Achtergelaten in de vorige eeuw

Hoewel wij het einde zagen naderen, nam God toch nog geheel onverwacht de twintigste eeuw tot zich. De laatste jaren waren niet gemakkelijk, gekluisterd als zij was aan een langdurig ziekbed. Een heupfractuur door botontkalking, seniele dementie en incontinentie maakten de laatste jaren van onze dappere eeuw tot een onverdiende beproeving, niet in de laatste plaats voor hen die haar zo liefdevol verzorgden in het protestants-christelijke verpleegtehuis 'De eikel en de beukennoot' te Katwijk-Binnen.

Tot ontzetting van de medische staf bleek onze twintigste eeuw in haar laatste jaar nog in blijde verwachting. Het kraambed werd haar fataal. Zij schonk in haar stervensuur het leven aan een gezond jongetje, dat brutaal de wereld inkijkt. Bij gebrek aan kennis inzake het vaderschap noemen wij hem de éénentwintigste.

De twintigste eeuw werd 98 jaar oud. De crematie heeft inmiddels in besloten kring plaatsgevonden. Op 8 maart zal voor vrienden en bekenden een herdenkingsbijeenkomst gehouden worden op de zolder van het Concertgebouw.

Maar hier klopt iets niet, vind ik. Dat van dat sterfbed en van die moeilijke laatste jaren en van die geboorte van de nieuwe tijd is allemaal oké, maar dat van dat voortijdig heengaan klopt niet. Dat is volstrekte onzin. Een eeuw wordt honderd jaar. Wie rekenkundig moeite heeft met het beeld dat de twintigste eeuw veroudert, vergrijst en tenslotte sterft, en dan wordt opgevolgd door een jonge vitale volgende eeuw, moet een ander beeld kiezen. Zie dan de eeuwwisseling als de overdracht van een elektrische impuls tussen twee hersencellen in een netwerk van miljoenen hersencellen, zou ik zeggen. Maar nog verstandiger is het om ons bij de komende eeuwwisseling helemaal niets voor te stellen.

Elke voorstelling leidt tot zelfbedrog. Denk nooit dat de ene eeuw sterft als een hond en de volgende vrolijk blaffend tegen u opspringt, want u zult het slachtoffer worden van deze gedachte. De komende eeuwwisseling vormt, vooral omdat er een wisseling van millennium in het geding is, een bron van psychische belasting door de vreemde manier waarop wij erover praten. Praten leidt tot denken, althans tot allerlei gedachten, die een bevreemdende graad van overtuigingskracht bezitten. Natuurlijk kun je zeggen dat de twintigste eeuw ons onvoorstelbaar veel rampspoed heeft gebracht, maar dat die nu bij het naderend einde toch echt achter ons ligt.

Die gedachte schept twee merkwaardige illusies. Ten eerste de illusie, dat als iets bijna voorbij is, zeker het dieptepunt voorbij is. Er kan niet veel meer bij komen en als er nog iets bij komt, zal het betrekkelijk onschuldig zijn. We hebben het wel gehad. We kunnen rustig even de tijd nemen om ons op een nieuw tijdperk voor te bereiden, dat in alle opzichten een breuk zal zijn met het verleden.

In deze geanticipeerde breuk ligt de andere illusie verscholen. De Eerste en Tweede Wereldoorlog behoren nu nog een beetje bij ons, levend als wij doen onder de signatuur van de twintigste eeuw. Maar in de éénentwintigste eeuw zullen wij er los van komen. In 1998 en 1999 zitten wij er nog met een dun draadje aan vast, maar in het jaar 2000 is het draadje geknapt.

Psychologisch gezien leven wij in de verwachting dat bij de eeuwwisseling de afstand in jaren verandert. Nu is de afstand tot laat ons zeggen 1940 nog 58 jaar maar die afstand zal in het jaar 2000 niet slechts twee jaar meer zijn. Nee, de tijd zal zich dan opgeblazen hebben en een enorm gat geslagen hebben.

Wie in de twintigste eeuw het overlijden meemaakte van vrienden en familieleden en zelf de overstap maakt naar een nieuw millennium, zal zich niet aan het schuldgevoel kunnen onttrekken, dat hij ze achterlaat in de twintigste eeuw. Je moet maar hopen dat die overledenen elkaar een beetje steunen in dat afgesloten tijdperk, dat wij niet meer kunnen betreden.

Dat is de onverbiddelijke consequentie als je een tijdperk voorgoed afgrendelt. Je zit er zelf niet meer in. In 1999 nog wel, maar in 2000 niet meer. Waarom dat zo is, begrijpt eigenlijk niemand. Het is de door ons verzonnen jaartelling, die hier geheel op eigen gronden een definitieve grens trekt.