Het tragische lot van de 20ste-eeuwse stedenbouwer

Tentoonstelling: De regie van de stad - 100 jaar stedebouw in Noord-Europa. T/m 5 april in: Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25 Rotterdam. Geopend: di t/m za 10-17 uur, zon- en feestdagen 11-17 uur.

Boek: De regie van de stad - Noord-Europese stedebouw 1900-2000. Redactie: Koos Bosma en Helma Hellinga. Uitg. NAi Uitgevers, 496 blz. Prijs ƒ 149,50

Hopla, weer een stad! Een van de fascinerendste filmpjes op de tentoonstelling De regie van de stad in het Nederlands Architectuurinstituut laat Le Corbusier in actie zien. Uit de losse pols schetst 'de architect van de eeuw' een miljoenenstad: hier komen de flats in het groen, dit wordt het industriegebied, daar gaat het bestuurscentrum worden gebouwd, zo gaan de snelwegen lopen et voilà, encore une ville radieuse!

Het werk van Le Corbusier is de apotheose van de twintigste-eeuwse stedenbouw. Als geen andere stedenbouwer zag hij de stad als iets strikt rationeels. Le Corbusier reet de stad in stukken uiteen en gaf elke stedelijke functie - wonen, werken, recreëren en bestuurlijke acitiviteiten - een afzonderlijke en 'logische' plek.

Ook het lot van Le Corbusiers vele plannen is exemplarisch voor de stedenbouw van de twintigste eeuw. Hoewel zijn stedenbouwkundige ontwerpen grote invloed hebben gehad, werden ze hoogstzelden uitgevoerd. En als ze dan werden gerealiseerd, zoals zijn ontwerp voor Chandigarh, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Punjab, dan werden ze niet gebouwd zoals hij het had bedoeld.

Zo ging het deze eeuw met de meeste stedenbouwkundige ontwerpen. Het wemelt op de expositie van plannen die slechts gedeeltelijk of helemaal niet werden uitgevoerd. En de stedenbouwkundige ontwerpen die wel volgens plan zijn uitgevoerd, blijven zelden ongeschonden. Zo zijn de westelijke tuinsteden van Amsterdam, waar Cornelis van Eesteren de stedenbouw een wetenschappelijk karakter probeerde te geven, nu onderhevig aan grote veranderingen: steeds meer worden de groengebieden, die juist het karakter van dit stadsdeel bepaalden, volgebouwd. Zelfs in landen waar de staat buitengewone macht had, liep de stedenbouw spaak. Van het grootse Moskou dat Stalin voor ogen stond, is uiteindelijk slechts weinig terecht gekomen: ook in totalitaire staten is stedenbouw een tragische bezigheid.

'De regie van de stad' omvat in totaal 24 van zulke historische stedenbouwkundige ontwerpen die in chronologische volgorde op twaalf X-vormige stellages zijn gehangen. Ze zijn aangevuld met vier kolossale presentaties van hedendaagse plannen voor Europese stedelijke gebieden: het nieuwe Berlijn, het Ruhrgebied, Haarlemmermeer-Schiphol en de regio Parijs. Deze laten zien dat de stedenbouwers aan het einde van de twintigste eeuw het Corbusiaanse geloof in de goddelijke almacht van de stedenbouwer hebben verloren. Niet langer houden ze zich bezig met precieze ontwerpen van stadswijken, maar ze proberen te anticiperen op de economische en demografische ontwikkelingen van hele regio's en deze letterlijk in goede banen te leiden.

Zo samengevat lijkt 'De regie van de stad' volmaakt helder. Maar helaas is dit niet zo. Aan de inrichting van de expositie ligt dit niet: de Oostenrijker Boris Podrecca heeft gezorgd voor een voorbeeldige vormgeving. Een schitterende bol, die herinnert aan een ontwerp van de Russische constructivist Ivan Leonidov, dient als filmzaal en de 24 historische ontwerpen, waaronder dat van Albert Speer voor Hitlers Berlijn, staan in slagorde opgesteld. De hedendaagse plannen voor Europese regio's liggen onder glazen platen, waarover de bezoekers mogen lopen, zodat ze zich een architect in een vliegtuig kunnen wanen.

Maar Podrecca's prachtige ontwerp wordt vrijwel teniet gedaan door wat er te zien is. Om een of andere wonderlijke reden heeft de maker van de tentoonstelling, Koos Bosma, hoofdzakelijk gekozen voor het tonen van ontwerpen in gekopieerde vorm. Er hangen slechts enkele grote stedelijke visioenen, die laten vermoeden hoe mooi en meeslepend de tentoonstelling had kunnen zijn. Natuurlijk is het 'aura' van het origineel bij stedebouwkundige ontwerpen minder belangrijk dan bij schilderijen, maar toch gaat men naar het Architectuurinstituut voor de real stuff en niet voor plaatjes die men ook in boeken kan zien.

Bovendien is niet duidelijk waar de expositie nu precies over gaat. 'Honderd jaar stedebouw in Europa' is soms de ondertitel van de tentoonstelling, maar vaker, zoals bij de twee boeken die de tentoonstelling begeleiden, luidt deze: 'Noord-Europese stedebouw 1900-2000'. Dit laatste suggereert dat Noord-Europese stedenbouw een eigen, 'nordisch' karakter zou hebben, maar als dit al zo is, dan blijkt dit in ieder geval niet uit de gepresenteerde plannen: hieronder zitten eenvoudigweg veel ontwerpen die helemaal niet Noord-Europees zijn. Met een beetje goede wil kan Berlijn, dat maar liefst drie keer voorkomt op de tentoonstelling, nog wel voor Noord-Europees doorgaan, maar Moskou en Warschau zijn toch echt Oost-Europees. En Lyon, waar Tony Garnier in 1904 zijn 'Cité Industrielle' ontwierp, is te zuidelijk om Noord-Europees te zijn. Dit laatste geldt trouwens eigenlijk al voor Parijs.

Zo is De regie van de stad. Noord-Europese stedebouw 1900-2000 eigenlijk niet meer dan een willekeurige verzameling stedenbouwkundige ontwerpen, geselecteerd door iemand met een merkwaardige voorkeur voor Oost-Europa. Hetzelfde geldt voor de twee boeken die bovendien voor een groot deel bestaan uit artikelen met lange opsommingen van veelal vergeefse plannen en ambtelijke nota's die in de loop van de jaren zijn gemaakt voor uiteenlopende steden als Londen, Berlijn en Parijs.

Dit wil allemaal niet zeggen dat er niets is te zien op 'De regie van de stad'. Integendeel, de bezoeker kan uren doorbrengen op deze prestigieuze expositie. Het best kan hij zich concentreren op de vele films over steden als Almere, Milton Keynes, Oost-Berlijn in de DDR-tijd en Amsterdam-West. Hij zal dan veel onvergetelijks zien. Zoals het propagandafilmpje uit de jaren dertig voor Stalins Moskou waarin een boerse provinciestad vloeiend verandert in een heroïsche socialistisch-realistische metropool.