zijn voor de politieke stabiliteit”. Maar hij zegt dat Zimbabwe zich de luxe van de snelle uitvoer van de twee plannen zoals Mugabe die wenst niet kan permitteren. Tobaiwa noemt de werkloosheid verreweg het grootste probleem. De helft van de Zimbabweaanse beroepsbevolking zit zonder werk. “Elk jaar komen er 300.000 schoolverlaters op de arbeidsmarkt, terwijl er maar 60.000 nieuwe banen kunnen worden gecreëerd. Als miljoenen werkloze jongeren straks de straat op gaan zal de politieke instabiliteit vele malen groter zijn dan wanneer 50.000 veteranen hun bonus niet krijgen”, aldus Tobaiwa.

Mugabes grootste prestigeobject is de landhervorming. Landbouw vormt de ruggengraat van de Zimbabweaanse economie, goed voor dertig procent van het nationaal inkomen en werk biedend aan meer dan 300.000 mensen. De ruim 4.000 grote boerenbedrijven zijn sinds de dagen van Smith vrijwel onveranderd in blanke handen, en dat is altijd een doorn in Mugabes oog gebleven. De weinige bedrijven die overgingen van blank naar zwart kwamen in bezit van trouwe aanhangers van Mugabe, de meesten zonder landbouwervaring. Ze namen de cadeaus in dankbaarheid aan, maar een grote bijdrage aan de landbouwopbrengst leveren deze boerderijen niet.

Eind vorig jaar kreeg de president opeens een ingeving en besloot hij dat het tijd was 'blank' land te confisqueren. Op 28 november kwam de regering met de 'Land Acquisition Act', waarin 1.503 boerderijen staan die zouden worden onteigend, met een totale oppervlakte van vijf miljoen hectare - de helft van alle landbouwgrond. Drieëntachtig van de aangewezen bedrijven hebben een zwarte eigenaar (niemand van hen is lid van Mugabes partij, de ZANU-PF), de andere boeren zijn blank. “We maken een einde aan het kolonialisme door het land terug te nemen”, zo verwoordde Mugabe zijn besluit.

De huidige boereneigenaars zouden volgens het plan alleen compensatie krijgen voor de gebouwen op hun grondgebied, maar daarvoor ontbreken de middelen. Waar de regering Mugabe bovendien niet aan dacht was dat boeren kapitaal nodig hebben om te kunnen boeren. De kleine zwarte boeren hebben dat kapitaal niet en weinig banken zullen bereid zijn hun leningen te verstrekken. Bovendien zou de verwijdering van zoveel blanke boeren ineens een groot verlies aan kennis en bekwaamheid betekenen.

Mugabe lijkt zichzelf, tot groot leedvermaak van de blanke boeren, te hebben overschreeuwd. Eerst rekende hij op financiële steun van de Britse Labour-regering voor zijn landhervorming. Dat was een faliekante misrekening: Tony Blair stelde zich op hetzelfde standpunt als zijn Conservatieve voorgangers: alleen hervorming op basis van vrijwilligheid en alleen als het economisch verantwoord was. Londen kwam vorig jaar al tot de conclusie dat aan geen van beide voorwaarden kon worden voldaan. Vorige week onderstreepte Londen dit nog eens. “President Mugabe moet in het openbaar bevestigen dat het programma doorzichtig en wettelijk is, dat het de begroting van de Zimbabweaanse regering niet in gevaar brengt en dat het een bijdrage levert aan het verminderen van de armoede.”

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft 176 miljoen dollar uitgetrokken voor uitvoering van een programma van landhervorming, maar stelt als voorwaarde dat het begrotingstekort niet mag oplopen tot meer dan 8,2 procent van het nationaal product en dat de onteigende blanke boeren worden gecompenseerd. Dat laatste is een gruwel voor Mugabe, maar hij is aan zet. Honende commentatoren die spreken over een volledige mislukking van de herverdeling van land hebben Mugabe getart tot zijn stellige verzekering dat de onteigening door zal gaan zoals gepland, dat wil zeggen: te beginnen over een half jaar.

De Commercial Farmers Union (CFU), die het overgrote deel van de 4.000 blanke boeren vertegenwoordigt, kwam het afgelopen weekeinde met een eigen plan voor landhervorming, dat, zo heet het “onenigheid verwerpt en consensus omarmt”. Het plan voorziet in de toewijzing van 1,5 miljoen hectare land aan landloze zwarte boeren. De CFU vertegenwoordigt de overgrote meerderheid van de blanke boeren. De boerenbond rekent op Nederlandse, Duitse en Britse financiële steun voor de plannen. CFU-voorzitter Nick Swanepoel denkt dat op termijn ook de doelstelling van vijf miljoen hectare land voor zwarte boeren haalbaar is.

De radicale minister van informatie, Chen Chimutengwende, heeft ogenblikkelijk negatief op het boerenplan gereageerd. Volgens Chimutengwende zijn de blanke boeren slechts uit op het bestendigen van hun positie. “Het plan is als een partnerschap tussen paard en berijder, de blanken zijn de berijders, de zwarten de paarden”, zo zei de minister. Volgens een optimistische Swanepoel is de regering Mugabe echter wel degelijk geïnteresseerd in zijn 'Team Zimbabwe'-gedachte.

Analisten in Harare zeggen dat Mugabe weinig keus heeft. Het niet accepteren van compromissen, zoals dat van de blanke boeren, zal de economie nog verder in de verdrukking brengen. “Het Zimbabweaanse staatsschip drijft stuurloos rond in woeste wateren”, zegt Tony Hawkins, professor in de economie aan de universiteit van Harare, “er is geen strategie, slechts reactie op gebeurtenissen.” Hoe heeft het onder de ZANU-PF-regering zo ver kunnen komen?

