Computer in de klas voor voorhoede-kinderen

Minister Ritzen (Onderwijs) mikt met zijn plan 'Investeren in voorsprong' op een snelle invoering van computers in het onderwijs. Daartoe zijn 104 voorhoedescholen in het basisonderwijs geselecteerd. “Hier zitten de werknemers van 2010 !”

UTRECHT, 4 FEBR. Het haar van Adèle Bloemendaal, de ogen van Jaap Jongbloed en de mond van koningin Beatrix. Op verzoek schuift Jeroen (11) elk gezicht in elkaar via het computerprogramma 'Smoelwerk'.

De rest van groep acht speelt buiten, maar Jeroen laat graag even zien wat hij kan op de computer. Moeiteloos klikt hij van de Anti Spice Girls website via de NBA (basketbal) naar het Rekenweb. “Als je problemen hebt met een programma, moet je 'm gewoon even downloaden”, zegt hij nonchalant.

Vraag niet wat downloaden is op de Utrechtse basisschool Rijnsweerd, want dan kijken de leerlingen zeer verbaasd. Rijnsweerd is een van de 104 'voorhoedescholen', die het ministerie van Onderwijs begin januari heeft geselecteerd om als eerste computers in te voeren. De overige ongeveer 8.000 scholen, die volgens Ritzens plan 'Investeren in Voorsprong' ook één computer op tien leerlingen moeten krijgen, volgen vóór 2002.

De voorhoedescholen krijgen geld om computers en software te kopen, een intern netwerk op te zetten en om via dit netwerk de school te verbinden met andere scholen, musea en bibliotheken. Hoewel nog onduidelijk is hoeveel geld ze krijgen en wanneer dat gebeurt, hoopt Rijnsweerd-directeur P. Verberg op 60.000 gulden.

Voorhoedescholen zijn dat niet zomaar. Ze moesten aantonen dat ze al langer bezig zijn met computers op school en moeten nu aangeven waaraan ze het geld denken te besteden. Verberg wil bijvoorbeeld acht laptops kopen - “die zijn flexibel inzetbaar” - voor de hoogste klassen, ter aanvulling van de twaalf die hij en twee andere scholen krijgen via het project Digitaal Onderwijs Utrecht.

De groepen vijf tot en met acht, met kinderen van negen tot twaalf jaar, hebben dan vijf laptops per groep. Verberg vergroot daarmee de digitale voorsprong die zijn school nu al op andere scholen heeft.

Want Rijnsweerd staat in een goede buurt, in de volksmond 'de Goudkust' genoemd. “Tot anderhalf jaar geleden zeiden leerlingen over onze computers: 'laat maar, we hebben thuis iets beters' ”, vertelt Patrick, de omgeschoolde klassenassistent die nu de computerdeskundige is op school. Maar sinds ouders zoals vader en VVD-voorlichter T. van de Maas, de school een handje hebben geholpen, is Rijnsweerd in Utrecht de koploper op het gebied van informatietechnologie.

Eind 1996 betrok Van de Maas de school bij de Electronic Highway Platform Nederland (EPN), een initiatief van de VVD. Via kabelexploitant Casema werd de school aangesloten op Klassennet, waarmee leerlingen met andere scholieren kunnen communiceren. Dankzij EPN praten leerlingen wekelijks met Haagse politici via een beeldtelefoon. Casema betaalt de telefoonrekening, ook voor Internet. Onlangs regelde Van de Maas via een vriend bij het hardware-bedrijf Unisource een intern netwerk voor Rijnsweerd en een datalijn naar een andere school. Een eenvoudige formule, zegt directeur Verberg: “De school krijgt computers en onderhoud, en Unisource scoort.”

Zoiets is uitgesloten op de Utrechtse openbare basisschool de Tandem wegens de sociaal-economische positie van de ouders, zegt directeur A. Boss. Zijn school heeft 75 procent allochtone leerlingen en veel ouders hebben een minimuminkomen of een uitkering. Boss: “Het is prachtig als een school die mogelijkheden heeft, maar wij zijn aangewezen op onze leermiddelenbegroting, en die is klein.” Het is voor hem dus een kwestie van kiezen: “Een grote investering in computers zou ten koste gaan van nieuwe taal- en rekenboeken die wij hard nodig hebben om de taalachterstand van onze leerlingen weg te werken.” De Tandem is aan het sparen om de rekenmethode te kunnen vervangen en om een nieuwe speel/les-set voor het vak Taal in groep drie aan te schaffen. Kosten: tussen 15.000 en 20.000 gulden.

Het gewone budget voor lesmateriaal van 30.000 gulden per jaar is ook voor basisschool Rijnsweerd “veel te klein voor computers of software”, volgens Verberg. Een nieuwe computer kost al snel 3.000 gulden. Hij is dus afhankelijk van het soort sponsoring waarvan zijn school nu gebruik maakt, zegt hij, sponsoring waarvan staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) formeel een tegenstander is.

Voor het beheer van de computers en voor het onderhoud van het netwerk heeft Verberg zelf te weinig kennis en tijd. Hij is al anderhalve dag per week kwijt aan de organisatorische rompslomp rond de computers. “Ik kan hooguit de basale ontwikkelingen bijhouden, voor de rest heb je een deskundige nodig.” Maar Unisource verzorgt het onderhoud, verzekert hij, gratis en op afroep. Invoering van computers past in de Dalton-filosofie van zijn school, aldus Verberg. “Ons onderwijs past zich aan aan het kind en aan de omgeving, niet andersom. De samenleving vraagt dat jongeren met computers kunnen omgaan, dus wij spelen daarop in. Hier zitten de werknemers van 2010!”

Leidt dit niet tot de ontwikkeling van contactgestoorde nerds? Verberg wil het niet horen. “Computers zijn geen vervanging voor voetbal of pianoles. Ze komen erbij. En dat bepaalde kinderen niet bij het beeldscherm zijn weg te slaan, geldt ook voor boekenwurmen. Die isoleerden zich vroeger ook.”

Voor een school waar de leraren nog frontaal lesgeven voor de hele klas (dat gebeurt nog in ongeveer de helft van alle scholen) is het onmogelijk om met computers te werken, vindt Verberg. “Het is pure verspilling als die scholen nu al computers krijgen. Computers moeten onderdeel zijn van de les. Je moet in elk geval niet één uur per week in het computerlokaal doorbrengen, want een computer is een middel om kennis te vergaren, meer niet. Leerlingen moeten altijd een programma kunnen raadplegen, net als een atlas, en dat kan niet tijdens een klassikale les.”

Deze didactische computerfilosofie is voor de 8.000 niet-voorhoedescholen, zoals de Tandem, voorlopig niet meer dan theorie. De Tandem heeft onlangs wel twintig tweedehands computers (200 gulden per stuk) van het ministerie van Financiën gekocht. Maar daarop kan voorlopig geen scholennetwerk of een Internet-verbinding worden aangesloten. Wel kunnen leerlingen in de les werken met taal- en rekenprogramma's. Boss: “Zo maken ook onze leerlingen kennis met de computer en oefenen ze het belangrijkste: lezen en rekenen.”