Danser die eigen keuzes maakt

De Amerikaanse danser Michael Schumacher doet mee aan drie producties in het Haagse Holland Dance Festival. “Het maakt niet uit of je voor een groot of klein gezelschap werkt.”

Holland Dance Festival: 4 t/m 21 februari. Inl. (070) 345 92 02.

AMSTERDAM, 4 FEBR. De naam Michael Schumacher zingt al enige tijd rond binnen de gelederen van de Nederlandse dans. Schumacher is een ex-danser van Forsythe's Frankfurt Ballet. Afgelopen november nog luisterde hij de Nacht van de Improvisatie in Frascati op. In het Holland Dance Festival, dat Den Haag de komende weken tot het epicentrum van de dans maakt, doet hij mee aan maar liefst drie producties.

“De dansscene is hier veel levendiger dan in Frankfurt”, meent Schumacher, die met zijn kleine, jongensachtige gestalte zeker geen 'bijna-veertiger' lijkt. Warmgemaakt door dansers uit zijn eigen groepje Schwuppdiwupp en Amanda Millers Pretty Ugly Dance Company, waarmee hij na zijn vertrek bij Forsythe rondtoerde, verhuisde hij in 1996 naar Amsterdam. Sindsdien is hij hier in producties van Pieter de Ruiter, Anouk van Dijk en Cora Bos-Kroese te zien geweest.

De Amerikaan Schumacher werd in 1961 geboren in het gehucht Lewiston, Idaho. Dans was voor hem musical en show-bizz. Met de blik op Broadway gericht begon hij op achttienjarige leeftijd zijn dansopleiding aan de Julliard School in New York. Al snel besloot hij een serieuze 'concert-dancer' te worden.

Naast klassiek ballet, moderne dans en jazz kreeg Schumacher van Hanya Holm les in improvisatie. Hoewel haar benadering vooral theoretisch was, ligt hier de kiem van zijn fascinatie voor deze dansvorm. Voor hem is improvisatie niet in tegenspraak met de vastomschreven technieken die hij beheerst. “Wanneer je stelt dat een bepaalde beweging niet is voorbehouden aan een bepaalde stijl, kun je dans vrijer invullen. Improvisatie gaat over hoe ver ik kan verdwalen zonder totaal de weg kwijt te raken,” zegt Schumacher.

Het verkennen van grenzen is ook kenmerkend voor Schumachers carrière. Na tien jaar New York, waar hij danste bij Feld Ballet en Twyla Tharp Dance, vertrok hij naar Europa. Eerst naar de Compania de Dança de Lisboa en in 1988 naar het Frankfurt Ballet van Forsythe. Zijn eclectische benadering van dans sloot perfect aan bij Schumachers training en opvattingen.

Toch besloot Schumacher in 1993 zijn geluk als freelancer te beproeven. “Ik had genoeg van de geïnstitutionaliseerde dans. Bij een groot gezelschap gaat meer tijd op aan wachten dan aan dansen. De routine ging akelig op een kantoorbaan lijken. Ook wilde ik mijn projecten meer zelf kunnen kiezen en, hoewel ik daarin geen serieuze ambities heb, af en toe zelf choreograferen.”

Simpel is de gekozen weg geenszins. “Los van het feit dat ik nu ook mijn eigen reisbureau ben,” verzucht Schumacher quasi-vermoeid, “ben ik tot de shockerende ontdekking gekomen dat het niet uitmaakt of je voor een groot of een klein gezelschap werkt. Bij allebei moet je mee in dezelfde molen van administratie, promotie en techniek. Het basisprincipe van alle dans is namelijk dat je probeert een bewegend lichaam vóór een toekijkend publiek te krijgen.”

Artistiek gezien zijn er zelfs verantwoordelijkheden bijgekomen. Schumacher kan inmiddels eisen stellen. “Mijn prioriteit is werken met bevriende dansers. De choreograaf moet ik zien zitten, maar komt op de tweede plaats.” De keerzijde is dat hij kritischer wordt bekeken. “Als ensemblelid kun je je enigszins verschuilen achter de artistieke leiding of de choreograaf. Nu wordt elk project dat ik doe als een bewuste, persoonlijke keuze gezien. Zeker hier in Nederland, waar ik toch een nieuwkomer ben die maar eens moet laten zien wat hij kennelijk allemaal kan.”

In het komende Holland Dance Festival danst Schumacher met Vitor Garcia een duet van Paul Selwyn Norton, met wie hij ook de choreografie doet voor Grip, het dansconcert van Mathilde Santing en Anne Affourtit. In het openingsprogramma staat hij naast de danseres Sylvie Guillem. “Ik heb niets dan bewondering voor Sylvie”, zegt Schumacher. “Ze werkt snel, precies en hard en staat voor elke suggestie open. Ze weet wat haar mogelijkheden zijn en benut die. Dat vind ik een intelligente werkwijze. Ze is zeer uitgesproken en stoot daarmee mensen af. Maar ze heeft haar carrière in eigen handen genomen door de Parijse Opéra te verruilen voor een bestaan als zelfstandig soliste.”

Een danser die eigen keuzes maakt, dat is ook Schumachers drijfveer. Wellicht is dat redelijk bijzonder in de danswereld. Maar is het anno 1998 nodig de danser tot centraal thema van het Holland Dance Festival te verheffen, zoals de nieuwe artistiek leider Samuel Wuersten in deze zesde editie met zijn motto 'A dancer's tale' doet? Het is toch algemeen geaccepteerd dat er zonder dansers geen dans is en dat dansers ook scheppende en denkende wezens zijn? “Het gaat niet over emancipatie van de danser,” benadrukt Schumacher. “Het festivalprogramma laat vooral zien hoe veelzijdig de dans en de danser tegenwoordig zijn. Dat is ook de betekenis van mijn aanwezigheid in verschillende stukken. Niet langer is een bepaalde stijl de maatstaf, maar het vermogen om uiteenlopende dingen te doen - als choreograaf en als danser. Dat is de boodschap. Niet zozeer aan het publiek misschien, maar wel aan het dansvakonderwijs, de choreografen, de subsidiegevers en de kritiek.”