Fiscus moet zijn plaats weten

Net als het justitie-apparaat heeft ook de Belastingdienst voor enige eigen autonomie gestreden. Dat was in 1986 toen belastinginspecteurs de toenmalige staatssecretaris Henk Koning (VVD) het recht betwistten om invloed uit te oefenen op de hoogte van de belastingaanslagen van vrienden en bekenden zoals Wibo van der Linden.

De Tweede Kamer, onder aanvoering van PvdA-Kamerlid Willem Vermeend, maakte zich als één man sterk voor de absolute macht van de staatssecretaris. De toch wat beschadigde bewindsman had in de praktijk evenwel aan macht ingeboet. Konings opvolger Marius Van Amelsvoort (CDA) was van meet af aan geen krachtige figuur. Veel beleidsvorming onttrok zich aan zijn toezicht; ver van de politiek gebeurde dat in plaatsen als Zwolle en Breda. De Tweede Kamer maakte zich zorgen. Op initiatief van opnieuw Willem Vermeend en met steun van Gerrit Ybema (D66) en Jos van Rey (VVD) werd Van Amelsvoort opgepord om het heft weer in handen te nemen. Hij deed dat alleen op papier en zelfs dat duurde maar even. Toen stapte Willem Vermeend zelf over van de Kamer naar Financiën.

De eerste confrontaties tussen de ambtenarij en de kersverse bewindsman waren heftig. De banen van enkele topambtenaren stonden behoorlijk op de tocht. Zonder de pers op de stoep, want de Belastingdienst is discreet en vooral loyaal. Alle betrokkenen overleefden de hectische tijd, maar Vermeend zette met enige vertraging wel zijn zin door. Binnen een jaar na zijn aantreden verbood Vermeend de Belastingdienst om buiten hem om de belastingwet te preciseren of bij te buigen. Dat was in juli 1995. Als er uitvoeringsbeleid nodig is, moet het concept eerst op het ministerie van Financiën tegen de bestaande regels worden aangelegd. Dan wordt met de Belastingdienst naar de uitvoerbaarheid gekeken en vervolgens kijken Vermeends wetgevers of de voorgestelde aanpak past in het kabinetsbeleid. Dat is nog eens wat anders dan vanuit de besloten cultuur van de belastinggaarders zoeken naar wegen om de belastingopbrengst zo hoog mogelijk te krijgen.

Muiterij bleef achterwege, alleen al omdat Vermeend heel wat wisselgeld had. In letterlijke zin waren dat de tientallen miljoenen guldens die het kabinet elk jaar weer vrijmaakt voor de fraudebestrijding. Verder bood de staatssecretaris zijn dienst nieuwe ruimte door niet alleen fraudeurs maar ook mensen die legale maar geslepen belastingconstructies gebruiken, vogelvrij te verklaren. Zelf verklaarde hij belastingadviseurs persona non grata op het ministerie van Financiën. Zijn laatste aanbod aan de dienst was een grotere invloed op de voorbereiding op zijn soms revolutionaire wetgeving. Een proces waar zijn voorgangers de belastingambtenaren verre van hadden gehouden. Vermeend wilde echte kruisbestuiving. Zijn oekaze in de zomer van 1995 eindigde evenwel met een cryptisch schot voor de boeg: hij zou de manier waarop inspecteurs procederen eens grondig onder de loep gaan nemen.

In de Tweede Kamer ontwikkelde het liberale Kamerlid Bibi de Vries het als haar specialiteit om nauwgezet de vinger aan de pols te houden bij de relatie tussen de staatssecretaris en de Belastingdienst. Al snel werd duidelijk dat het onderzoek naar de procederende inspecteurs niet wilde vlotten. Hoewel Vermeend een vertrouwensman in het hart van de Belastingdienst had geparachuteerd, hield De Vries aanwijzingen dat er beleid buiten de staatssecretaris om werd opgesteld. De voortvarendheid waarmee de Belastingdienst wil werken, verdraagt zich niet altijd met lange overleglijnen, zo verklaarde de bewindsman gelaten.

Hij nam zijn toevlucht tot dezelfde oplossing die ook Van Amelsvoort had gekozen: een papieren. Buiten hem om geformuleerd beleid heet geen beleid. Dat heeft als bevredigend gevolg dat inderdaad alle beleid wordt vastgesteld door de staatssecretaris. Die liet inmiddels aan de pers weten dat hij 'als een kluizenaar' zat te werken aan een belastingstelsel voor de komende eeuw. Misschien kon het daarom gebeuren dat de Belastingdienst alles uit de kast haalde om te procederen tegen een computerpionier van het soort dat volgens het kabinet Nederland bij de tijd moet houden. Het effect van stimuleringsregelingen aan de ene kant werd tenietgedaan door terughoudend beleid van belastingambtenaren aan de andere kant. Het schrappen van aftrekbare computerkosten bij de betrokkene was, zoals de Hoge Raad uiteindelijk constateerde, nog onrechtmatig ook.

Nu de contouren voor een nieuw belastingstelsel klaar liggen, is Vermeend zich kennelijk weer met zijn dienst gaan bemoeien. Vorige week ontnam hij de inspecteurs het recht naar eigen inzicht belastingprocedures te voeren. Al in de fase van het afwerken van de belastingaangifte mogen ze alleen het rode potlood hanteren als dat zonneklaar stoelt op de bestaande regels. Dat moet het einde zijn van een bestaande praktijk om bij onduidelijkheid over de juiste wetstoepassing maar naar de fiscus toe te rekenen en uiteindelijk de rechter te laten uitmaken hoe de wet precies uitgelegd moet worden.

Voortaan moet eerst duidelijk zijn hoe de fiscus zelf denkt over de wetstoepassing in voorliggende en soortgelijke gevallen. Dat vraagt beleid dat door de staatssecretaris of een van zijn directeuren-generaal op wetmatigheid, uitvoerbaarheid en het kabinetsbeleid is getoetst. Als aan de hand van dergelijk beleid een aanslag wordt opgelegd, dan staat de Belastingdienst zo goed als de staatssecretaris er ook pal achter; als het moet tot voor de Hoge Raad. De fiscale praktijk moet weer stoelen op Haags beleid, bepaald door de verantwoordelijke bewindspersoon dan wel op het Binnenhof of via een uitspraak van de Hoge Raad. Dat is Vermeends inzet voor de volgende eeuw.