Chinese zakenman hoofdrolspeler in Indonesisch schimmenspel

In Jakarta is opschudding ontstaan over de affaire-Wanandi. Die raakt de gevoeligheden in de Indonesische samenleving: de strijd om de opvolging van Soeharto en de positie van etnische Chinezen.

JAKARTA, 4 FEBR. Sofjan Wanandi, alias Liem Bian Koen, is een van de bekendste zakenmannen in Indonesië. Hij staat aan het hoofd van een groot zakenimperium, de Gemala/Pakarti Yoga Group. Het concern is aanwezig in de zware industrie, het produceert onderdelen voor auto's, maar ook farmaceutische produkten, en het houdt zich bezig met financiering.

Maar het zijn niet deze zakelijke activiteiten waardoor Wanandi de afgelopen weken het gespreksonderwerp is geworden. Vorige maand ontplofte een bom in een dichtbevolkte wijk in Centraal-Jakarta, en wat grote verbazing wekt, is dat Sofjan Wanandi bovenaan het lijstje prijkt van namen verdachten.

De zaak is tragikomisch door de manier waarop de kwestie door de autoriteiten wordt aangepakt. Zo werd gisteren bekend dat Wanandi Indonesië niet mag verlaten, terwijl vandaag duidelijk werd dat hij al lang en breed in Australië verblijft. Toch wordt de kwestie-Wanandi vooral serieus genomen omdat de zaak in verband wordt gebracht met een strijd achter de schermen om het vice-presidentschap. En er is nog een belangrijk, uiterst gevoelig aspect: Wanandi is een etnische Chinees. Van de beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht, gaat een impliciete dreiging uit naar de groep van vermogende Chinese zakenlieden en intellectuelen in Indonesië.

Wanandi is woordvoerder van een grote groep Chinese zakenlieden, de zogeheten 'Jimbaran-groep', en hij is daarnaast bestuurslid van het Center for Strategic and International Studies (CSIS), een denktank die hoofdzakelijk bevolkt wordt door ethnische Chinezen. Van deze bevolkingsgroep wordt altijd gezegd dat zij 4 procent van de ruim 200 miljoen Indonesiërs uitmaken, terwijl zij 70 procent van de economie in handen heeft. Reden voor veel sociale jaloezie.

De zaak Wanandi is als een hedendaagse Jakartaanse wayangspel, waarin twee groepen hoofdrolspelers tegenover elkaar staan. Uitgangspunt is dat de legertop verdeeld is in nationalistisch gezinde (rood-witte) officieren, en islamitisch georiënteerde (groene) officieren, die strijd leveren over een mogelijke opvolger van president Soeharto (76). Voorlopig spitst dit gevecht zich toe op de omstreden minister van Onderzoek en Technologie, dr. D.J. Habibie, al jaren een vertrouweling van Soeharto en tevens eigenaar van de vliegtuigfabriek IPTN in Bandung en van een scheepswerf in Surabaya. Habibie werd onlangs door de regerende Golkar in bedekte termen kandidaat gesteld voor het vice-presidentschap.

Volgens dit schema zou de zakenman Wanandi in het rood-witte kamp thuishoren, samen met de huidige vice-president, generaal b.d. Try Sutrisno, en de chef-staf van het leger, generaal Wiranto. Gezegd wordt dat de 'nationalistische' officieren aan een van deze twee militairen de voorkeur geven als het om het vice-presidentschap gaat, boven de burger Habibie.

In het 'groene' kamp bevinden zich moslims als legeropperbevelhebber Feisal Tanjung en de invloedrijke minister van Informatie, generaal b.d. Raden Hartono. Ook generaal-majoor Prabowo Subianto, commandant van de elitetroepen (KOPASSUS) en schoonzoon van Soeharto, wordt tot het groene kamp gerekend.

Het schimmenspel is bijzonder gecompliceerd omdat er twee poppenspelers, of dalangs, aan het werk zijn. Namelijk de president zelf, die dit spel al jaren speelt, en generaal b.d. Benny Moerdani, oud-minister van Defensie. Moerdani viel in 1993 in ongenade, maar beschikt over grote aanhang onder actieve rood-witte officieren. Try Sutrisno zelf geldt als een Benny-man.

Toen bekend werd dat een bom was ontploft in de Jakartaanse wijk Tanah Tinggi, baarde dat aanvankelijk nauwelijks opzien. Interessant was echter het verhaal dat de autoriteiten naar buiten brachten. In de kamer waar de bom voortijdig was afgegaan, bevond zich een schat aan belastend materiaal. Hoe dit alles onbeschadigd, vertelt het verhaal niet, maar uit dit materiaal zou blijken dat de verboden Democratische Volkspartij (PRD), een relatief radicale splintergroepering, betrokken was bij het incident. De PRD zou een 'regeneratie' zijn van de Communistisch Partij van Indonesië (PKI), die volgens de geschiedschrijving van Soeharto's Nieuwe Orde verantwoordelijk was voor de mislukte staatsgreep in 1965. Analisten concludeerden dat de autoriteiten met het verdacht maken van de PRD, waarvan de leiders sinds vorig jaar achter de tralies zitten, kennelijk een vijand wilden creëeren om de aandacht af te leiden van de werkelijke oorzaken van de crisis in Indonesië.

Het verhaal nam een nieuwe wending toen Wanandi zich twee weken geleden moest melden voor een verhoor in verband met de bomexplosie. De autoriteiten meldden dat zijn naam in het e-mail bestand voorkwam van een in beslag genomen computer. De tycoon werd ervan verdacht fondsen te leveren voor de ondergrondse strijd van de PRD. Tegelijkertijd verschenen in kranten complexe samenzweringstheorieën, waarbij geïmpliceerd werd dat een groep Chinese tycoons door financiële transacties op de beurs van Singapore met opzet de monetaire crisis veroorzaakt hadden om president Soeharto's positie te ondermijnen. Kort daarop vonden demonstraties plaats voor het kantoor van CSIS, waarbij deze denktank beschuldigd werd van soortgelijke conspiraties.

Veelal wordt ervan uitgegaan dat deze protesten geënsceneerd waren, iets wat wel vaker gebeurt in Indonesië. Een columnist van The Indonesian Observer schreef gisteren spottend over de firma 'rent-a-crowd', die tegen betaling betogers levert voor uiteenlopende doeleinden. Verondersteld wordt dat de demonstranten voor het CSIS-kantoor waren ingehuurd door het 'groene kamp', en dat de actie gericht was tegen Wanandi c.s., maar vooral tegen de rood-witte poppenspeler Moerdani, die nauw betrokken was bij de CSIS en er nog steeds kantoor houdt.

Vandaag bleek dat het Wanandi-spel zal worden vervolgd: luitenant-kolonel D.J. Nachrowi, woordvoerder van het militaire commando van Jakarta, heeft gezegd dat de politie op zoek is naar nieuw bewijsmateriaal in de zaak van de bom-explosie. Verdacht worden behalve Sofjan Wanandi, diens broer Jusuf, die politiek analist is en bestuurslid van CSIS, en Surya Paloh, uitgever van de krant Media Indonesia. En ook Hendardi, directeur van de Indonesische Mensenrechten en Rechtshulp Associatie (PBHI). Anders gezegd: naast Chinese zakenlieden en intellectuelen, hebben ook vertegenwoordigers van de pers en mensenrechtenorganisaties plaats genomen op de verdachtenbank. Weinigen geloven dat dit op toeval berust.