De eerste jaren van Mugabes regering - hij was premier tot 1987 en werd daarna de eerste uitvoerende president - kenmerkte zich door een streven naar een socialistische planeconomie. Mugabe erfde een land dat op papier niet moeilijk te besturen valt. De bevolking telt slechts 11 miljoen zielen, dat is 28 per vierkante kilometer, en het land is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Mugabes oppermachtige ZANU-PF-partij proclameerde op haar congres van 1984 triomfantelijk de nakende “overwinning van het socialisme over het kapitalisme”. Zijn ZANU-PF verklaarde verder te streven naar een marxistisch-leninistische eenpartijstaat.

's Lands economie deed het buitengewoon goed in die eerste jaren, als gevolg van het opheffen door de internationale gemeenschap van economische sancties, die het blanke minderheidsbewind van Ian Smith 15 jaar lang hadden gedwarsboomd. Ineens ging de wereld weer open voor Zimbabwe: de handel stimuleerde de economie in snel tempo, met fenomenale groeicijfers van het bruto nationaal product als gevolg, 11 procent in 1980, 13 procent in 1981, maar vlakte daarna af om uiteindelijk op een gemiddelde (1980-1994) uit te komen van een schamele 2,7 procent.

In politiek opzicht bereikte ZANU-PF waar het naar streefde, Zimbabwe is nu feitelijk een eenpartijstaat, Mugabes fractie bezet 118 van de 120 direct gekozen parlementszetels. Maar van de planeconomie kwam niets terecht. De 'smart ass' Mugabe zag vrij snel in dat het beperken of nationaliseren van het blanke particuliere bedrijfsleven de economie te gronde zou richten. Terwijl hij uitblonk in vileine aanvallen op die vermaledijde blanken, was zijn adagium 'we must keep the whites' - we moeten de blanken houden. In te veel Afrikaanse landen (Congo, Angola, Mozambique) was een snelle dekolonisatie gepaard gegaan met een gedwongen of vrijwillige uittocht van de blanke overheersers en had daardoor geleid tot een totale ineenstorting van de economie.

Mugabe leerde van deze Afrikaanse les en liet 'zijn' blanken zoveel mogelijk met rust. De vrije sector bleef steeds onaangetast. In 1991 bevestigde het Economische Structurele Aanpassingsprogramma deze lijn en maakte de marxistische terminologie plaats voor aanduidingen als 'pragmatisch socialisme' en zelfs 'inheems kapitalisme'. Eind '96 werd het marxisme-leninisme als leidend principe officieel afgezworen.

Toen Mugabe de marxistische planeconomie vaarwel had gezegd, kwamen de Wereldbank en het IMF zes jaar geleden royaal over de brug. Tussen 1992 en 1994 stelde de Wereldbank voor Zimbabwe 3,2 miljard Amerikaanse dollar ter beschikking, waarvan de helft was bedoeld voor het steunen van de negatieve betalingsbalans. Even leek het te werken, maar de uitvoering van de economische hervormingen kon de internationale financiers niet bekoren, in '95 kwam aan de financiële injecties al weer een einde. De minister van Financiën Herbert Murerwa heeft voor dit jaar nieuwe hervormingen aangekondigd, onder de naam Zimprest. Welke ze behelzen is onduidelijk, wel heeft hij gezegd dat voor de uitvoering ervan 500 miljoen dollar nodig is.

Intussen bouwde de ZANU-PF in de loop der jaren een twijfelachtige staat van dienst op, met wijdverbreide corruptie en misbruik van overheidsgelden als voornaamste minpunten. In 1988 gingen Zimbabweanen voor het eerst de straat op om hun ongenoegen daarover te uiten, maar het hielp weinig. Een baan bij de overheid of de partij is nog altijd een garantie voor legaal zakkenvullen. Zo kocht de regering ondanks de financiële crisis vorige week 50 nieuwe Mercedessen E230's met een totale waarde van 9 miljoen gulden. Het was de derde aankoop van luxe auto's in evenveel jaar ten behoeve van Mugabes oligarchie.

De bijna 73-jarige Robert Mugabe is vooral overtuigd van zijn eigen gelijk. Op hoogtijdagen zwaait hij met de traditionele symbolen van macht: de speer en de bijl, om vooral duidelijk te maken wie het voor het zeggen heeft.

Door de vestiging van de eenpartij staat heeft hij zoveel macht naar zich toegetrokken dat er geen alternatieven voor zijn leiderschap in zicht zijn. Alle protesten tegen zijn bewind heeft hij afgedaan als een “komplot”, beraamd door de blanke zakenwereld. Feit is evenwel dat met name het overkoepelende Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZTCU), met vrijwel uitsluitend zwarte leden, de laatste tijd de dans tegen Mugabe leidde.

Tony Hawkins is somber over de nabije toekomst. “De meest waarschijnlijke uitkomst uit de huidige crisis is dat de scheuren zullen worden afgeplakt. Mugabe zal ferme taal blijven uitslaan, maar heel weinig doen. Hij zal landhervorming, banen en huizen beloven, als het niet nu is dan toch zeker in 2000. En hij zal de Wereldbank proberen te paaien met praatjes over privatisering en het besnoeien op openbare uitgaven”, zegt hij.

De econoom formuleert ook wat er volgens hem zou moeten gebeuren: “Na achttien jaar van treuzelen, moet de regering met een acceptabele verdeling van land komen, de budgettaire crisis bestrijden, een serieuze industrialisatie ontwikkelen en buitenlandse investeringen aantrekken.” Maar hij verzucht: “Mugabe is niet de man voor zo'n agenda.”