Antroposofie worstelt met de verleden tijd

Moeten de uitlatingen, ook de racistische, van de grondlegger van de antroposofie nu wel of niet in de context van deze tijd worden beschouwd? Rudolf Steiners volgelingen denken hier verschillend over.

DRIEBERGEN, 4 FEBR. De gedateerde opvattingen over rassen van de antroposoof Rudolf Steiner zouden niet zo'n probleem zijn als zijn gedachtengoed anno 1998 door volgelingen niet nog altijd werd beschouwd als leidraad. Wie anno 1998 beweert, zoals Steiner, dat door het uitsterven van de 'blonde rassen' de 'instinctieve wijsheid' van de mens verloren gaat, loopt het risico te worden opgepakt wegens rassendiscriminatie. Maar aan het begin van deze eeuw waren dergelijke etnocentristische opvattingen vrij gangbaar.

De Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN) telt vijfduizend leden - onder wie opvallend veel hoog opgeleiden en welgestelden - en er zijn in Nederland negentig op antroposofische leest geschoeide scholen. De beschuldiging dat Steiner een racist zou zijn, komt dus hard aan. Drie jaar geleden trof de moeder van een leerling op de Vrije School in Zutphen in het schoolschrift van haar dochter een 'rassenschema' aan. Een docent van de school had tijdens de les 'Volkenkunde' een uiteenzetting gegeven van de verscheidene rassen en hun ontwikkelingsfasen: het zwarte ras verkeert in de kindfase, het gele ras in de adolescentie, het blanke ras is 'volwassen' en het rode (indianen-)ras verkeert in de fase van 'veroudering', zo had het kind genoteerd.

De moeder was woedend en ontketende via de media een rel. Dat was in 1996 aanleiding voor het bestuur van de AViN om een commissie het veronderstelde racisme van Steiner te laten onderzoeken. Anderhalf jaar later is de conclusie enerzijds dat de ideeën van Steiner niet racistisch zijn, maar anderzijds dat zijn verzameld werk uitspraken bevat “die naar de huidige maatstaven een discriminerend karakter dragen”. De commissie verdedigt haar tweeledige conclusie met de stelling dat Steiner's gedachtengoed eigenlijk niet met terugwerkende kracht kan worden beoordeeld: zijn ideeën zijn alleen te begrijpen in de context van zijn eigen tijd.

Maar omdat Steiner's ideeën anno 1998 nog altijd worden gebruikt, heeft de commissie ze wel willen toetsen aan de anti-discriminatiebepalingen zoals die nu staan in de Nederlandse strafwet. En zo selecteerde zij twaalf uitlatingen van Steiner die vandaag de dag strafbaar “kunnen zijn” en vijftig citaten die een “licht discriminerend karakter kunnen krijgen”.

“Teleurstellend” noemt J.D Imelman, hoogleraar grondslagen en geschiedenis van de pedagogiek aan de Universiteit Utrecht die conclusie. Hij heeft het werk van Steiner jarenlang bestudeerd en meent dat de rassenleer een inherent onderdeel is van Steiner's filosofie. “Ik had gehoopt dat de vereniging eindelijk eens echt afstand zou nemen van Steiner's racistische denkbeelden”, zegt hij.

De voorzitter van de Bond van Vrije Scholen, R. Mees daarentegen, is het wel eens met de commissie. Steiner “heeft zich in zijn tijd op zijn manier uitgedrukt, maar was geen racist”, meent hij. Door het gehamer op racisme gaat men volgens Mees voorbij aan de essentie van het werk van Steiner. Neem zijn uitspraak dat zwangere vrouwen geen 'negerromans' moeten lezen omdat zij dan het risico lopen mulattenkinderen te krijgen. “Ik zou dat nu niet meer zo formuleren”, zegt Mees, “maar wat Steiner bedoelde, is dat zwangere vrouwen extra gevoelig zijn voor invloeden van buitenaf.”

Mees, telg uit de bekende Rotterdamse bankiersfamilie en hecht bevriend met de oud-voorzitter van de raad van bestuur van de ING-bank, W. Scherpenhuizen Rom - eveneens een overtuigd antroposoof - heeft om “emotionele redenen” bezwaar tegen de bewering dat Steiner een racist zou zijn. Als kind maakte hij mee dat de Vrije School in Den Haag waar hij op zat, werd gesloten door de nazi's. De kern van Steiners werk is volgens Mees juist de ontwikkeling van het individu en die staat haaks op racistische theorieën.

Mees onderstreept dat de Vrije Scholen toegankelijk zijn voor kinderen van alle religies en etniciteiten. Omdat de Vrije Scholen niet in allochtone wijken liggen, zijn ze nog weinig 'zwart', maar in Amsterdam loopt een project voor een multi-etnische school. Mees kent hindoes en islamieten die antroposoof zijn, zegt hij. “Als antroposoof zijn betekent 'bewust zijn van je mens-zijn', is in wezen iedereen antroposoof.”

Intussen gaat de antroposofie wel uit van een hiërarchisch onderscheid tussen rassen, zegt Imelman. “Ieder ras representeert volgens Steiner een fase van bewustzijn: het zwarte ras vertegenwoordigt het laagste niveau, het blanke ras het hoogste.” Ook al zijn door reïncarnatie alle fasen voor iedereen bereikbaar, de kern van Steiner's filosofie is toch de hiërarchie tussen rassen, meent Imelman. Mees ziet dat anders: volgens Steiner worden rassen uiteindelijk juist overbodig, omdat “wij allen toegroeien naar één mensheid”.

Volgens Imelman is een wetenschappelijke discussie met aanhangers van antroposofie moeilijk, omdat zij uitgaan van een 'geestelijke wereld' achter de empirisch waarneembare werkelijkheid. Dat maakt antroposofie volgens hem tot een religie, zelfs tot een “sekte”. Mees ontkent dat de antroposofie een 'leer' zou zijn. “Steiner heeft juist gezegd dat men alles wat hij beweert, moet verifieren.”

Volgens de 'preciezen' onder de antroposofen dient Steiners woord letterlijk te worden genomen; de 'rekkelijken' menen dat de contekst een rol moet spelen.

J. Hendriks, beheerder van een antroposofische site op het Internet, vreest dat de commissie de antroposofie met haar rapport onnodig blootstelt aan kritiek. Afgelopen zaterdag dienden 144 leden om diezelfde reden tijdens een buitengewone vergadering een motie in om presentatie van het rapport te voorkomen. De leden hadden het rapport eerst te zien moeten krijgen, alvorens het aan de pers werd gepresenteerd, zegt Hendriks. Hij behoort tot de 'preciezen' binnen de vereniging die vrezen dat de conclusies van de commissie door buitenstaanders zullen worden misbruikt om Steiner in een kwaad daglicht te stellen.