Een kabbelend theatergedicht in Bonn

Voorstelling: Malstrom, ein szenisches Projekt. Van Gerardjan Rijnders door Schauspiel Bonn. Regie: Gerardjan Rijnders. Decor: Paul Gallis. Spel: Monika Kroll, Timo Berndt, Chun Mei Tan, Birte Schrein e.v.a. Gezien: 3/2, Schauspielhalle Beuel, Bonn. Nog te zien: aldaar t/m 28/3. Inl. 0049.228.8208125.

Echt glamorous kan het meest recente internationale uitstapje van regisseur Gerardjan Rijnders niet genoemd worden, gezien de omgeving waarin hij heeft moeten werken. Het theater van Schauspiel Bonn ligt in een akelige buitenwijk van de Duitse regeringsstad en het gebouw zelf is niet heel veel meer dan een loods. Het is vergelijkbaar met het Transformatorhuis van Rijnders' eigen gezelschap Toneelgroep Amsterdam, maar een gastregie in 'het buitenland' voltrekt zich in gedachten altijd in weelderige omstandigheden. Bij de landgrenzen begint immers het echte leven.

Niet dus en het is, gezien de aarzelende reacties van het Bonner publiek op Rijnders' nieuwste speciaal voor het Schauspiel Bonn gemaakte voorstelling Malstrom, zelfs mogelijk dat de provincie voorbij Venlo begint. Gefundenes Fressen is de productie - een montagevoorstelling zoals we hier van Rijnders gewend zijn - in elk geval niet.

Maar het onbestemde applaus heeft zeker ook te maken met het al even onbestemde karakter van Malstrom. De tekst, van de regisseur zelf, is als vanouds een collage van los-bladige observaties, citaten, woordspelingen en nieuwe mode-woorden. Van opzettelijk grove moppen ook, over moslimvrouwen bij voorbeeld. Enig verband is er niet; de tekst bevat een scala aan gemoedsstemmingen, uitingen van angst en wankelmoedige liefde. Willekeur is, zo te zeggen, het ordenende principe.

Rijnders' vaste decorontwerper Paul Gallis situeert Malstrom op een door verrijdbare, klassieke zuilen omzoomde 'marmeren' toneelvloer met geometrisch patroon. Aan het begin van de voorstelling wijkt de begrenzing om zich aan het slot weer te vernauwen. In de ongeveer vijf kwartier daartussen zien we een tiental spelers gedurig heen en weer lopen, weer eventjes verdwijnen en opnieuw éen na éen of groepsgewijs verschijnen. Centrum van de 'handeling' is een aan een tafeltje gezeten vrouw (Monika Kroll) die, onder invloed van drank en sigaretten, vertolkster is van uiteenlopende stemmingen. Een man (Timo Berndt) levert aan de rand van het toneel commentaar, dat wil zeggen, hij put zich uit in zweverige bezweringen.

In vervolg op zijn omstreden productie Licht wil Rijnders een soort 'theatergedichten' maken, een samenspel van beweging, tekst, muziek en licht. De ambitie is interessant genoeg, maar Malstrom levert daarvan niet het bewijs. De voorstelling kabbelt en suddert, op een lievige manier, zonder reliëf of contrapunten. Op een enkel moment weerklinkt een schlager van Andrea Bocelli, op een enkel moment is er enige agressie en versnelling waar te nemen. Niet vaak genoeg helaas om aandacht te blijven opbrengen voor deze al te fragiele en subtiele zoektocht naar een nieuw theater-idioom. De titel wordt geenszins werkelijkheid in het hoofd van de toeschouwer.