Ein letztes Aufgebot

Een jaar of zeven geleden begon met de eerste Golfoorlog de langzame verdwijning van de Nieuwe Wereldorde. Wie weet nog wat er toen mee werd bedoeld? In de woorden van president Bush, in zijn rede van 11 september 1990 voor het Congres, zou “een nieuw tijdvak moeten aanbreken, waarin de dreiging van de terreur zal zijn bedwongen, gerechtigheid en vrede krachtiger zullen worden nagestreefd. Een tijdvak waarin alle naties in welvaart en harmonie zullen leven.” Dat was na de invasie van Koeweit door Irak.

De Golfoorlog maakte de verovering ongedaan. De Amerikaanse regering vond toen dat het zo mooi genoeg was geweest, wilde geen voortgezette landoorlog die Amerikaanse levens zou kosten, en evenmin een bezetting van Bagdad waaraan pas een niet te schatten tijd later een eind zou komen. Saddam Hussein bleef zitten. Was dat een grote fout van Bush? We zullen het nooit weten omdat we ook niet weten hoe het de Amerikanen dan verder in Bagdad was vergaan, of de coalitie van de Golfoorlog het nog had uitgehouden, en vooral of de Amerikaanse publieke opinie bestand was geweest tegen een langere oorlogsinspanning. Door de snelle successen werd met een kundig geleide berichtgeving de Golfoorlog als 'chirurgische ingreep' op den duur verkoopbaar. Langer dan die maand had hij vermoedelijk niet moeten duren.

Dat Bush met zijn beperkte oorlog de beste keuze heeft gedaan, kunnen we uit latere gebeurtenissen afleiden. De ingreep in Somalië is na 'schokkende beelden' op de Amerikaanse televisie afgelast. Aan de hete oorlog in Joegoslavië is een eind gekomen doordat Kroatische troepen het werk op de grond opknapten, waarna Amerikaanse luchtaanvallen de rest deden. Daaraan zijn vier jaar aarzelen met niet-inmenging vooraf gegaan. Aan de voortdurende massamoorden in Afrika heeft geen westerse mogendheid iets willen doen - terecht waarschijnlijk omdat het gevaar van een Somalië-achtig fiasco te groot was.

Voor de ingreep in Irak die nu in de laatste fase van voorbereiding is, zal geen Amerikaanse soldaat voet op vijandelijk grondgebied zetten. Zolang dat niet nodig is, blijft in de enquêtes een meerderheid van de publieke opinie de actie steunen. De cijfers worden beter - dat heeft de Golfoorlog geleerd - naarmate het verloop van de ingreep chirurgischer op de televisie komt; als een documentaire uit de operatiekamer van de buitenlandse politiek.

Van de wereldorde is na het presidentschap van Bush niet veel meer vernomen. Dat is geen wonder. De wereld bleek zich allerlei conflicten te kunnen veroorloven zolang die in quarantaine konden worden gehouden, en een andere, inmiddels groeiende orde er niet door werd aangetast. Dat is de nieuwe economische orde waarin de staten onderling verweven raken, op tientallen manieren die inmiddels ruimschoots zijn beschreven.

Als in Zuidoost-Azië een economische crisis dreigt waarvan de gevolgen zich in de rest van de wereld doen voelen, is dat geen reden tot vertoon van vijandigheden, 'opvoering van de spanning', maar een aansporing voor de internationale gemeenschap der economen en ministers van Financiën om een economische remedie te vinden. De orde van de soevereine staten die Bush nog voor ogen stond, wijkt geleidelijk voor het internationale web der economische verbindingen. Dat is een andere orde, niet na lange onderhandelingen plechtig afgekondigd maar organisch groeiend. Het Irak van Saddam Hussein is daarin een verouderde soevereine staat, die alle kenmerken van zo'n eenheid heeft bewaard: hang naar territoriale expansie, en de bewapening die zo'n politiek, met intimidatie of werkelijke strijd, mogelijk moet maken.

Of Saddam nu, met chemische en bacteriologische wapens, al zo gevaarlijk is als in Washington wordt aangenomen, zou hij eerst moeten bewijzen om iedereen te overtuigen, en dan is het te laat. Intussen heeft hij in ieder geval niets nagelaten om zo gevaarlijk mogelijk te lijken. Voor de opbouw van een klassieke escalatie zijn twee partijen nodig, en in dit opzicht, als 'escalant', speelt Saddam zijn rol voorbeeldig.

Iedere berekening kan geen andere uitkomst hebben dan dat Washington tenslotte de bommen zal gooien. Geen natie in Saddams omgeving wil dat, en de bondgenoten van Amerika willen het evenmin. Compromissen waarbij ieders eer en belang kon worden gered, hebben de afgelopen jaren voor het oprapen gelegen, maar Saddam heeft de ruimte daarvoor steeds kleiner gemaakt.

Het doorgronden van een dictatoriaal brein hoort tot de moeilijkste problemen van de politiek. Wil hij een soort letztes Aufgebot, misschien in de hoop daarmee de strijd tussen de Arabische volken en Amerika te ontketenen? Dat is de vorige keer mislukt. Of gelooft hij, de escalatie te kunnen winnen zonder dat het tot geweld komt; speelt hij poker en bluft hij tot het uiterste? Rekent hij erop dat de Amerikanen tenslotte zich door de rest van de wereld van de ingreep zullen laten afbrengen? Dat is zeven jaar geleden ook mislukt, en de kansen dat het deze keer wel goed voor hem gaat, nemen af naarmate Madeleine Albright ook het passieve front tegen hem hechter weet te maken.

Zo komt deze 'chirurgische ingreep' dichterbij, als was het een onvermijdelijk natuurverschijnsel. Zal er iets mee worden opgelost? Hopen de Amerikanen, hem met een smart bomb zelf te raken? Niet uitgesloten, maar de trefkans is gering. Als de ingreep eenmaal is begonnen, is daarmee de halve quarantaine van Irak als probleem opgeheven. Dan is het aan Clinton, het werk af te maken dat Bush zeven jaar geleden halverwege heeft gestaakt. Het komt erop neer dat Saddam tot verdwijnen - hoe dan ook - moet worden gebombardeerd. Minder is niet voldoende. Any war will surprise you, zei Eisenhower. Op een lange reeks van oorlogsverrassingen is de wereld niet meer voorbereid.